'Lachen is alleen mogelijk als contrast tegen het afschrikwekkende'

In Oostenrijk is zelfs voor mensen die nooit een boek openslaan de naam Jelinek al reden tot opwinding. Na de dood van Thomas Bernhard (in 1989) hebben de boulevardpers en extreem-rechts Elfriede Jelinek systematisch tot symbool van hun nieuwe vijandbeeld verheven. Dat het de laatste tijd wat stil rond haar geworden is hangt hier direct mee samen. Anderhalf jaar geleden lanceerde de FP & Ouml; - de rechtse Freiheitliche Partei üsterreich aangevoerd door Jörg Haider - een campagne tegen de vermeend socialistische cultuurpolitiek. 'Wilt U Hüupl, Jelinek, Scholten, Pasterk en Peymann? Of wilt u cultuur?' heette het op affiches die in het hele land werden opgehangen.

MICHAEL DE WERD

De actie herinnerde Jelinek aan middeleeuwse toestanden: “Ik kan mij nu goed voorstellen hoe het bij de heksenvervolgingen is toegegaan. Op zich kunnen zulke mensen mij niet beledigen, maar wat mij getroffen heeft, was het feit dat mijn collega's niet reageerden.” Pas enkele maanden later, nadat zij zelf andere schrijvers op hun gebrek aan solidariteit had gewezen, kwam het tot een soort protestactie van kunstenaars.

Het ergste vindt Jelinek dat de FP & Ouml; klaarblijkblijkelijk succes heeft gehad: “Met uitzondering van burgemeester Hüupl zijn alle personen die op het affiche stonden, van het toneel verdwenen. Het contract van Claus Peymann als directeur van het Burgtheater is niet verlengd. Scholten is geen minister meer, en Ursula Pasterk geen wethoudster van cultuur. Dat is in wezen het angstaanjagende, dat de boulevardpers en de rechtse politici zoveel invloed hebben dat zij mensen die hen niet aanstaan kunnen verwijderen.”

Wat betreft haar eigen persoon heeft Jelinek er zelf aan bijgedragen dat de FP & Ouml; haar zin kreeg. Niet alleen wil zij in de toekomst geen interviews meer geven aan Oostenrijkse media, bovendien mogen haar stukken niet meer in Oostenrijk opgevoerd worden. “In de plaats waar ik woon en waar ik elke dag het openbaar vervoer gebruik wil ik gewoon met rust gelaten worden. Ik wil die affiches niet zien, en ik wil niet door oude vrouwen uitgescholden worden.”

Erg consequent is Jelinek tot nu toe nog niet geweest. Afgelopen zaterdag beleefde haar laatste stuk 'Stecken, Stab, Stangl' zijn première in het Akademietheater, de dépendance van het Burgtheater. Met de opvoering wilde Jelinek niet alleen haar 'lotgenoot' Peymann eren, maar ook “vier dode mannen en hun families uit de anonimiteit halen”.

In 'Stecken, Stab, Stangl' gaat om de vier Oostenrijkse zigeuners die drie jaar geleden bij een bomaanslag om het leven kwamen. De terreurcampagne van de zogeheten BBA (de Bajuwarische Befreiungsarmee), die ook voor talrijke bombrieven verantwoordelijk was, bereikte met deze aanslag zijn hoogtepunt. Enkele weken geleden werd met de werkloze ingenieur Franz Fuchs het waarschijnlijke brein achter de aanslagen gearresteerd. Jelinek ziet in de aanslagen vooral een gevolg van de xenofobe stemming in de samenleving. Het stuk bestaat om deze reden grotendeels uit citaten van de boulevardpers. Misschien dat de boodschap van 'Stecken, Stab, Stangl' wat al te zeer aan de oppervlakte bleef, en dat het daarom ook geen typisch Jelinek-stuk was. In elk geval kreeg het een nogal lauwe ontvangst in de pers.

Dat laatste kan Jelinek echter niet veel schelen: “Ik heb het stuk niet geschreven om goede kritieken te krijgen, maar om te zeggen wat ik zeggen moest. De geplande moord op vier mensen is iets waaraan men als kunstenaar niet voorbij kan gaan.”

Jelinek maakt zich grote zorgen over de politieke ontwikkelingen in Oostenrijk. Een centrale rol hierbij speelt haar aartsvijand, Jörg Haider, de voorzitter van de FP & Ouml;. “Haider is een uiterst gevaarlijke populist die geen politiek bedrijft op basis van analyses, maar op grond van de laagste instincten. Natuurlijk zijn er op de hele wereld dergelijke politici, maar die zijn niet zo machtig als in Oostenrijk. Bovendien vind ik dat men in een land, waarvan zulke afschuwelijke ontwikkelingen als het antisemitisme uit zijn gegaan, minder kan tolereren dan in landen als Engeland en Frankrijk, waar de democratie vaster in het zadel zit.”

Nog bedenkelijker vindt Jelinek het dat de politiek van de regering steeds meer op die van de FP & Ouml; gaat lijken: “Dat is de eigenlijke tragedie, dat de sociaal-democraten uit angst dat Haider de macht overneemt nu al de koers volgen die de boulevardpers en de FP & Ouml; van hen verlangen. Op die manier zullen zij hem nooit kunnen tegenhouden. Waarom zouden de mensen voor een kopie van Haider kiezen, wanneer zij ook op het origineel kunnen stemmen.”

Over Viktor Klima, die sinds begin van dit jaar niet alleen kanselier is, maar tevens minister voor cultuur, heeft zij dan ook nogal gemengde gevoelens. “Ik denk dat hij aan de egalitaire waarden van het socialisme gelooft en in wezen een fatsoenlijk mens is, maar zijn cultuurpolitiek is een catastrofe.” Het feit dat Klima zelf de verantwoordelijkheid voor de kunst op zich genomen heeft, kan, meent Jelinek, nog goed bedoeld zijn: “Hij weet dat de FP & Ouml; tegen de kunst tekeergaat, en wil hen de wind uit de zeilen nemen, door demonstratief voor de kunstenaars te gaan staan.” Maar in de praktijk heeft Klima echter te weinig tijd om zich werkelijk met de kunst bezig te houden, en zou hij niet bereid zijn zich voor 'ongemakkelijke' kunstenaars in te zetten. Tekenend hiervoor is volgens Jelinek dat Klima Claus Peymann de laan uit heeft gestuurd. “Ik zie het nog gebeuren dat hij alleen nog maar populaire kunst subsidieert.”

Nog minder heeft zij op met president Klestil: “Ik heb Klestil nooit gemogen, sinds hij in zijn laatste verkiezingsrede in 1992 zeer direct naar de stemmen van rechts gedongen heeft.” In zijn rede had Klestil gesproken over mensen die de oorlogsgeneratie zwart zouden maken. Aangezien Jelinek zich toentertijd kritisch geuit had over de wijze waarop Jörg Haider met het nazi-verleden omging, hoorde Jelinek in de opmerking een verwijt aan haar adres. De suggestie dat zij een hele generatie zou willen veroordelen beschouwt zij als volstrekt misplaatst. “Ik heb juist medelijden met de jonge mannen die bij Stalingrad hun jeugd moesten opofferen.”

Desondanks ziet Jelinek in de politieke ontwikkelingen in Oostenrijk ook lichtpunten. Het zogenoemde vrouwenpetitionnement en het petitionnement van de katholieke basisbeweging die de laatste jaren plaatsvonden, beschouwt zij als voorbeelden van een nieuwe democratische stemming. Door de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Unie zou het gevaar van een rechtse dictatuur ook een stuk kleiner geworden zijn. “Ik denk dat er niet zulke dramatische veranderingen kunnen plaatsvinden, omdat wij rekening moeten houden met andere landen.”

Eén ding sluit Jelinek pertinent uit, namelijk dat zij zelf de politiek in zou gaan. “Dat zou werkelijk het laatste zijn. De plaats van de kunstenaar is te midden van de machtelozen en de zelf gekozen machteloosheid. Een kunstenaar moet nooit zelf macht nastreven.” Jelinek zal haar engagement dus ook in de toekomst met de pen uitoefenen. Begin komend jaar moet in het Burgtheater de wereldpremière van haar volgende stuk plaatsvinden, waarin de sport het onderwerp is.

Zij ziet de cultus die rond sportlieden ontstaan is als een symbool voor de tendensen die niet alleen in Oostenrijk de politiek beheersen. “Ik ben bang voor de heerschappij van de sportlieden, van degenen die een beroep op de instincten en nationale saamhorigheid. Ik verzet mij ertegen dat in dit land sportieve prestaties verheerlijkt worden, terwijl intellectuele en kunstzinnige prestaties veracht worden.”

In tegenstelling tot de doodserieuze toon van 'Stecken, Stab, Stangl' moet haar volgende stuk ook komische aspecten hebben, hoewel zij zich ervan bewust is dat haar vorm van humor niet door iedereen gewaardeerd wordt. “Bij mij is het lachen altijd alleen mogelijk als contrast tegen het afschrikwekkende. Het is een lachen waarbij men automatisch moet denken aan de discrepantie tussen datgene wat op het toneel plaatsvindt en hoe het in de realiteit plaatsvindt. Het is een intellectueel lachen en dat vindt niet iedereen grappig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden