...lag Brussel aan de Zenne

,,Drinkt u graag Brussels bier?''. De man die in het boek Arm België uit 1864 van de Franse schrijver-dichter Charles Baudelaire die vraag voorgelegd krijgt, trekt een heel vies gezicht: ,,Neen, nooit! Want Brussels bier, bedenkt U wel, is bier dat meer dan eens de keel doorgaat!''

Frank Kools

Nu ging het Baudelaire slecht toen hij dat schreef. Zijn gezondheid holde achteruit. Drie jaar later stierf hij in een Parijs gesticht. Zwarte humor en sadisme horen bij zijn werk. Aan de Belgen had hij een gruwelijke hekel gekregen. Hij zette zijn verhaal dus zeker aan. Maar feit is dat de Zenne in de negentiende eeuw één grote smeerpijp was.

Een andere, Belgische, auteur, Léopold Couroble, vertelt over het ,,slibachtige en zware water'', waar de hele stad zijn vuilnis inwierp, dat danste ,,in de vette neren die prismatische kleuren weerspiegelden.''[...] ,,En dan had je nog ook nog enorme ratten, behaard als otters, die voorbij zwommen, hun pels verward en drijvend, en een lang spoor achter zich lieten.''

Maar toen Couroble die jeugdherinneringen in 1904 uitgaf, bestond de Zenne van Brussel niet meer. De stad had veertig jaar eerder besloten dat ze weg moest. De rivier waaraan ze was ontstaan en die haar wezen zo had gevormd. De Zenne die bij Brussel hoorde zoals de Seine bij Parijs. Meteen viel ook het doek voor de bekende vishaven van Brussel.

In een enorme operatie die van 1867 tot 1955 liep, werd de Zenne van op het punt waar hij de stad inkwam omgeleid, in kanalen gedwongen en helemaal overwelfd. De rivier die in de Waalse provincie Henegouwen ontspringt, duikt sindsdien aan de stadsrand van Brussel onder de grond om pas weer bij Vilvoorde, in Vlaanderen, op te duiken. Haar water stroomt daarna in de Schelde en vandaar naar de Noordzee.

Hoe Brussel eruit zag toen het nog aan een rivier lag, is goed te zien op een expositie in de Koninklijke Bibliotheek in die stad. De stad leek wat op Brugge, tonen oude zwart-wit foto's. Kleine huizen, met soms nog houten aanbouwsels, hingen schots en scheef boven het water. Alles even dicht op elkaar gebouwd. Het verkeer liep over vele bruggetjes. Hartje stad had je meerdere watermolens.

,,Het was er één donkere warboel'', weet Courouble nog. ,,Een ets van houten krotten gebouwd op ontelbare palen, rottend en vuil, tegen elkaar aanleunend en nauwelijks in evenwicht, en waarvan voor de raampjes met hun gebarsten en smerige ruiten [...] fantastische lompen hangen.''

Officieel wilde het stadsbestuur cholera en andere ziekten weg houden. De Zenne en de dichtbevolkte benedenstad waren een besmettingshaard. Zeker als de rivier overstroomde en rioolslib op straten en in huizen afzette.

Maar de liberale burgemeester Jules Anspach (1829-1879) greep de overwelving ook aan om de benedenstad plat te laten gooien. Weg met al die nauwe steegjes en de krotten. Zoals de architect baron Haussmann eerder in Parijs had voorgedaan, liet hij een nieuwe stadsdeel aanleggen langs een brede en rechte avenue, die de treinstations in het noorden en het zuiden van de stad direct met elkaar verbond. Aan die avenue, die nu Anspachs naam draagt, kwamen een imposant beursgebouw en centrale markthallen. Het Brussel moest niet op het middeleeuwse Brugge lijken, maar op Parijs.

Handig van zo'n brede laan was ook, al sprak het bestuur van de stad dat nooit uit, dat de bereden gendarmerie daar makkelijk charges kon uitvoeren als de socialisten het volk opgeruid hadden. Je kon zelf met een kanon uit de voeten.

Voor de elfhonderd gezinnen die verjaagd werden, zouden nieuwe huizen gebouwd worden, stond in de eerste plannen. Maar die kwamen er nooit. De ontheemden moesten zelf elders maar wat zoeken. Het nieuwe centrum kreeg alleen statige huizen voor de bourgeoisie.

De expositie vertelt kort dat het sindsdien niet beter gegaan is met de Zenne. Ook weggestopt en ingekapseld in een betonnen koker bleef zij Brussels endeldarm. De stad loost ook nu alle afvalwater direct in de rivier. Wie via het Brusselse rioolmuseum tot de gewelven doordringt, kan zelf de bruine smurrie zien, waarop dotten toiletpapier en condooms drijven.

Jaren wordt er al gesoebat over oplossingen. In 1998 moest Brussel een waterzuiveringsinstallatie krijgen, als laatste grote stad in West-Europa. Maar het wordt 2003, klinkt het nu. De Europese Commissie heeft de Belgische staat intussen voor de Hof van Justitie gedaagd vanwege de vervuiling.

Toch sluit de expositie af met een hoopvol geluid. Zo'n honderdtwintig jaar na Anspach krijgt Brussel spijt van 'de moord' op de Zenne. Het wil het water terugbrengen in delen van de haven. Symbolisch liet het stadsbestuur onlangs een fontein bouwen vlak naast de monumentale Bijstandskerk, die de sloopwoede na 1860 overleefd heeft. Er kringelt opnieuw bovengronds water op de plek waar ooit een watermolen stond en zo'n 'vieze' brouwerij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden