Lagat trimt buik eraf en loopt door naar top

Op het strand bij Egmond leken meer Nederlanders te lopen dan ooit, maar waar het op ècht hardlopen aankwam, heersten Afrikanen. De neergang van de Nederlandse wegatletiek wordt er slechts door geaccentueerd. De onbevangen winnende Keniaan Lagat - drie jaar geleden nog trimmer - versus de geobsedeerde Luc Krotwaar. Beiden willen Atlanta halen, de doelstelling in de Olympische race lopen ver uiteen.

Een loopcarrière die voortvloeit uit een westerse welvaartskwaal, die was binnen het rijke Afrikaanse loperscontingent nog niet als verklaring voor uitblinken gesignaleerd. De ontwikkeling van de sportieve loopbaan van de voormalig administratief medewerker op het Keniaanse ministerie van onderwijs, begint inmiddels wel aardig in de pas te lopen met illustere voorgangers, zelfs de vergevorderd leeftijd behoeft geen barrière te vormen. Hoeveel jongeren schoten niet als een komeet omhoog om al snel over de kop gejaagd weer in de vergetelheid te geraken? Lagat zegt nietsvermoedend op de Keniaans hoogvlakte te zijn gaan joggen voor zijn lichamelijk welbevinden, totdat hij in de gaten kreeg dat die wijze van voortbewegen hem prima afging. Daarbij hoorde hij van de mogelijkheid om bij wedstrijden in Europa binnen korte tijd een voor Keniaanse begrippen riant salaris te verdienen. In 1995 won hij twee wedstrijden, de 25 kilometer van Berlijn en de Sylvesterloop in Lissabon. Tijdens een sterk bezette wedstrijd met dezelfde naam in het Duitse Ratingen werd hij tweede achter zijn bekende landgenoot Moses Tanui.

In het circus internationale wegwedstrijden zijn dat prestaties om bij organisatoren een voet tussen de deur te krijgen. Zeker nu hij ook de 24ste aflevering van de 'Halve van Egmond' aan zijn lijstje heeft toegevoegd - in een nieuw wedstrijdrecord van 1.03.09 zelfs - stijgt zijn waarde. En krijgt Lagat de juistheid van zijn beslissing bevestigd. Om zich geheel op het lopen te kunnen concentreren, zegde hij zijn baantje achter het bureau vaarwel.

Marktmechanisme

Hoewel de even onbevangen als zelfverzekerde loper pas kort geleden tijdelijk in Duitsland is neergestreken om van daaruit zoals vele van zijn Afrikaanse collega's Europese wegwedstrijden te lopen, weet hij al precies hoe het marktmechanisme in elkaar steekt. Op het laatste moment kreeg hij zijn naam op de deelnemerslijst van Egmond bijgeschreven, zonder dat hij daarvoor een startvergoeding ontving. Waarna hij zijn doel bereikte: “Ik loop hier om naam te maken. Ik wil dit voorjaar de marathon van Rotterdam lopen om me voor Atlanta te kwalificeren. Nu kennen de mensen mij alvast.”

Wie op het mulle strand terug naar Egmond Lagat aan het werk zag, zette zijn geld op een van zijn twee medekoplopers, de Ethiopische asielzoekers Aiduna Aitnafa - lichtvoetig en ogenschijnlijk het beste toegerust op de moeilijk begaanbare ondergrond - of Tadesse Woldemeskel. De derde, de Belg Vincent Rousseau, kwam langs de afnemende vloedlijn met zijn lange pas ronduit slecht uit de voeten en leek kansloos. Maar op de laatste honderden meters straat naar de finish was uitgerekend deze taaie rakker het die het dichtst bij de weggesprongen Lagat kon komen.

Het was het vijfde achtereenvolgende jaar dat Egmond een Afrikaanse winnaar kende. Het is mede tekenend voor de teruggang van de Nederlandse wegatletiek die er min of meer mee wordt gesymboliseerd. En nadrukkelijker wordt geaccentueerd naarmate de lopersmarkt meer wordt overspoeld met Afrikaans talent. Bij de vrouwen is die situatie nog schrijnender. Daar was het Carla Beurskens die voor het laatst zes jaar geleden de triomf in eigen land hield. Gisteren zegevierde de Keniaanse Tecla Loroupe voor de vierde achtereenvolgende maal.

Zelfs de voor Nederland uitkomende Ethiopiër Getaneh Tessema kon door een lichte blessure gisteren het tij voor zijn nieuwe land niet keren. Nu de rechter heeft toegestaan dat Tessema op grond van zijn looptalent (voorlopig) in Nederland mag blijven, mag worden verwacht dat ook vijf andere in Nederland verblijvende lopers binnenkort een verblijfsvergunning voor een jaar krijgen. Maar volgens oud-bondscoach Mattie de Vugt, nu trainer van onder anderen Aitnafa, zijn de vijf in een bizarre pat-stelling terecht gekomen. “Onder druk van de Nederlandse lopers zijn de organisatoren geneigd steeds minder buitenlanders aan te trekken. De Ethiopiërs hebben daardoor steeds meer problemen om startplaatsen te krijgen, ook al omdat het hen niet is toegestaan over de grens te trekken. Van de sociale dienst krijgen ze geen geld omdat ze met hardlopen geld verdienen, hetgeen hen steeds moeilijker wordt gemaakt. En om voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen wordt als eis gesteld dat ze een vast inkomen hebben.”

Dat laatste probleem is mogelijk opgelost nu de Postcode Loterij voor de vijf een sponsorbedrag beschikbaar wil stellen. Als de rechter naar aanleiding daarvan positief beslist over een verblijfsvergunning, en de vijf ook voor Nederland op internationale kampioenschappen mogen uitkomen, komen de lopers uit eigen land helemaal in de verdrukking. Tessema won in zijn eerste Nederlandse jaar immers al drie nationale titels.

De kwaliteiten van Bert van Vlaanderen (in 1993 derde op de WK-marathon) staan daarbij buiten kijf, maar of hij kwalificatie voor de Olympische Spelen kan afdwingen is nog de vraag na een lange periode van inactiviteit. Een half jaar lang revalideerde hij van een rugblessure - beknelde zenuwen veroorzaakten vervelende tintelingen in zijn been - drie maanden moest hij absolute rust houden. Menig ander zou ongedurig zijn geworden, Van Vlaanderen bleef de rust zelve, zoals hij dat in de marathon ook meesterlijk kan. Het zal krap aan worden met zijn voorbereiding op de marathon van Rotterdam (28 april), waarin kwalificatie voor de Spelen moet worden afgedwongen. Hij maalt er niet om, zich realiserend dat Atlanta sowieso een gepasseerd station is als de echte vorm er niet is. Als hij het warme Olympisch strijdperk betreedt, is dat om zo ver mogelijk voorin mee te strijden.

Deceptie

Wat een tegenstelling daarmee vormt Luc Krotwaar, ook een loper uit de stal van manager Michel Lukkien. In Egmond werd hij gisteren knap vijfde, maar lang werd stilgestaan bij zijn deceptie in de marathon van Amsterdam. De pijlen waren enkele maanden geleden gericht op de Olympische limiet maar Krotwaar erkende gisteren dat hij al blij was niet uit de race te zijn gestapt.

Krotwaar lijkt volkomen geobsedeerd door een carrière als fulltime atleet in het algemeen en een Olympische start deze zomer in het bijzonder. Bert van Vlaanderen koos voor een part-time baan naast de atletiek toen zijn loopmogelijkheden al ten volle werden onderkend. Krotwaar gokt totaal op de marathon, waarop hij zich nog voor het eerst moet bewijzen. Lukkien, die ook zijn trainer is, wijst erop hoe chaotisch de loper voorheen bezig was en hoe moeilijk het nu is hem in te tomen. Zo ontstond tijdens de persconferentie na afloop van Egmond zowaar een openbare discussie tussen coach en pupil over de wijze waarop Atlanta kan worden bereikt.

Amsterdam mislukte jammerlijk. De 27-jarige atleet was zeven maanden geblesseerd geweest, werd verrast door de voortvarende wijze waarop hij in vorm raakte en bleek op het selectiemoment reeds een week of vijf, zes over zijn hoogtepunt heen. Bovendien werd hij tijdens de wedstrijd genekt door zijn eigen ongedurigheid. Op de centimeter had hij het parkoers verkend, door er 's nachts en in de vroege ochtend op te trainen. In plaats van zich in de wedstrijd door de hazen te laten meetronen, begon hij zich met de regie te bemoeien, ging zelfs hele gesprekken met de tempomakers aan en verspeelde veel energie.

Hoeveel druk legt Krotwaar zichzelf op, in zijn zucht naar Olympische kwalificatie? In hoeverre heeft hij de dreun van Amsterdam echt verwerkt, zoals hij beweert? In elk geval wil hij half maart in Korea (!) een nieuwe poging wagen om binnen de richtlijnen van NOC*NSF te komen. En lukt het daar niet, dan desnoods - zeer tegen de zin van Lukkien in - in april te Rotterdam nog maar een poging. Dat die mogelijke roofbouw niet bevorderlijk zal zijn voor een eventuele start in Atlanta, daar maalt Krotwaar niet om. “Ik heb me al zo lang voorgenomen me voor Atlanta te plaatsen, dat is mijn belangrijkste doel. Niet het presteren daar. Als ik deze Spelen kan meemaken, is dat een goede ervaring voor volgende kampioenschappen.” En wat als de Olympische race onder vermoedelijk loodzware omstandigheden hem halfdood doet finishen, luidde een vraag. “Half dood finishen is ook een ervaring.” De verbetenheid waarmee Krotwaar lijkt te sporten, had in Egmond geen verlammende uitwerking. Integendeel, de Eindhovenaar die in Bussum in de nabijheid van zijn trainer is gaan wonen, wilde beste Nederlander worden en werd dat ook. Slechts de kopgroep van vier man die hij bij het verlaten van de duinen op de zeven kilometer lange route over het strand voor zich zag, bleef buiten zijn bereik. “Het viel niet tegen. Ik heb zware trainingsweken achter de rug en heb me pas afgelopen week ingehouden voor deze wedstrijd”

Tweemaal reisde Krotwaar naar Portugal om zich onder warme omstandigheden te kunnen voorbereiden. Toen hij zich na de eerste trainingsstage aan een halve marathon in Dronten waagde, sloeg prompt de koude op zijn hamstrings. “Het was hier zo koud, dat ik toen weer voor zeventien dagen naar Portugal ben gegaan. Als het overdag vriest, word ik gewoon niet warm tijdens het trainen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden