Land van de rijzende zonnecellen

In Japan staat kernenergie, na de kernramp in Fukushima, in een kwade reuk. Aan duurzame energie is groot tekort. Zonne-energie zit er in de lift.

'Nee tegen kernenergie!' Elke vrijdagavond scanderen tienduizenden Japanners deze kreet in het politieke hart van Tokio. Door de tsunami en kernramp bij Fukushima lijken Japanners als een blad aan de boom te zijn omgedraaid. Jarenlang gold kernenergie als steunpilaar voor de derde economie ter wereld. Anderhalf jaar na de ramp wil zo'n zeventig procent van de Japanners stoppen met kernenergie. En niet alleen het volk wil af van kernenergie. De regering, die elk moment zijn nieuwe langjarige energiestrategie kan onthullen, zou vanaf 2030 een zero nuclear Japan willen, een land zonder kernenergie.

Maar wat moet Japan dan? Het land heeft geen eigen energiebronnen. Precies daarom haalde Japan decennialang een derde van zijn elektriciteit uit atoomstroom. Anderhalf jaar na de Fukushima-ramp is nog slechts een kerncentrale in bedrijf, maar die levert slechts een fractie van de gigantische elektriciteitsbehoefte van de industriële reus. Japan wekt zijn stroom nu vooral op door geïmporteerde fossiele brandstoffen te verstoken. Het is niet verbazend dat de CO2-uitstoot van Japanse energiebedrijven afgelopen jaar omhoog schoot.

"Voor Japan is dit hét moment om vol in te zetten op duurzame energie", zegt Kaoru Yamaguchi, hoofd duurzame energie bij het Institute for Energy Economics, een denktank in Tokio. Volgens Yamaguchi heeft Japan vooral een veelbelovende toekomst op het gebied van zonne-energie. Het land ligt relatief ongunstig voor het genereren van windenergie, bovendien nemen milieuprocedures voor de bouw van windmolenparken veel tijd in beslag. "Met zonne-energie snijdt het mes aan twee kanten: niet alleen kunnen we zo duurzame stroom produceren, een grootschalige omschakeling naar zonne-energie zou ook de Japanse hi-tech industrie uit het slop kunnen trekken."

Zo'n radicale omslag naar groene energie is duur. Heel duur. De regering becijferde eerder dat een investering van zo'n 500 miljard euro nodig is als Japan voor 2030 de atoomstroomproductie wil vervangen door duurzame energie. Of zoveel geld echt kan worden opgebracht is nog onzeker, maar toch vliegen de yens nu al in het rond in de Japanse zonne-energie branche.

Dat komt vooral door de hoge teruglevertarieven die de regering heeft vastgesteld voor met zonnepanelen opgewekte elektriciteit. Voor elke kilowattuur stroom die met een zonnepaneel wordt opgewekt, krijgt de eigenaar 42 eurocent, zo besloot de regering.

In Duitsland, dat een vergelijkbaar systeem hanteert, is de vergoeding maar de helft van die in Japan. "Dankzij dat hoge tarief krijgt zonne-energie in Japan een stevige impuls. Zelfs met relatief weinig zonneschijn kan het al lonen een paneel te installeren", zegt Yamaguchi.

De hoge aanschaf- en installatiekosten van zonnepanelen lijken de belangrijkste horde bij de grootschalige omschakeling naar zonne-energie. Daarom doet professor Hironori Arakawa onderzoek naar technologieën waarmee zonnepanelen goedkoper gefabriceerd kunnen worden. "Met de huidige stand van de techniek is de kostprijs van een kilowattuur zonnestroom ongeveer 23 eurocent. Wij denken dat die prijs met zeventig procent omlaag kan," vertelt de hoogleraar aan de Technische Universiteit van Tokio.

Met subsidie van de overheid werkt Arakawa samen met hi-techbedrijf Fujikura aan de ontwikkeling van zonnepanelen die geïmpregneerd met speciale kleurstoffen zonlicht beter absorberen en daardoor meer stroom opwekken.

Steeds enthousiaster tekent Arakawa op een bord de voordelen uit van deze techniek die over een paar jaar in massaproductie moet gaan. De technologie kent nog een esthetisch voordeeltje, vertelt Arakawa: "Door met kleurstoffen te werken kunnen we ons zonnepaneel in elke gewenste kleur afleveren."

Arakawa heeft een eenvoudige verklaring voor zijn inspiratie: "Er zijn steeds meer mensen op aarde die ook nog eens steeds meer energie gebruiken. De manier waarop we nu energie opwekken is simpelweg niet vol te houden. Ook in arme landen moeten mensen toegang kunnen hebben tot duurzame energie."

Arakawa ziet volop kansen voor Japan. "Als we blijven innoveren en investeren kunnen we de wereldleider in zonne-energie techniek worden."

Grote buur China heeft dezelfde ambitie. Vorige week nog maakte de Europese Commissie bekend dat ze onderzoek gaat doen naar Chinese zonnepaneelfabrikanten die in Europa massaal hun producten onder de kostprijs zouden verkopen. Kan Japan tegen China op?

Arakawa kent de geruchten over staatssteun aan de Chinese zonnepaneelindustrie. Toch heeft Japan meer te bieden, denkt hij. "Japanse fabrikanten zijn wereldwijd bekend om de hoge kwaliteit van hun producten. Ook lopen wij voorop met onderzoek naar goedkope oplossingen om zonnepanelen voor iedereen wereldwijd toegankelijk te maken. Japan is daarbij beter gepositioneerd dan China", zegt Arakawa.

Maar ook de Japanse zonnepaneelindustrie krijgt een overheidsduwtje in de rug, bijvoorbeeld in de wijk Setagaya in west-Tokio. Burgemeester Hosaka van deze deelgemeente won vlak na de tsunami vorig jaar de lokale verkiezingen met zijn belofte ook op lokaal niveau de afhankelijkheid van kernenergie te beperken. Hosaka zette zijn campagnebelofte om in daden en begon een stichting die het voor bewoners extra aantrekkelijk moet maken een zonnepaneel te installeren.

"Namens de deelgemeente wordt met flinke korting een partij zonnepanelen ingekocht. Huiseigenaren kunnen met subsidie van de overheid en een gunstige lening tegen lage kosten de zonnepanelen op hun dak installeren," vertelt projectmedewerker Tadayuki Takeuchi.

Japanners hebben een extra reden om goed op de aankoopprijs van zonnepanelen te letten. Veel huizen gaan niet langer dan twintig jaar mee voor ze weer gesloopt worden. Toch staan op aardig wat nieuwbouwhuizen in de wijk zonnepanelen opgesteld naar het zuiden. Volgens ambtenaar Takeuchi bijna allemaal made in Japan: "Veiligheid en betrouwbaarheid zijn van het grootste belang, daarom kiezen we voor Japanse kwaliteit."

Japanse energiemix allesbehalve duurzaam
Vóór de tsunami van 11 maart vorig jaar kwam ongeveer een derde van de Japanse energie uit kernenergie. Sinds de ramp zijn vrijwel alle kerncentrales geleidelijk gesloten, momenteel is maar een centrale in bedrijf.

Sinds de ramp verstookt Japan vooral veel meer LNG om elektriciteit te genereren. De import van dit vloeibaar gemaakt aardgas uit vooral het Midden-Oosten is met een kwart toegenomen.

In 2011 - het jaar van de ramp - kwam maar 1.6 procent van de Japanse energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen. Toch is de Japanse productie van met name zonne-energie snel toegenomen. Met de nieuwe impuls vanuit de regering is de verwachting dat dit aandeel snel zal groeien.

Golfbanen worden zonnefarms
Volgens energie-econoom Yamaguchi wordt 80 procent van de Japanse zonnestroom opgewekt door particuliere huizenbezitters. Voor grootschalige winning van zonne-energie in zogenaamde megasolar-projecten is veel ruimte nodig om rijen zonnepanelen op te kunnen stellen.

De hoge grondprijs in Japan gooit daarbij roet in het eten, zelfs op het platteland is een stuk land vrij prijzig.

Toch hebben investeerders in duurzame energie een oplossing gevonden om relatief goedkoop grote stukken grond te kunnen kopen: veel verliesgevende Japanse golfbanen staan te koop tegen elk aannemelijk bod.

In de jaren '80 stond de snelle toename van het aantal grote golfbanen symbool voor het Japanse economische wonder. Sinds het uiteenspatten van de Japanse luchtbel in de vroege jaren negentig, leden steeds meer golfbanen een zieltogend bestaan. Maar sinds kort worden greens en driving ranges volgebouwd met zonnepanelen en doen de zij dienst als groene energiecentrale.

Bij het stadje Izumizaki, in de buurt van de kerncentrale van Fukushima, wordt ook een golfbaan omgebouwd tot zonne-farm. Mori Trust, een grote projectontwikkelaar, investeert 50 miljoen dollar om de toch al gesloten golfbaan tot megasolar-project om te bouwen. Vanaf volgend jaar zomer moeten de zonnepanelen op de voormalige golfbaan 10 megawatt aan elektriciteit leveren, gelijk aan het verbruik van 3400 huishoudens.

Handig bij rampen: auto op zonne-energie kan ook huis van stroom voorzien
Ook de Japanse auto-industrie ziet brood in de groeiende belangstelling voor zonne-energie. Autofabrikant Nissan presenteerde vorig jaar op de Tokiose autosalon de Leaf, een nieuw model dat uitsluitend rijdt met elektrische aandrijving. Een klein zonnepaneel op de auto maakt ook tijdens het rijden stroom aan. Weer thuis kan de auto worden aangesloten op een laadstation dat op zijn beurt gevoed kan worden door zonnepanelen op het dak.

Met een later toegevoegde functie hoopt Nissan nog meer aandacht te trekken bij de Japanse consument. Wanneer de Leaf volledig opgeladen is, kan de auto een huishouden gedurende twee dagen van stroom voorzien. Handig voor Japanners die bang zijn voor stroomuitval na bijvoorbeeld een tyfoon of aardbeving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden