Laboratorium voor het onderwijs

Geen vakken, geen lessen, geen roosters, geen cijfers. Toch garandeert Agora in Roermond leerlingen een diploma. Op de 'afdeling research and development' zit je een (school)leven lang in 'de brugklas'.

Waar blijven de cijfers? Twee weken na de start van het schooljaar kreeg adjunct-directeur Sjef Drummen de eerste ongeruste ouders aan zijn bureau. Nou, daarover kon Drummen kort zijn: die komen er voorlopig ook niet. Zijn boodschap? "Maakt u zich niet druk. Wij garanderen dat uw kind over vier, vijf, zes jaar een diploma heeft, minimaal op het schoolniveau waarop het binnenkwam."

In Roermond gebeurt iets bijzonders. De 24 jongens en tien meisjes in de Agora-groep krijgen geen vakken, geen lessen en geen cijfers. Ook de schoolniveaus zijn afgeschaft. In deze 'brugklas' zitten leerlingen die vorig jaar in groep acht een schooladvies kregen dat varieerde van vmbo-basis tot gymnasium. "Als we kinderen willen voorbereiden op de toekomst, moet alles wat je doet denken aan school de deur uit", zegt bedenker Drummen.

Dat bedoelt hij vrij letterlijk: weg met het rooster, met schoolniveaus, traditionele lessen. Ook dat begrip brugklas is wat hem betreft achterhaald. "We doen geen gekke dingen", benadrukt Drummen. Aan het onderwijsconcept, is ruim een jaar gewerkt. Afgelopen schooljaar werden docenten een dag per week vrij geroosterd om eraan te werken, met onderzoekers van de Open Universiteit "We maken gebruik van wetenschappelijke inzichten over leren."

Agora is dit schooljaar begonnen en hoort bij vmbo-school Niekée. Daar houden ze wel van experimenten en vernieuwing. Acht jaar geleden schrapte die school onder leiding van Drummen 40 procent van de lessen. De tijd die vrij viel mochten leerlingen besteden aan vakken die hen echt interesseren: kunst, design, horeca, catering, drama, dans. Blijft er dan niet te weinig tijd over voor Nederlands, Engels en wiskunde? Gaat dat niet ten koste van de slagingspercentages? Integendeel: die gingen omhoog, afgelopen jaar haalden alle leerlingen hun eindexamen.

Bijna de helft van de lessen schrappen, eigenlijk ging dat Drummen nog niet ver genoeg. Op zijn kaartje staat behalve de functie van 'directielid' ook 'onderwijskunstenaar'. Van huis uit is hij beeldend kunstenaar en hij stond 25 jaar voor de klas als docent beeldende vorming.

De afgelopen jaren raakte hij er steeds meer van overtuigd: we moeten heel anders gaan denken over onderwijs. "Het huidige systeem doet kinderen en leraren tekort: leraren werken zich te pletter en leerlingen zijn ongemotiveerd omdat ze de noodzaak van veel schoolvakken totaal niet zien." En dat is gek, zegt Drummen, want ieder mens wil ertoe doen. "Tenzij je suïcidaal bent, natuurlijk. Maar ons onderwijs creëert kinderen die er geen zin in hebben. Dat komt omdat niet de vraag van het kind het uitgangspunt is op school, maar de vraag van het systeem. En dat vraagt om toetsen en meten." Wat scholen moeten doen is kinderen inspireren, zegt Drummen. "Ze moeten ontdekken dat er nog zoveel te ontdekken valt. Dan kun je pas echt leren."

Persoonlijk leren

Er is nog een reden om het klassieke idee van school de deur uit te doen. Het onderwijs bereidt jongeren niet langer voor op de toekomst, zegt Jan Fasen die met Drummen aan de wieg stond van Agora en binnen de Stichting Onderwijs Midden-Limburg projectleider 'persoonlijk leren' is. Het huidige systeem focust op kennis, maar om je in een snel veranderende wereld te kunnen redden zijn heel andere zaken nodig, zeggen de twee. "We leiden momenteel mbo'ers op voor banen die niet meer bestaan tegen de tijd dat zij hun diploma halen. We moeten kinderen anders toerusten en we moeten nadenken over wat voor type mensen we willen creëren", zegt Drummen. "Belangrijk is het aanleren van een ondernemende houding: hoe run ik mezelf, hoe zorg ik voor mezelf in een veranderende wereld."

Dat is nog niet eenvoudig. "Wij zijn allemaal geconditioneerd." Het is Drummens stokpaardje: we zijn zo gewend aan het systeem dat we zijn vergeten dat het ook anders zou kunnen. "Leerlingen en ouders, maar ook leraren, zijn gewend om te denken in termen van school, vrij, juf, meester, klas, kennis, Citotoets. Het zit haast in hun DNA."

En dat moet eruit, zeker bij de leerlingen van Agora. Zij zitten daarom niet in een klas, maar in een groot lokaal, dat ze zelf hebben ingericht. Op de knalblauwe vloer staan tweedehands loungebanken met een breedbeeld-tv ernaast. Er is een wand met fotolijstjes, op de kast staat een lavalamp en in de hoek zitten de cavia's Sky, Knabbel en Babbel in hun bak.

De leerlingen zitten in groepjes aan vierkante terrastafeltjes met kleedjes en een plantje. Voor zich hebben ze stuk voor stuk een iPad met felgekleurde stootrand. In het lokaal hangt vanmiddag de sfeer van het tv-programma 'Over de streep'.

Zeven jongens zijn vanochtend vanwege hun gedrag uit de groep gehaald. Ze waren druk, kletsten door de docenten heen, lieten medeleerlingen niet uitpraten. Nu moeten ze één voor één een statement afleggen aan hun groepsgenoten. De meesten lezen het hakkelend en met gebogen hoofd van hun iPad: "Het spijt me dat ik druk was. Ik realiseerde me niet dat jullie last van me hadden. Ik ga proberen bij te dragen", zegt een jongetje met een kuifje terwijl hij zenuwachtig van zijn ene op zijn andere been hinkt. Het mea culpa wordt met applaus ontvangen.

"Het proces is heel belangrijk", licht Drummen toe. De eerste weken gaat het daarom vooral om het groepsproces. "Wij willen dat ze op hun eigen niveau leren en tot hun recht komen in de groep, dus is leren samenwerken en samenleven heel belangrijk." Door gebruik te maken van technologie - zoals iPads - kunnen leerlingen op hun eigen niveau leren, maar ook voor een project beeldbellen met experts aan de andere kant van de wereld.

Een rooster hebben de leerlingen niet. Voorlopig ligt slechts één ding vast: ze beginnen elke dag met taal. "We proberen het zoveel mogelijk te integreren, maar voor begrijpend lezen moet je soms gewoon gaan zitten."

De bedoeling is namelijk dat de kinderen gaan werken in projecten. Agora werkt vanuit werelden: de wetenschappelijke, de kunstzinnige, de maatschappelijke, de sociaal-ethische en de spirituele wereld. Die komen aan bod in projecten rond één van de vier centrale thema's: duurzaam bouwen, voeding, water en energie. Want dat zijn de onderwerpen waar het in de toekomst om zal spannen, zegt Fasen.

De acht docenten staan afwisselend twee dagen per week met twee of drie personen voor de groep. Welk vak zij geven is voor Agora niet zo belangrijk. Wel is gekeken naar de verdeling tussen alfa's en bèta's. Vakdocenten kunnen waar nodig ingevlogen worden, is de filosofie. Bovendien: kennis is overal te vinden tegenwoordig, YouTube staat vol instructiefilmjes. Het belangrijkste is dat de 'coaches' (docenten) kunnen motiveren en inspireren, zegt Fasen. "Hij of zij moet de kinderen leren hoe je die kennis vindt en gebruikt."

Wat leerlingen de komende tijd precies gaan onderzoeken in die projecten moet tijdens brainstormsessies blijken. "Dat is een organisch proces", zegt leraar Richard Coenen. Startpunt kan een plastic dopje zijn, of een glas rode wijn. Denk eens na welke vragen je allemaal kunt stellen over wijn, zegt Fasen. "Over smaak, kleur, textuur, het maakproces, hoe je het bewaart. Het is gemaakt van een vrucht, die hangt aan een plant die tegen een berg opgroeit in een bepaalde hoek onder de zon." Volgens de theorie van Agora zijn leerlingen in zo'n project ongemerkt bezig met allerlei traditionele schoolvakken: biologie, scheikunde, wiskunde, natuurkunde, begrijpend lezen, Nederlands, Engels. "Maar al die losse onderdelen krijgen pas betekenis als ze samenklonteren."

Begeleiding bij zulke projecten is cruciaal, erkent Fasen. De docenten helpen met het afbakenen van een onderwerp en helpen de boel in goede banen leiden. "Het zijn wel kinderen natuurlijk. We moeten oppassen dat eigen verantwoordelijkheid geen juk wordt. Wat dat betreft is de rol van de leraar belangrijker dan ooit."

Puberhersens

In Roermond denken ze op deze manier veel meer uit kinderen te halen dan in het huidige schoolsysteem gebeurt. Kinderen worden volgens Drummen veel te snel voorgesorteerd op niveau, terwijl puberhersens zich nog volop ontwikkelen. Vaak wordt het schooladvies in groep 8 gezien als het maximaal haalbare. "Wat ons betreft is dat de ondergrens. Wij garanderen een diploma op het instroomniveau." Maar zijn ambitie is om kinderen op een hoger niveau af te leveren. "Het is niet zo dat een vmbo'er voor een dubbeltje wordt geboren."

Idealiter betekent het voor leerlingen dat ze met een vmbo-advies binnen komen en de school als beter mens én met een havo-diploma verlaten. Of dat ze uiteindelijk deels examen doen op vmbo-niveau, en deels op havo of vwo. Niet in de tijd die daarvoor volgens het ministerie van onderwijs staat, maar in de tijd die ze er zelf voor nodig hebben.

Hoe dat precies zal uitpakken, moeten ze in Roermond nog uitdokteren. Voorlopig zullen leerlingen gewoon examen moeten doen in de klassieke schoolvakken. "We moeten komende tijd gaan kijken hoe we de bovenbouw gaan vormgeven", zegt Fasen. "Dit is ons onderwijslaboratorium, onze afdeling research and development."

De Agora-klas in Roermond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden