Lamlendigheid heerst

Ze gaf vorig schooljaar een jaar Nederlands op een havo/vwo-school enverlangde daar voor het eerst naar haar pensioen. Hester Macrander,entertainer en columnist beschrijft wat er mis is op de middelbare school.Hoe dichter het eindexamen nadert, hoe meer alle creativiteit blijkbaarafgeknepen moet worden.''

Het onderwijs zorgt voor de meeste overspannen werkenden, bleek in juliuit cijfers van het CBS. Dat verbaast me niks. Ik heb het dit afgelopenschooljaar geprobeerd, als docent Nederlands op een havo-vwo, maar ik benweer opgestapt. Het rendement van wat je doet is laag: jouw inspanningenleveren geen evenredig resultaat op bij de leerlingen. Mijn doorgewinterdecollega's zeiden dat ik te hoge verwachtingen had, maar met weinig genoegennemen geeft toch geen voldoening? Het was mijn eerste vaste baan, het wastevens voor het eerst dat ik naar de pensioengerechtigde leeftijd gingverlangen.

Ik had niet het gevoel iets van betekenis te doen en vooral: ik hadniet het idee enige invloed hierop te kunnen uitoefenen. Ik moest mee inhet systeem. Als dat niet tot een burn-out moet leiden...

Vanuit mijn free-lance bestaan in de commerciële wereld weet ik wathard werken is, wat stress is, maar je brengt wel iets tot stand waar jetrots op kan zijn. In het onderwijs heb ik hard gewerkt, maar het wasvooral energieverspilling, ook bij de leerlingen trouwens. Docenten werkenzich drie slagen in de rondte, terwijl leerlingen in de bank hangen,wachtend tot deze saaie periode uit hun leven voorbij is. Als eenwillekeurig bedrijf hc)hc)n week zou draaien met de inspanningen dieleerlingen in het voortgezet onderwijs leveren, dan was het failliet.

Ik heb het hier over het groepsgewijze onderwijs in kuddes van maximaal30 leerlingen in een eindeloze reeks van 50-minutenlessen, de vaakstvoorkomende vorm. Niemand houdt overzicht over de totale studiebelastingqua huiswerk, proefwerken en werkstukken. De leerlingen raken overspoelden ontwikkelen een ongeïnteresseerde, consumptieve houding. Als docent gaje steeds harder werken om de ongeïnteresseerde meute te boeien. Zonderresultaat, want je bestrijdt een systeem. Voor werkelijk contact met deleerlingen is nauwelijks tijd. Nog geen twee minuten per leerling per les.Het duurt tot de herfstvakantie voordat je alle namen kent. Dat is te lang.Het is nuttiger in kortere tijd intensiever te werken, dan een heel jaartwee of drie keer per week alle groepen een lesje te geven.

Ik heb mijn best gedaan er iets van te maken, maar leerlingen behandelenje als een hond. Niet allemaal natuurlijk, maar overwegend is er weinigrespect. Ze konden mijn pogingen de lessen leuk te maken wel waarderen;toch vond ik regelmatig de gekopieerde columns die ik van jongerensites hadgeplukt terug onder de bank. Ik kan het ze niet kwalijk nemen; in eensysteem waarin zij zo weinig te doen willen hebben, ben ik hun natuurlijkevijand. Het is de kunst niet in een onmogelijke strijd met hen teverzanden. Bordewijks Bint blijkt nog steeds actueel. Het is ondermijnendvoor je persoonlijk welzijn om als hond behandeld te worden. Ook ga je doorde bankhangers verschrikkelijk aan je capaciteiten twijfelen. Mijn ervarencollega-docenten zeiden dat ik er wel aan zou wennen. Ik kies echter nietvoor eelt op mijn ziel. Natuurlijk waren er ook succesjes, zoals enkeleprachtige teksten van hen, of een leerling die mijn vak aanvankelijk haatteen later leuk begon te vinden, maar al met al overheerst in het klaslokaalde lamlendigheid. De verveling van leerlingen is nauwelijks te doorbrekenen van het meeste schoolwerk zien ze het nut niet in.

Het vak van docent houdt aldus een negatieve vorm van opvoeden in: dekudde in bedwang houden. Daarbij vecht je tegen nutteloze groepsprocessen.Soms heb je een klas waarin hc)hc)n groep leerlingen je aandacht continu opnegatieve wijze opeist. Of je hebt een klas die het onderling zo leukheeft, dat geen enkele docent ertegenop kan. Wat rest zijn dwangmiddelen:proefwerken en cijfers. Dat systeem van cijfers - in plaats van inhoud -staat erg centraal. Leerlingen leren daardoor als belangrijkste vaardigheidte gehoorzamen, terwijl zelf iets tot stand brengen, origineel en creatiefzijn, een oordeel vormen, weetgierigheid volgen, eigenschappen zijn die inde buitenwereld veel meer gewaardeerd worden.

Onbegrijpelijk, dat leerlingen, ouders hc)n docenten niet in opstandkomen tegen deze tijd- en energieverspilling. Ouders zien de saaiemiddelbare schoolperiode voor hun kinderen als onontkoombaar (hetpapiertje!), maar zuchten wel over het feit dat het kroost met zo weinigplezier naar school gaat. De verveelde desinteresse die leerlingen ten toonspreiden, of de dwarse muiterij die anderen op touw zetten, wordt gewetenaan de puberteit. Dat is onzin, waarmee iedere verantwoordelijkheid van hetschoolsysteem ontlopen wordt. Jongeren zijn fantastische mensen, die eenenorme prestatiedrift kunnen vertonen, mits je hun motor weet temobiliseren. Ik riep het afgelopen jaar wel eens tegen mijnpuberbankhangers: 'Als deze vorm van onderwijs je niet bevalt, stap dannaar de directie en eis beter, ander, leuker onderwijs. Je ouders betalenervoor!' De leerlingen keken me vreemd aan en dachten dat ik een grapjemaakte.

In alle experimenten met 'het nieuwe leren' is nog niet bewezen datleerlingen meer leren (zie de serie artikelen in Trouw van dit voorjaar),maar wel dat ze met meer plezier leren. Dat heb ik ook mogen ervaren. Iknam deel aan een experiment met onderwijsvernieuwing, waarover ik vorigjaar in deze krant berichtte. De gymnasiumafdeling, 'Gymnasium+', werkt methalf vraaggestuurd onderwijs waarin leerlingen projecten opzetten, die jeals docent begeleidt. Daarnaast krijgen ze half aanbodgestuurd onderwijs:het ouderwetse systeem, maar dan tot de essentiële basiskennisteruggebracht. Hier had ik het naar mijn zin. Leerlingen stroomden dikwijlsover van enthousiasme voor hun projecten; dan kan je tenminste werken ener was ook wederzijds respect.

Leerlingen horen zich drie slagen in de rondte te werken en de docenthoort in de bank te hangen en toe te kijken, waarbij hij af en toe ietsroept wanneer dat nodig is. Op het gym+ verwonderde een collega van mijzich erover dat hij daar zo weinig te doen had. Eerlijk gezegd vond ikbetaling en inspanning daar in evenwicht. Het onderwijs beknibbelt namelijkook nog eens op de mensen die het echte werk doen. Niet voor niets vluchtenvele onderwijsgevenden in leidinggevende taken.

Overigens, als je van buiten het onderwijs komt en leuke, inhoudelijkebagage meeneemt, telt dat niet mee in je honorarium. Zo krijg je nooitinteressante mensen uit het bedrijfsleven de scholen in, wat zo goed zouzijn voor het onderwijs. Sterker nog: kennis en ervaring die zij-instromersmeebrengen wordt niet gebruikt.

Als nieuwe docent wordt je een lesmethode, een proefwerkmap en eenlesrooster in handen geduwd. Ga maar aan het werk. Wat je aan interesse ofmotivatie meeneemt doet niet ter zake. Voor docenten is er immers geendifferentiatie mogelijk: iedereen draait hetzelfde lespakket, in hetzelfdetempo en gebruikt dezelfde proefwerken om de stof te testen. Slechts opdetails kan je iets aan de lesstof veranderen. Nee, het is geeninspirerende werkomgeving.

Uiteraard kwam ik in botsing met het systeem. Als mijn leerlingen eenonvoldoende hadden voor een proefwerk moesten ze het van mij overmaken. Inmijn naïviteit dacht ik dat ik zo voldeed aan mijn plicht als docent: deleerlingen kregen de stof onder de knie. Maar ik moest mijninhaalproefwerkmethode staken, omdat mijn collega's geen zin hadden'eindeloos proefwerken bij te maken'. Mijn ervaring is dat leerlingen bijde eerste herkansing een voldoende hadden. Wat heeft het voor zin devolgende stof te behandelen als de vorige niet beheerst wordt? Dat leidtonherroepelijk tot de volgende onvoldoende. Dat leidt weer totzittenblijvers, die het jaar daarop nog gedemotiveerder in de bank hangenen een hele klas in een negatieve spiraal van niks-doen kunnen meetrekken.

Ik ben gewend zelf materiaal te ontwikkelen, dus die voorgekauwdemethodes en eindeloze invuloefeningetjes legde ik zo veel mogelijkterzijde. Collega's roepen dan dat je de eindtermen in de gaten moethouden. Hoe dichter het eindexamen nadert, hoe meer alle creativiteitblijkbaar afgeknepen moet worden. Bij voorkeur gaf ik schrijfopdrachten,want daar gaat het toch om: taal als communicatiemiddel. Er was hc)hc)ncomputerlokaal, als je geluk had was het vrij, maar er stonden te weinigfunctionerende computers. Aldus kon ik niet de hele klas rustig aan eentekst laten werken. Aan een computer werkt een leerling veelgeconcentreerder. Ook invuloefeningen worden op een computer leukespelletjes. De directie rekende echter alsmaar voor hoe duur zo'n ding is.De digitale revolutie is op scholen onvoldoende doorgedrongen, terwijldaarin de echte vernieuwing schuilt. Klassen zijn feitelijk niet meernodig, de frontale docentgestuurde onderwijsvorm is achterhaald. Metcomputers kan je veel meer doen en je menskracht kan je beter inzetten.

Leerlingen willen niets liever dan dat er lessen uitvallen en ze rennenna de laatste les zo snel mogelijk de school uit. Blijkbaar is wat er indat gebouw gebeurt een knellend keurslijf, waarin je zo min mogelijk urenmoet zoet brengen; terwijl het zo mooi zou kunnen zijn.

Wat zou onderwijs voor jongeren moeten zijn? Op dit moment is eenjongere een onaf mens, die middels de leerplicht wordt beschermd tegenuitbuiting, en waar je in afgezonderde gebouwen kennis in dient te stoppen.Aan docenten de taak om deze potentiële energiebommen iets bij te brengenen te testen op enkele vaardigheden. Cognitieve vaardigheden bezitten isslechts hc)hc)n kunstje van de vele die een mens tot mens maken. Dit tamelijksaaie kunstje staat op de middelbare school erg centraal. Ik pleithelemaal niet voor een meer vrijblijvende vorm van onderwijs, integendeel.Ik vind juist dat er meer gepresteerd zou kunnen en moeten worden.

Elke school doet wel iets aan onderwijsvernieuwing, maar het blijvenkleine, geleidelijke veranderingen. Van mij mag het drastischer. Scholenzouden vooral minder gesloten bastions moeten zijn. De maatschappij moetde school in en de school moet de maatschappij in. Regelmatig zoudenleerlingen en docenten elkaar moeten laten zien wat er gepresteerd is,zodat er iets van trots en inspiratie kan ontstaan.

Ik heb veel respect voor collega's die energiek bezig zijn te zoekennaar nieuwe vormen binnen het uiterst taaie bestaande systeem, maar ditgeduld heb ik niet.

En laten we vooral niet vergeten: de meeste weerstand tegen veranderingkomt van binnenuit. Docenten zijn namelijk moe en doen de dingen het liefstzoals ze het kennen. De roep om verandering zal vooral van hen moeten komenom wie het gaat: de leerlingen en hun ouders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden