Land art in zicht

Land art, de kunst die op en met het landschap wordt gemaakt, is lastig naar het museum te brengen. Een boek en een tentoonstelling in Amersfoort brengen de kunst nu een stuk dichterbij.

Voor de meeste kunst moet je in de stad zijn, in een museum of galerie. Je zoekt het adres op, gaat erheen met bus, tram of fiets en vanuit de drukte en de mensenmassa stap je, aangekomen bij een kunstwerk, éven in een andere wereld. Bij land art gaat dat anders. Zo zette de Amerikaanse kunstenaar Walter De Maria honderden metalen staven op een vlakte, zodat ze bij onweer de bliksem aantrekken, landschapskunstenares Nancy Holt legde vier betonnen pijpen in een woestijn als grote verrekijkers, met een strategische positie ten opzichte van de zon. De natuur en de omgeving hóren bij het kunstwerk, maar de afstand en omstandigheden maken het begrijpen ervan ook lastig en abstract. Foto's of video's van de kunstwerken in een museum veranderen daar meestal weinig aan.

Kunstjournalist Sandra Smallenburg ging daarom op pad langs alle grote land-artwerken in de VS, Groot Brittannië en Nederland. Ze huurde jeeps, overnachtte in spookstadjes en reed uren over eindeloze b-wegen zonder iemand tegen te komen. Uiteindelijk vond en bezocht ze alle belangrijkste kunstwerken, en schreef ze haar ervaringen en kennis op in het boek 'Expeditie land art'. Ook stelde ze voor de Amersfoortse kunsthal KAdE een tentoonstelling samen, waar ze de video's en bruiklenen van enkele 'klassiekers' passend combineert met werk van hedendaagse kunstenaars die putten uit de land-artgeschiedenis. Zo komt de landschapskunst een stuk dichterbij.

Vanaf het eind van de jaren zestig zochten kunstenaars een uitweg voor het benauwende kunst- en galeriewereldje van de grote stad. Het begon met een uitstapje dat Amerikaanse kunstacademievrienden Michael Heizer, Robert Smithson en Nancy Holt maakten in 1968, in de buurt van een zoutmeer bij het Yosemite nationaal park. Ze hadden scheppen en pikhouwelen bij zich, en Heizer maakte zijn eerste 'Rift': een zigzaggende greppel op de droge bodem van een voormalig meer. Het patroon werd bepaald door luciferhoutjes die Heizer op tafel liet vallen.

Smallenburg neemt de lezer in haar boek mee naar de uithoeken van de VS, bijvoorbeeld naar de 'kunstkolonie' in Marfa, Texas. Donald Judd streek er al in 1971 neer, op zoek naar een plek waar zijn kunst permanent zou kunnen blijven. Smallenburg was, zo geeft ze toe, in musea nooit zo onder de indruk van Judds bekende vierkante kubussen, maar nu valt de kunst op z'n plaats. De afzondering, het licht, en de tot in alle details doorgevoerde symmetrie van de omgeving van legerloodsen maken de strakke, abstracte kunstwerken tot een haast romantische ervaring.

Hetzelfde geldt voor de 'Spiral Jetty' van Smithson, het icoon van de land art, dat de meeste kunstliefhebbers kennen als een zwartwitfoto van een spiraalvormig dijkje in een zoutmeer. Smallenburg beschrijft waar ze overnacht, haar twijfels over de juiste route en het ontbreken van een netwerk voor de mobiele telefoon, en uiteraard de overweldigende schoonheid van de natuur.

Nonchalant mengt ze die ervaringen met de droge achtergrondinformatie over het kunstwerk. De aanleg ervan (6650 ton rotsen, twee trucks met zand) duurde zes dagen, en omdat het waterpeil in het meer na de aanleg snel steeg, was het tot 2002 verdwenen. In de tentoonstelling in Amersfoort kan je horen hoe kunstenaar Tacita Dean in 1997 vergeefs op zoek was naar het werk. Zoals elk goed reisverhaal werken de beschrijvingingen aanstekelijk - en gelukkig hoeft de lezer niet direct de oceaan over om de land art te zien.

In Nederland was er namelijk al vroeg belangstelling voor de nieuwe kunstvorm. In 1969 organiseerde Wim Beeren, conservator van het Amsterdamse Stedelijk Museum, de tentoonstelling 'Op losse schroeven', waar de hele fine fleur van de land-artkunstenaars aan deelnam, en twee jaar later volgde 'Sonsbeek buiten de perken'. Veel van die kunstwerken zijn nog steeds te vinden in het Nederlandse landschap, al moet je het, net als in de VS, wel weten. Smallenburgs boek vormt, samen met de tentoonstelling, een helaas enigszins prijzige, maar wel bijzonder toegankelijke en rijk geïllustreerde gids voor zowel de thuisblijver als de avontuurlijke landschaps- en kunstliefhebber.

**** Sandra Smallenburg, 'Expeditie land art', Landschapskunst in Amerika, Groot-Brittannië en Nederland, (De Bezige Bij), 288 blz., euro39,90.

'Expeditie land art', in Kunsthal Kade, Amersfoort, t/m 3 januari 2016.

Toegankelijke land art in Nederland

Robert Smithson: Broken Circle/Spiral Hill, uit 1971, aan de rand van Emmen. Op het terrein van Zand- en Exploitatie Maatschappij Emmen rijst een cirkelvormige figuur uit het water. www.brokencircle.nl

Marinus Boezem: Groene Kathedraal 1978-1996, Almere Hout. 178 Italiaanse populieren werden in 1987 geplant volgens de plattegrond van de kathedraal van Reims, na ongeveer dertig jaar zullen ze afsterven. www.depaviljoens.nl/page/286

James Turrell: Hemels Gewelf, uit 1996, Kijkduin. In de duinen heeft Turrell een cirkelvormige 'krater' gemaakt met een bankje in het diepste punt, van waaraf je de lucht ervaart als een koepel. www.stroom.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden