Lager aantal moslims zegt niet zo veel

Geen 850.000, maar 200.000 praktiserende moslims in ons land. Wordt Nederland beter van dit nieuwe cijfer?

Het zou een geruststelling kunnen zijn voor al die Nederlanders die een tsunami van moslims, de islamisering van het land en het juk van de sharia vrezen: er zijn, volgens onderzoek van het Instituut voor Integratie en Sociale Weerbaarheid van de Rijksuniversiteit van Groningen, in Nederland 200.000 praktiserende moslims. Dat is veel minder dan tot dusver werd aangenomen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) haalde eind vorig jaar de schatting van het aantal moslims al flink naar beneden, naar 850.000. Er was lang een aantal van 1 miljoen aangegeven. Met die hoge aantallen gingen politici aan de haal. Pim Fortuyn werd zo’n beetje als eerste verweten dat hij anti-islam was; hij wilde de grenzen dichtgooien. Hirsi Ali waarschuwde voor een moslimmeerderheid en invoering van islamitische wetten (sharia) en Geert Wilders sprak van een tsunami van islamisering.

Wilders gebruikte cijfers van het CBS in zijn film Fitna, in een fragment over het Nederlandse straatbeeld. De geplaatste statistiek toonde aan dat er in 1909 in Nederland 54 moslims woonden. Via 1399 in 1960 en bijna een half miljoen in 1990, staat onderaan het aantal van 944.000 in 2004. Wilders ging gemakshalve voorbij aan het feit dat het CBS allang een ander, lager cijfer hanteerde.

„De cijfers zijn politiek uitgebuit”, zegt Driss El Boujoufi van Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). „Ik weiger nu te zeggen: zie je wel, het zijn er ’maar’ 200.000, dus waar maken jullie je druk over? Het gaat niet om aantallen moslims, homo’s of gereformeerden. Die cijfers zijn niet in het belang van de samenleving. Het gaat erom dat we elkaar gaan accepteren.”

„Ik hecht niet zoveel waarde aan die 850.000, maar ook niet aan de 200.000. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen”, zegt Yusuf Altuntas van de Turkse moskeeorganisatie Milli Görüs. „Het is te simplistisch te denken dat je met dit lagere aantal de achterban van Wilders en Verdonk kunt geruststellen. Het was waarschijnlijk zelfs beter als er meer belijdende moslims zouden zijn. Die zorgen niet voor overlast. Waren die jongens op straat, waar de samenleving zo’n last van heeft, maar meer met hun geloof bezig.”

De Groningse onderzoeker Anand Blank stelt het door het CBS geschatte aantal niet ter discussie. „Het enorme verschil komt gewoon door een verschil in definitie van wie moslim is.” Blank deed onderzoek naar de preken van imams en werd nieuwsgierig naar de reikwijdte van die boodschap. Hij schatte het aantal moskeebezoekers, in de 480 moskeeën van het land, op 50.000 mannen. Met hun vrouwen en gemiddeld twee kinderen komen de onderzoekers op 200.000 praktiserende moslims. Een moskee bezoeken, bekent Blank, is inderdaad niet de enige maar wel een belangrijke manier om je geloof te praktiseren. „Net zoals dat volgens mij voor christenen en kerkbezoek geldt.”

Maar wanneer is dat moskeebezoek gemeten, vraagt El Boujoufi zich af. Tijdens het vrijdaggebed zijn heel veel moskeeën goed bezet en tijdens de ramadan puilen ze uit. „Als je tijdens het Kerstfeest gaat tellen, zal je waarschijnlijk ook niet zoveel merken van de ontkerkelijking van christenen en de individualisering van het geloof.”

Moslims krijgen veel meer kinderen, doen massaal aan gezinshereniging en worden in 2050 de grootste groep in Nederland. Dat toekomstbeeld van Wilders is volledig uit de lucht gegrepen, zei Joop de Beer, prognosemaker van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, het NIDI, eerder.

„Er is geen statistisch bewijs voor een toekomstige meerderheid van moslims.” Het NIDI waarschuwde niet voor een tsunami van moslims, maar wel dat Nederland in 2050 vol zit met Polen en bejaarde stellen.

Jan Mahmood Beerenhout zette, in een ingezonden brief in deze krant, ook vraagtekens bij de cijfers van het CBS. De gepensioneerde ambtenaar, zelf moslim, schreef dat de meeste moslims in Nederland dat slechts in culturele zin en niet in religieuze zin zijn. Het aantal belijdende moslims dat hun godsdienst praktiseert, slinkt, zei Beerenhout. „De salafisten, die hopen dat de Islamitische Staat der Nederlanden nakend is, horen dat niet graag, maar het past ook niet in het verwilderde straatje van politiek en maatschappelijk slecht geïnformeerde angstige politici, zoals Wilders.”

In de gepolariseerde samenleving heerst een sfeer dat moslims, allochtonen, Marokkanen en ettertjes synoniemen zijn. Cijfers over die groepen krijgen de hoogste prioriteit. „Wij kunnen er niets aan doen dat politici onze cijfers soms een bepaalde lading meegeven. Wij zijn er voor de feiten”, zegt demograaf Jan Latten van het CBS. „Nederland telt 850.000 moslims. Ik ben niet verrast door het cijfer van die Groningse onderzoekers. Hoe meer eisen je aan een groep stelt, hoe kleiner die wordt. Zo gaat dat.”

„Wat is de definitie van een praktiserend moslim? Iemand die vijf keer per dag thuis of op zijn werk bidt? Of iemand die elke vrijdag braaf naar de moskee gaat?”, zegt Altuntas.

„Of er nou 200.000 of een miljoen moslims zijn: het gaat uiteindelijk om die ene vreemde figuur die het voor alle Nederlanders kan verpesten.”

„Laten we ophouden ons blind te staren op of zorgen te maken over aantallen”, besluit El Boujoufi. „Het gaat om vrijheid van geloof voor alle Nederlanders. En we zíjn allemaal Nederlanders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden