Land of Maybe

Op de Faeröer is de natuur adembenemend en allesbepalend. De eilanden zijn een walhalla voor vogelaars en wandelaars, maar ook de muziekliefhebber komt er aan z'n trekken.

Kortgeleden waren de Faeröer een hit op YouTube. Het zat de inwoners niet lekker dat Google hun land niet de moeite waard vond om in Streetview op te nemen. Ze bonden hun schapen een cameraatje op de rug en joegen ze de straat op: Google Sheepview ging viraal. De missie slaagde, binnenkort komen de foto-auto's van Google alsnog.

Verder horen we weinig over de achttien Faeröer (öer betekent 'eilanden'), of het moet over de grindadráp gaan, de bloederige slacht van grienden die Greenpeace en Sea Shepherd altijd op scherp zet. "Wij jagen niet actief op ze", pareren de Faeröerders. "We vangen ze alleen als ze zich bij de kust laten zien. En alleen voor eigen gebruik, we hebben de vitamine D nodig om ons gebrek aan zonlicht te compenseren."

'Schapeneilanden' is de letterlijke vertaling van Faeröer, hoewel er ook een theorie is dat de naam terugvoert op het Keltische farei, verre eilanden. Dit autonome gebied binnen het koninkrijk Denemarken - met 49.000 inwoners en een eigen taal - ligt vrijwel exact midden in de driehoek Schotland-Noorwegen-IJsland. Die Faeröerse schapen zijn zo gehard dat ze het barre weer op de kale bergen van de eilanden jaarrond doorstaan. Hun wol is de warmste en best isolerende die er bestaat, vraag dat maar aan inspecteur Sarah Lund van 'The Killing'. Als je op de eilanden rondrijdt, zijn de schapen een factor om serieus rekening mee te houden; ze lopen vrij in de bergen en over de wegen. En ze zijn met veel, heel veel.

Schrikt u niet terug voor schapen, hellingen, haarspeldbochten en nauwe onverlichte tunnels met één rijstrook voor verkeer van twee kanten? Eropuit zou ik zeggen, en verwonder u over watervallen die diepe voren in de hellingen trekken, kerkjes die bijna in zee vallen en gekleurde dorpjes die zich in de plooien van adembenemend mooie fjorden hebben genesteld. "Elduvík is prachtig", vertelde de Duitse studente Rika me aan boord van de ferry naar Faeröers hoofdstad Tórshavn. "Iedereen gaat naar Gjógv en Saksun, die moet je ook gaan zien hoor, maar Elduvík is minder toeristisch." Als ik later in de week alledrie bezocht heb, vraag ik me af wat Rika precies bedoelde met 'toeristisch'. Het lege openbare toilet in een bescheiden gebouwtje in Gjógv? Het hotelletje met vijf auto's op de parkeerplaats? Die ene wandelaar op het zwarte strand in de baai achter het kerkje van Saksun?

De eerste bezienswaardigheid van het land zag ik al toen de ferry nog niet eens aan de kade in Tórshavn lag. Vanaf dek 8 keken de passagiers geamuseerd neer op een verzameling rode houten huisjes waarvan de grasdaken amper tot dek 3 van het schip reikten. "Dat zijn de regeringsgebouwen", legde een mede-passagier me uit. Vanuit de Madurodammerige hoofdstad zijn vijf eilanden via tunnels, dammen of bruggen te bereiken. "Wij hebben de enige brug over de Atlantische Oceaan", juichten de inwoners toen Esturoy in 1973 met hoofdeiland Stremoy werd verbonden. Voor de andere twaalf eilanden neem je de ferry of de helikopter die, als ware het de bus, vaste verbindingen onderhoudt. Een enkeltje met de helikopter kost hier minder dan een fles goede wijn.

Maar je gaat vooral naar de Faeröer om te hiken en vogels te kijken.

Met miljoenen vogels zegt het land de grootste vogeldichtheid ter wereld te hebben. In de zomer gaan de kleinere eilanden Mykines, Nólsoy en

Skúvoy bijkans schuil onder de papegaaiduikers, jan-van-genten, kuifaalscholvers en

drieteenmeeuwen. Met tienduizenden tegelijk broeden ze in de kliffen. Hiken kan over de oude bergpaden tussen de dorpen, waar steenhopen de weg wijzen, of in het wild. Maar dan moet je wel weten wat je doet, de hellingen zijn steil, de kliffen loodrecht en het weer onberekenbaar. En bomen om te schuilen zijn er niet.

Met gids Katrin Petersen wandel ik op Sandoy, het meest vlakke van alle achttien eilanden. Lucht en zee zijn vandaag van het blauwste blauw. En wat een uitzicht! Links rijzen Skúvoy en Stóra Dimun - waar één schapenboer met zijn gezin woont - als ongenaakbare brokken steen uit de branding omhoog. Vanaf de bergkam zien we Kirkjubøur, met de ruïne van de Magnuskathedraal en het oudste bewoonde houten huis van de wereld. Daar woont - jawel - óók een schapenboer. Op weg naar de top van de Tindur (479 meter) volgen we smalle paadjes die de schapen in het gras hebben uitgesleten, kruisen we riviertjes en klauteren we over keien.

"Je moet altijd op alles voorbereid zijn", zegt Katrin terwijl ze fluks over een riviertje springt. "Het weer verandert zó snel. Binnen een minuut kan de wind van niks naar kracht zeven toenemen of de mist als een gordijn voor je dichtgetrokken worden. Dan weet je echt niet meer welke kant je op moet. Of waar je vandaan kwam."

Het weer is allesbepalend. Gaan we morgen de schapen binnenhalen? Misschien, als het niet te hard waait. Zullen we vanmiddag gaan wandelen? Misschien, als het niet mistig is. Dat het vliegtuig 800 kilometer naar de dichtstbijzijnde luchthaven (Reykjavik, IJsland) moet uitwijken of dat de ferry opeens vier uur eerder vertrekt omdat er storm verwacht wordt; ze zijn het gewend. Land of Maybe, noemden de Engelsen de verre eilanden toen ze die in de Tweede Wereldoorlog bezetten, oftewel: er vallen hier geen afspraken te maken. Afspraken niet nakomen geeft ook niets en voor mooi weer mag alles wijken, dan komen de inwoners onder hun grasdaken vandaan om de zon toe te zingen. Dat doen ze natuurlijk in hun eigen taal. Met het IJslands is het Faeröers de enige nog bestaande taal die rechtstreeks voortkomt uit het Oudnoors van de Vikingen, die beide landen vanaf de negende eeuw bevolkten.

Muziek, zang en dans zijn belangrijk. Ze waren altijd al onmisbaar om verhalen en sagen door te geven, nu is de Faeröerse muziekscene een van de hipste van Europa. 's Zomers gaat er haast geen dag voorbij zonder live muziekvoorstellingen: in een grasgedekt kerkje, in een grot die alleen over zee te bereiken is of op het strand, zoals het ultrahippe G!Festival in juli. In de centrale ruimte van shoppingmall SMS in Tórshavn staat een podium voor jong talent, in platenwinkel Tutl is elke week een gratis concert. Bij goed weer staan de deuren open.

Voor de Amerikaanse kunstenaar Joel Cole was de muziek een belangrijke reden om op de Faeröer te gaan wonen. "Net als trouwens de natuur, en de manier waarop de mensen met elkaar omgaan. Ik kan de ene dag bij een CEO in de boardroom zitten en de volgende dag samen met hem een schaap slachten. In beide gevallen is iedereen gelijk, hiërarchie bestaat hier niet. De Faeröerders erkennen maar één meerdere, dat is onze altijd onvoorspelbare natuur." Hij heft zijn glas naar het wolkendek, waar net een piepklein stukje blauw achter tevoorschijn komt. Over vijf minuten kunnen we zonnebaden.

Naar de Faeröer

De Faeröer zijn door de lucht alleen te bereiken met de eigen luchtvaart-maatschappij Atlantic Airways. Er zijn rechtstreekse vluchten vanuit o.a. Edinburgh, Kopenhagen en Billund. atlantic.fo.

Rederij Smyril Line onderhoudt een lijndienst vanuit het Deense Hirtshals naar Tórshavn, en vaart daarna door naar IJsland. De eigen auto kan mee. smyrilline.nl.

Informatie: visitfaroeislands.com. Met dank aan trolltravel.com en fjallraven.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden