Labour bezit de sleutel na regeringsbreuk in Dublin

AMSTERDAM - Na een turbulente week in Dublin is de Ierse regeringscoalitie onvermijdelijk uit elkaar gespat. Onvermijdelijk omdat Labour-leider Dick Spring onmogelijk nog langer kon samenwerken met premier Albert Reynolds.

'Nice little Albert' werd de opgestapte Ierse regeringsleider genoemd in de Verenigde Staten en zelfs in kringen van gematigde pro-Britse protestanten in Ulster wegens zijn aandeel in het Noordierse vredesproces. Ook de Britse premier, John Major, kon het uitstekend met Reynolds vinden; hun vriendschap dateert uit de tijd dat zij beiden minister van financiën waren. Maar de man die zich opwerkte van ballroom-eigenaar tot miljonair in hondevoer en vervolgens premier, heeft in eigen land alle krediet verspeeld.

Vragen over de manier waarop hij met partners omgaat, waren er twee jaar geleden al, toen hij een einde maakte aan de samenwerking met de Progressieve Democraten. Kleinerend merkte hij toen op dat die coalitie slechts “een tijdelijk arrangementje” was.

Labourleider Dick Spring ging niettemin met hem in zee, na forse winst bij de verkiezingen eind '92, waarin hij beloofde voor verandering te zorgen in het conservatieve Ierland. De kans dat hem dat zou lukken in samenwerking met Reynolds behoudende Fianna Fail-partij, werd toen al somber ingeschat.

Belangrijke hervormingen bleven uit. Nog steeds is er geen regeling voor het recht op informatie over abortus, waarvoor de Ieren zich in '92 bij referendum uitspraken. En een volksraadpleging over echtscheiding laat ook nog steeds op zich wachten.

Maar er was meer. De schandalen rond de premier en zijn partij stapelden zich op als in de hoogtijdagen van Charles Haughey, die Reynolds middels een coup begin '92 had weggewerkt als partij- en regeringsleider. Zo zorgde Reynolds vorig jaar voor algemene woede - ook in zijn eigen partij - door belastingvluchters in staat te stellen hun geld terug te sluizen in de Ierse economie onder een boete van slechts 15 procent (nog geen derde van wat een gewone arbeider aan belasting betaalt).

Begin dit jaar bleek een Iers paspoort te zijn uitgereikt aan een Palestijn, nadat die drie miljoen gulden had geïnvesteerd in Reynolds' hondevoerfabriek. En in juli kwam uit dat de premier in '87 en '88 als minister van industrie 300 miljoen van de belastingbetaler in de waagschaal had gesteld. Hij liet de staat garant staan voor vleesexporten naar Irak, terwijl ambtenaren waarschuwden dat Bagdad waarschijnlijk niet zou betalen.

De premier wist zich er steeds uit te praten, maar voor Labour werd het steeds moeilijker hem te blijven steunen. Tenslotte had de partij ook beloofd voor 'schoon' regeren te zorgen.

Ondertussen maakte Reynold zich breed in het Noordierse vredesproces, waarvoor hij samen met John Major vorig jaar december de aftrap gaf met de Downing Street Verklaring. Dick Spring, minister van buitenlandse zaken, werd in een bijrol gedwongen. Terwijl juist hij de contacten legde met Noordierse unionisten (die bij Engeland willen blijven) en voor een gunstig onderhandelingsklimaat zorgde door van meet af de aspiraties te temperen om Ierland te herenigen.

Met lede ogen moest Spring bovendien aanzien hoe Reynolds de politieke vleugel van het Ierse republikeinse leger, Sinn Fein, in de armen sloot. Terwijl de steun onder kiezers voor Labour is afgebrokkeld, wordt in Dublin gespeculeerd op lijstverbindingen tussen Reynolds partij en Sinn Fein, die in het noorden van Ierland veel steun geniet. Daarmee zou de ingekrompen Fianna Fail bij verkiezingen de oude kracht kunnen herwinnen.

Redenen genoeg voor Spring om op een kans te wachten zich van Reynolds te ontdoen. Die kwam met de omstreden benoeming van de conservatief Harry Whelehan tot voorzitter van het Hooggerechtshof. Die had als procureur-generaal een uitleveringsverzoek voor een pedofiele priester maanden laten liggen. Labour dreef de zaak op de spits, nu het Noordierse vredesproces op een laag pitje staat door vertraging aan Britse kant en alle betrokken partijen hoe dan ook toch verder willen op weg naar vrede, zoals zij deze week nog eens onderstreepten.

Reynolds kroop door het stof in het parlement en prees Spring de hemel in, maar werd onderuitgeschoten, toen bleek dat hij nog deze week keihard had staan liegen over de zaak-Whelehan. Hij zei aan diens benoeming vast te houden, omdat Whelehan geldige redenen had het omstreden uitleveringsverzoek te laten liggen. Maar Reynolds wist op dat moment al, zo bleek later, dat de nieuwe voorzitter van het Hooggerechtshof die geldige redenen niet had. In een briljante speech maakte Spring duidelijk dat hij met zo'n bedrieger niet langer kon samenwerken.

Reynolds trad af (en met hem rechter Whelehan). Daarmee zijn nieuwe verkiezingen niet nodig. Fianna Fail, dat dit weekeinde beslist wie de nieuwe partijleider wordt in plaats van Reynolds, heeft daar geen belang bij. Maar ook Labour niet. Spring bezit de sleutel tot elk meerderheidskabinet, en wil dat waarschijnlijk wel zo houden. Of er een nieuwe coalitie komt met Fianna Fail dan wel met oppositiepartij Fine Gael (of toch nieuwe verkiezingen) zal afhangen van wie Labour de beste garanties krijgt voor uitvoering van zijn politieke plannen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden