Lak aan conventies, eindelijk vrijheid

In het Rijksmuseum opent vandaag een expositie met laat werk van Rembrandt. De kunstenaar schildert in zijn laatste jaren zo invoelend, dat al zijn personages oude bekenden lijken.

Dit is misschien wel de mooiste expositie van je leven, belooft directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum. 'Rembrandt op de top van zijn kunnen'. 'Zalen waar het vuurwerk van de wanden spat'. Als je met zo veel superlatieven de zalen van het Rijksmuseum wordt ingestuurd voor de tentoonstelling over de late werken van Rembrandt, roept dat onwillekeurig scepsis op. Is dat niet allemaal slimme marketingtaal? De Engelse kranten schreven juichend over 'The late Rembrandt' die de afgelopen maanden - in een wat andere samenstelling - al te zien was in de National Gallery in Londen en daar een kwart miljoen bezoekers trok. Maar dan nog, we weten al dat Rembrandt onze grootste kunstenaar is. Wat valt daar nog aan toe te voegen?

Betovering

Om eerlijk te zijn: in de eerste zaal slaat de betovering al toe. En in de laatste zaal... nee, dat gaan we nog niet verklappen. Negentig schilderijen, tekeningen en etsen zijn er te zien, mooi uitgelicht op donkere wanden. Het is onwaarschijnlijk - alleen al vanwege de hoge kosten - dat zoveel werken van formaat de komende decennia nog eens bij elkaar komen.

De conservatoren Gregor Weber en Taco Dibbits kozen niet voor een chronologische of thematische presentatie. Dat vonden ze te saai. Ze rangschikten de werken naar de 'obsessies' van de kunstenaar, zoals zijn experimenteerdrift, zijn weergave van het alledaagse leven, van emoties en intimiteit, zijn fascinatie voor licht en voor apostelen.

Alle werken komen uit de laatste zeventien jaar van zijn leven, van 1652 tot zijn dood in 1669. Rembrandt verandert dan radicaal van stijl. Hij gaat zichzelf als het ware opnieuw uitvinden. Zijn onderwerpen worden emotioneler, zijn techniek experimenteler. Had hij last van een midlifecrisis? Voelde hij zich een miskend genie? Er is in de aanloop naar de tentoonstelling volop gespeculeerd over de reden van de stijlbreuk. Hij zou na het voltooien van 'De Nachtwacht' in 1642 aan een burnout hebben geleden. Anderen veronderstellen dat het te maken had met de dood van zijn vrouw en zoon Titus en andere ingrijpende ervaringen.

Aannemelijker lijkt dat Rembrandt gewoon klaar was met de stijl waarin hij jarenlang had gewerkt. Een aanwijzing daarvoor is te vinden in een biografie uit 1718 waarin Rembrandt wordt geciteeerd: "Als ik mijn geest uitspanninge wil geven, dan is het niet eer die ik zoek, maar vrijheid." Je zou het ook zo kunnen formuleren dat Rembrandt in de herfst van zijn leven lak had aan conventies en helemaal 'los' wilde gaan als kunstenaar.

Maar zeker weten doen we niet - er zijn geen dagboeken - waarom hij zo expressief, invoelend en ook zo modern is gaan schilderen. Het is niet bekend wat hij van zijn diepste zieleroerselen heeft prijsgegeven in verf. Maar als er ergens een antwoord is te vinden, is het wel daar, in de verf.

Laten we maar gaan kijken, om te beginnen naar de drie zelfportretten in de eerste zaal, uit 1659, 1661 en zijn sterfjaar 1669. Het is alsof hij meteen de regie in handen neemt. Hier ben ik, Rembrandt. Zelfbewust presenteert hij zich aan de kijker: op het eerste portret in zichzelf gekeerd en melancholiek; vrolijk en schalks op het zelfportret als de apostel Paulus; en in zijn sterfjaar als een broze man die mildheid en tevredenheid uitstraalt. Je kijkt naar de portretten, maar eigenlijk kijkt Rembrandt naar jou. Het lijkt of zijn ogen je volgen.

Meedogenloos

Rembrandt heeft zich nooit iets aangetrokken van ideeën over wat mooi en lelijk is. Hij wilde de werkelijkheid zo eerlijk mogelijk weergeven, schilderen 'naer 't leven'. Dat geldt ook voor zijn zelfportretten. Meedogenloos legt hij zijn verouderingsproces vast, geen rimpel of adertje is verdoezeld. Toen het geïdealiseerde schoonheidsideaal van de Griekse en Romeinse klassieken in de mode raakte, bleef hij onverstoorbaar bedelaars en kreupelen afbeelden. Ook ging hij naar het galgenveld om het bungelende lichaam van Elsje Christiaens te tekenen. Haar slappe lichaam staat nu voor altijd op het netvlies. Daar had Rembrandt maar een paar rake streken voor nodig, net zoals hij in enkele subtiele vegen de intimiteit van een slapende jonge vrouw wist te vangen.

Kleine tekeningen en minuscule etsen worden afgewisseld met grote schilderijen die van de muur knallen. Hopelijk leidt dat er niet toe dat bezoekers voorbij lopen aan de kleinere werken. Daar zitten zoveel juweeltjes bij. Fascinerend om te zien hoe Rembrandt zijn prenten extreem weet te verduisteren en dan toch net genoeg sprankjes licht toevoegt om Jozef en Maria in de donkere stal te onderscheiden. Er is veel te zien op zijn etsen, maar dat vergt intensief kijken. Je vraagt je af of dat mogelijk is te midden van de verwachte mensenmassa.

Aandachtig moet je ook kijken naar de schilderijen om te ontdekken wat Rembrandt allemaal deed met verf. Hij gebruikte niet alleen kwasten, hij 'metselde' de verf ook met het paletmes op het doek. Hij veegde en kraste erin en was hiermee zijn tijd ver vooruit. In de rode jurk van de Joodse Bruid kun je een stukje van een schilderij van Rothko zien, zoveel opgloeiende lagen zitten erin. En de apostel Bartholomeus, geschilderd met korte en lange streken dikke verf, had door Van Gogh geschilderd kunnen zijn. Meesterlijk verbeeldt Rembrandt het lot van de apostel, die levend werd gevild en onthoofd. Door de dikke plakken verf waarmee hij de huid heeft weergegeven, lijkt het alsof het villen al heeft plaatsgevonden.

Bekenden

Je lijdt mee met de arme apostel, en ook met de stervende Lucretia, die zelfmoord pleegt na een verkrachting; net zoals je geniet van de warmte die afstraalt van het 'Familieportret'; vertederd wordt door de bleke benen van de badende vrouw; ontroerd wordt door de stervende Jacob en jezelf terugziet in de dromerige blik van de 13-jarige Titus. Alsof het allemaal bekenden zijn.

Alle menselijke emoties komen voorbij, verscholen in de verf van Rembrandt. Natuurlijk is het niet alleen de verf. Rembrandt moet een diepe bewogenheid met mensen en veel levenswijsheid hebben gehad om ze zo invoelend te kunnen schilderen. Gaandeweg kom je steeds meer te weten over Rembrandt zelf, hoe hij in het leven stond en naar mensen keek.

Aan het eind laat hij ons heel dichtbij komen. In de laatste zaal hangt zijn allerlaatste zelfportret. Zijn gezicht met blauwige adertjes is pafferig. Op haast klinische wijze schilderde hij zijn slappe wangen en onderkin. Rustig en tevreden kijkt hij je aan. Daarnaast hangt het schilderij 'De presentatie in de tempel' dat hij bij zijn overlijden onvoltooid achterliet. Ingetogen verbeeldt hij de emoties van de stervende Simeon met in zijn armen het kind Jezus. Simeon wist dat hij pas mocht sterven als hij de Messias had gezien. Hij dankte God met de woorden "Nu laet ghy, Heere, uwen dienstknecht gaen in vrede". Rembrandt maakte dit schilderij in opdracht. Je mag het misschien niet opvatten als een laatste persoonlijke getuigenis. Toch zie je hoe Rembrandt net als Simeon vrede heeft met het leven.

Of dit de beste expositie van de eeuw is, is moeilijk te zeggen. Het is wel een tentoonstelling om nooit te vergeten.

De tentoonstelling ¿Late Rembrandt¿ is te zien tot en met 17 mei in het Rijksmuseum in Amsterdam

Drie kunstredacteuren van Trouw kiezen op de tentoonstelling 'Late Rembrandt' hun favoriete schilderij en leggen uit wat er voor hen zo bijzonder aan is.

Lucretia, 1666 Minneapolis Institute of Arts

Hoe oud zou ze zijn? Lucretia, die na een verkrachting niet kan leven met de smaad, heeft haar jurk kapot gesneden en een mes in haar hart gestoken. Haar witte hemd kleurt rood, ze houdt zich staande door een koord vast te pakken. Het hemd is een staaltje knap schilderen, de compositie is met die geheven arm en dat koord perfect. Maar het boeiendst is toch die lijdzame uitdrukking op het gezicht van dat meisje dat nog met haar leven moest beginnen. Verdrietig, berustend, veel te jong voor zo'n grove daad.

Sandra Kooke

Titus aan de lezenaar, 1655 Museum Boijmans Van Beuningen

Dromerig kijkt Titus voor zich uit. Waar is hij in zijn gedachten? Vast niet bij de sommen die hij nog moet maken of het opstel dat hij pas half af heeft. Even waan je je ook zelf weer het kind dat midden in het geroezemoes of tijdens een saaie les op school zomaar kon wegdromen. Dit intieme portret van Titus, de zoon van Rembrandt, was altijd al een van mijn lievelingen. Op de Rembrandt-tentoonstelling hangt Titus naast het portret van een lezende oude vrouw. Je smelt weg bij de combinatie van het wijze oude vrouwengezicht en dat bleke jongenssmoeltje.

Henny de Lange

Portret van Margaretha de Geer, ca. 1661 National Gallery, Londen

Normaal hangt ze in Londen, maar deze onverzettelijke vrouw op leeftijd is een echte Hollandse. Het is Margaretha de Geer, echtgenote van Jacob Trip. Die werd ook door Rembrandt geschilderd en de portretten horen naast elkaar te hangen. Maar Margaretha kijkt niet deemoedig opzij naar haar man, zoals in dergelijke pendanten gebruikelijk was. Met haar holle, duistere oogjes kijkt ze jou indringend en koud aan. Als was ze een hautaine vorstin. De flinke linkerhand lag eerst in haar schoot, maar rust nu koninklijk en onwrikbaar op de stoelleuning. Met die grote handen bestierde ze nog tien jaar na Jacobs dood haar machtige Dordtse koopmansfamilie. Je ziet het aan haar af.

Peter van der Lint

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden