Lamsoor met vette vis

Langzaam maar zeker stijgt de vraag naar zeegroenten als lamsoor en zeekraal. De druk op de natuurgebieden waar deze planten worden geplukt neemt toe. Zoute landbouw zou hier misschien een oplossing kunnen bieden. Volgens sommigen is het zelfs een goed antwoord op het wereldvoedselprobleem.

Rob Buiter

Het is nog vroeg in het seizoen. Dankzij de overvloedige regenval van de afgelopen maanden smaken de lamsoren op een testperceel in het Zeeuwse Burgh-Haamstede dan ook niet erg zout. ,,Smakeloos zelfs'', oordeelt de beheerder van het perceel Joost Bogemans. ,,Maar zodra we beginnen met irrigeren zal ze zeker beter gaan smaken.''

Het water waarmee Bogemans de acht perceeltjes, samen ruim één hectare groot, bevloeit wordt van een diepte van dertig meter opgepompt. ,,Kwelwater uit de Oosterschelde met een goed zoutgehalte van ongeveer 24 gram per liter'', weet de onderzoeker van de Vrije Universiteit van Brussel. Het grondwater wordt eerst in een groot bassin gepompt en van daar zal het over de verschillende 'terrassen' worden verdeeld die met sluisjes en kanaaltjes met elkaar in verbinding staan.

Het Zeeuwse proefveldje werd in 1992 gecreëerd in het kader van een internationaal onderzoek naar zoute landbouw. Met een subsidie van de Europese Unie onderzochten instituten uit Nederland, België en Portugal of een aantal 'zout-minnende planten' zoals lamsoor (officieel: zeeaster) en zeekraal zich lenen voor de tuinbouwpraktijk. In het rapport dat deze zomer zal verschijnen beschrijven de onderzoekers een aantal basisvoorwaarden, zoals hoeveel water, zout en meststoffen de halophyten (zout-tolerante planten) nodig hebben om tot een redelijke oogst te kunnen komen.

,,Maar het werk was in feite nog niet gedaan'', vertelt Joost Bogemans. Helaas voor de onderzoekers zakte het geplande vervolgonderzoek op de Europese prioriteitenladder van eerst een hoge waardering 'A', naar later slechts een 'B'. Bogemans besloot daarop het onderzoek op eigen titel voort te zetten. Met een partner die wel voor risicokapitaal wilde zorgen, speurt Bogemans' bedrijf Scrops (Speciality Crops) nu naar de juiste omstandigheden voor zoute culturen.

Het idee van 'zoute landbouw' is niet nieuw. Bij de oprichting van de staat Israël werd al geprobeerd om het gebrek aan zoet water voor de landbouw op te vangen met water uit de Rode Zee. ,,Diverse planten kunnen voorbij hun normale zout-tolerantie groeien'', schreef bijvoorbeeld Israël-pionier Hugo Boyko in de Scientific American van 1967. Latere onderzoekers begrepen dat er toch tamelijk drastische maatregelen nodig zijn om landbouwgewassen met alleen zeewater te kunnen bevloeien.

In eerste instantie werd vooral geprobeerd om normale gewassen, zoals graan, zout-tolerant te maken. ,,In principe is dat goed mogelijk'', aldus plantenfysioloog Joost Bogemans. Halophyten kunnen de dreigende uitdroging door zout water voorkomen doordat ze binnenin hun cellen ook extra stoffen hebben aangemaakt. De zogeheten osmotische druk, die er bij andere planten voor zorgt dat het vocht vanuit de cel naar de hogere zoutconcentratie buiten de plant stroomt, wordt daardoor opgeheven.

,,Met relatief eenvoudige genetische technieken kun je er voor zorgen dat ook 'gewone' planten extra stoffen in hun cellen aanmaken, waardoor ze ineens tegen een zoute omgeving kunnen. De energie die ze daarbij verbruiken gaat echter ten koste van bijvoorbeeld de aanmaak van zaad. Tarwe gaat onder die omstandigheden dan ook hele kleine aren maken met slechts een paar korreltjes graan'', weet Bogemans.

In kringen van landbouwwetenschappers lijkt er inmiddels dan ook consensus te bestaan voor de tweede mogelijke aanpak; planten die van nature al tegen zout kunnen, geschikt maken voor moderne teeltmethoden. ,,Wat daar eerst en vooral voor nodig is, is een goed irrigatienet'', stelt Bogemans. ,,Voor een optimale teelt moet je het zoutgehalte goed kunnen controleren. Alleen zeewater is zelfs voor dit soort planten vaak te zout voor een goede oogst. Ook in deze landbouw zal je dan ook altijd afhankelijk blijven van op zijn minst een beetje zoet water. Op die manier kun je de smaak van de groente ook controleren; niet te slap zoals deze verregende plantjes nu. Maar ook niet te zout, want lamsoor heeft toch al een vrij typische eigen smaak.''

In een later stadium, wanneer hij de teelttechniek en de zaadproductie voldoende onder controle heeft, wil Bogemans zich wellicht ook gaan toeleggen op de veredeling van zoute groenten. ,,Bijvoorbeeld lamsoor heeft een eenjarige en een tweejarige variant. Er is al aan gewerkt om die eenjarigheid uit het cultuurgewas te kweken. Dan heb je namelijk geen last meer van planten die in het hoogseizoen 'doorschieten' om bloemen te vormen.''

Op het veredelde verlanglijstje van Bogemans staat verder nog een plant met een natuurlijke resistentie tegen ziekten en één die mooie volle, rechtopstaande blaadjes heeft, ,,zodat de oogst zich ook machinaal laat snijden.''

In het rapport van de Europese onderzoeksgroep wordt becijferd dat bij de juiste omstandigheden tot 30 ton lamsoor per jaar van een hectare kan worden geoogst. Begin jaren negentig werd de Nederlandse vraag becijferd op 120 ton per jaar, een vraag die naar schatting met ongeveer 10 procent per jaar is gestegen. Bogemans moet dan ook erkennen dat een Nederlandse markt die momenteel al met een kleine acht hectare kan worden bediend niet veel boerenhanden op elkaar zal krijgen.

Bovendien zal ook tegen een vooroordeel van bepaalde liefhebbers moeten worden opgebokst. Want als je het bijvoorbeeld aan Kees Boudeling vraagt, de eigenaar van een specialiteitenrestaurant in Kruiningen, ,,smaakt gekweekte lamsoor slapper dan die uit de natuur.'' Enig chauvinisme lijkt Boudeling daarbij niet vreemd. ,,Want'', zo meent deze schaarse vergunninghouder voor wildoogst, ,,zelfs de planten die rond de Waddenzee worden gesneden smaken minder dan onze Zeeuwse.''

In Zeeland werden lamsoor en zeekraal ooit ontdekt als goedkoop voedsel voor de armen. Maar inmiddels is het een delicatesse die alleen met een vergunning van de provincie voor ten hoogste vijf kilo per dag voor eigen gebruik mag worden geoogst. Door die natuurbeschermende maatregel van de Zeeuwse overheid moeten de lamsoor en zeekraal die je hier en daar in de groentewinkel kan kopen vooral uit Picardië komen.

Joost Bogemans erkent dan ook dat de marketing van zoute groenten minstens zoveel aandacht verdient als de teelttechniek. Anderen zien die horden een stuk minder hoog. Zo betoogde milieudeskundige Wouter van Dieren afgelopen zondag in het Vara Radioprogramma Vroege Vogels dat zoute landbouw niet alleen een deuk kan slaan in het wereldvoedselprobleem, maar ook in het overschot aan CO2 in de atmosfeer. In Baja California, in het westen van Mexico werkt Van Dieren samen met het Amerikaanse Ocean Desert Enterprises aan tientallen hectaren experimentele zoute akkers die de basis moeten vormen voor uiteindelijk vele duizenden hectaren woestijnbedekking. ,,Je legt op die manier een hoop CO2 vast en en passant kweek je met de vezels van bijvoorbeeld zeekraal een prima bouwmateriaal en met de zoute groenten ook prima voedsel voor mens en vee.''

Bogemans beziet die grootschaligheid wat voorzichtiger. ,,Wij hebben met ons Europese project ook ervaring in Tunesië. Maar ik zie een conservatieve Arabier nog niet zo snel lamsoren aan zijn kamelen voeren, laat staan dat hij het zelf op grote schaal gaat eten.'' Getuige de vele sporen en keutels in het proefveldje van Bogemans hebben de Zeeuwse reeën en konijnen in ieder geval geen moeite met de zoute groenten. Zelf eet de onderzoeker ze het liefst met zoete worteltjes en vette vis.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden