Lachen om de onnozelheid van kerels

Janny Klein-Beishuizen 1939-2016

ROB VELTHUIS

In haar voorliefde voor kinderen maakte ze geen onderscheid. Wie voor anderen afweek, was voor haar normaal. Ze wist als kind niet beter dan te leven tussen leeftijdsgenoten met een beperking. Het pure dat ze in hen herkende, gaf haar het optimisme en de energie om in 77 jaar voor een eeuw initiatieven te ontplooien.

Dat deed Janny Klein onvermoeibaar, zichzelf wegcijferend en onvoorwaardelijk gelovend in het goede van de mens. Ze kon zich nauwelijks iemand met kwade bedoelingen voorstellen. Als ze zo iemand opmerkte, moest het een oorzaak hebben. Nooit veroordeelde ze, of bevocht ze iemand. Ze boog liever mee, in de wijsheid dat bomen die buigen het langste leven.

Haar directe omgeving moest soms wennen aan die super positieve levenshouding. Haar echtgenoot Jan Klein, met wie ze in 1962 huwde, had in zijn jonge jaren soms een wat minder positieve kijk op de wereld. Zij leerde hem de andere kant van de dingen zien. Als haar beste vriendin uit Soestdijk een dagje overkwam, kon hij de door haar geroemde eerlijkheid ervaren van iemand met een lichamelijke en geestelijke achterstand.

Van de destijds in beton gegoten rolverdeling in het huishouden was geen sprake. Janny was geen doorsnee gezinsleven gewend. Dingen die bleven liggen, pakte Jan op. Het was de tijd dat ze als gehuwde vrouw schriftelijk toestemming moest vragen om te blijven werken. Ze moest lachen om die door kerels verzonnen onnozelheid. Daar stond ze boven.

Als ze al feministe was - ze las geen Opzij en stond niet op de barricaden - dan was ze dat als een doener die vond dat vrouwen economisch werden achtergesteld. Daarom was ze voorstander van een basisinkomen. Toen ze in de jaren dat ze thuis haar kinderen Ton, Jan Willem en Marina opvoedde pensioen wilde inkopen, kon dat niet. Dat was de bevestiging: moeder zijn en kinderen opvoeden werd niet als werk gezien.

Te vroeg naar haar zin volhardde de Koningin Julianaschool voor moeilijk lerende kinderen in Harderwijk in 1973 in het aanbieden van een baan. Ze gaf toe, maar handelde praktisch: de driejarige Marina ging mee. Zij fietste op haar driewielertje door de gangen en deed haar middagdutje in het kantoor van de directeur. Zo was een cirkel rond: ook haar dochter groeide op tussen kinderen met een achterstand, ofschoon niet zo intensief als zijzelf.

Janny werd geboren in Sneek, waar vader Tammo Beishuizen hoofd buitengewoon onderwijs was. Toen in de oorlogsjaren reizen moeilijk werd, betrok het gezin met dertig schoolkinderen een internaat. Ook na de oorlog in Noordwijk en Soestdijk was Janny niet anders gewend dan met haar vijf broers samen te leven met al die lieve kinderen die haar vrienden werden. Gezamenlijk gebruikten ze de maaltijd en luisterden naar Bijbelverhalen die moeder Dien voorlas. Als kleuter toog ze mee naar school. Daardoor kon ze het eerste jaar lagere school overslaan.

Juf

Speciaal werd heel gewoon. Al jong wilde ze al juf worden in het buitengewoon (nu speciaal) onderwijs. Dat werk deed ze tot 2000 met een combinatie van strengheid en humor. Karakteristiek is de anekdote dat een leerling boos de klas uitliep na 'Tuk Juf' op het bord te hebben geschreven. Ze roept hem terug, vraagt wat hij bedoelt en laat hem het goed opschrijven: 'Kut Juf'.

Haar schoolkinderen konden meer dan werd vermoed, met de juiste aanpak. Met anderen zette ze een leerlingvolgsysteem op en voerde de remedial teacher in. Extra begeleiding in het speciale onderwijs kon eigenlijk niet, maar door de onderlinge verschillen was voor sommigen meer ondersteuning nodig.

Weinigen zagen iets in haar idee van een musical als afscheid van de lagere school, net als in het reguliere onderwijs. Kon dat met deze kinderen? Janny paste er een mouw aan, met aangepaste teksten en voor iedereen een geschikte rol. Desnoods als boom, en wie niet kon zingen, mocht playbacken. Verborgen talenten kwamen boven: de stotteraar zong vloeiend, de teruggetrokken leerling wierp op toneel alle schroom af.

Ook buiten school negeerde ze scepsis om onvermoeibaar aan de uitvoering te werken van de ontelbare ideeën die zij en haar man elkaar toespeelden. Of het nou binnen de politiek, de kerk of het culturele leven was, veel kwam tot stand binnen die twee-eenheid, bekend als Janny en Jan.

Aanvankelijk was ze de vrouw van wethouder Jan Klein. Al paste de passieve rol van toosten op recepties en luisteren naar toespraken haar niet. In de fusie die leidde tot het ontstaan van hun partij Progressief Harderwijk - ze was campagneleider en deed de pr - speelde ze met haar slagvaardigheid een grote rol. "Waar wij bleven hangen in idealen en mooie ideeën, sloeg zij de hand aan de ploeg", aldus een partijgenoot.

"Ik hoop dat jij ooit de man van Janny wordt", vertrouwde ze Jan eens plagend toe. Die beaamt volmondig dat ze dat heeft bereikt. Ook op eigen benen en tegen de stroom in, als mede-grondlegger van het huidige, bloeiende Filmhuis. En Club Extra, gymnastiek en zwemmen voor kinderen met een beperking, zodat ze met meer zelfvertrouwen naar een reguliere sportclub konden. Zo streed ze voor alles met een achterstand. Haar lijfspreuk: 'Denk eerst aan een ander, dan aan jezelf'.

Ze werd de stem van Harderwijk genoemd. Met haar heldere geluid kon ze zingen (in haar jonge jaren in een cabaretgezelschap), toneelspelen, voorlezen en voordragen. Negen jaar lang las ze gedichten voor bij het monument van De Verdronken Vissers, waarbij ze met gevoel voor dramatiek bewust menig traan opwekte.

Aan de andere kant was er de humor en schaterlach die anderen vrolijk maakte. Bijvoorbeeld bij het zien van het bordje 'verboden voor vogels' in de moestuin van haar school. Of als ze terugdacht aan de minister van landbouw uit Kameroen, die op bezoek bij de burgemeester de reusachtige schaal koekjes aanpakte, op zijn schoot zette en onverstoorbaar leeg at.

Humor had ze ook zelf, ze was altijd in voor een 1-aprilgrap die in de gemeenschap de aandacht trok. Bijvoorbeeld toen ze naast het leugenbankje voor de vissers ook een leugenbankje voor vrouwen wilde. Ook vrouwen kunnen liegen, nietwaar?

Positiviteit

Haar kracht putte ze uit onverwoestbaar positiviteit. Wie prettig leeft, zit beter in zijn vel en bereikt meer. Haar soms overdreven aandoende interesse, deed haar puberende kinderen soms twijfelen aan zichzelf. Maar die was altijd gemeend. Toen dochter Marina vier jaar in Zwitserland woonde, stuurde ze haar wekelijks een brief over de dagelijkse beslommeringen. Wie het huis verliet, kreeg bij terugkomst de vraag: 'Je ging weg. En toen?'

In 2012 kreeg Janny een koninklijke onderscheiding voor haar talrijke verdiensten op het gebied van cultuur. Trotser was ze op de gemeentelijke Kultingprijs 1997. Die kreeg ze immers van mensen die wisten wat ze deed.

De strenge christelijke opvoeding van haar vader was bij de jonge Janny grotendeels langs de kleren afgegleden. Liever volgde ze de levenshouding van haar mildere moeder, die sprak van de glimlach van God. Janny geloofde niet in een God die bestaat, maar in een God die er is, zichtbaar in het goede van de mensen.

Met haar man zocht ze ook voor de kinderen naar verbreding van het geloof door verschillende kerken te bezoeken. Onder meer Ekklesia Amsterdam met voorganger Huub Oosterhuis. Een alternatief programma dat ze samen in Harderwijk opstelden voor de catechisatie werd na de eerste zes afleveringen niet voortgezet. Een vraag als 'Wat doe ik als ik me in de kerk verveel?' was kennelijk te vernieuwend.

Zelfs in de laatste moeilijke jaren bleek haar optimisme onverwoestbaar. Op Janny's verzoek werd ze herdacht in Kunstcentrum Catharinakapel, daar waar haar leven zoveel zin had gekregen met wat ze de gemeenschap heeft nagelaten. Daar kon dat in haar stijl: "Lach om wat ons samen heeft doen lachen".

Tijdens haar ziekbed schreef ze een dagboek. Voor Jan was het achteraf indrukwekkend om te lezen hoe ze in die periode in het leven stond. Hoe zielsblij ze was met elk appje van de (klein)kinderen. Er lag een euthanasieverklaring klaar, maar ze wilde voor hen zo lang mogelijk doorleven. Ofschoon ze vanaf het eerste bericht van haar ziekte wist dat ze een doodlopende weg was ingeslagen, troostte de gedachte dat ook daar veel mooie bloemen bloeien.

Jantje Willemina Egberdina Klein-Beishuizen werd op 17 februari 1939 geboren in Sneek en overleed op 10 december 2016 in Harderwijk.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden