Laatste vluchthalte opgeheven

Langer dan een halfjaar mocht het verblijf van 130 asielzoekers in de Vluchthaven in Amsterdam niet duren. Dat halfjaar loopt vandaag af.

Eerst was er een tentzeil in de tuin van de Amsterdamse diaconie. Toen was er een uitdijend tentenkampje. En in december 2012 - vlak voordat het écht koud ging worden - was er de Vluchtkerk. De leegstaande Sint Josephkerk in Amsterdam-West werd gekraakt en een grote groep uitgeprocedeerde asielzoekers bivakkeerde er een half jaar.

Daarna kwam de Vluchtflat. Toen het Vluchtpark. Het Vluchtkantoor. De Vluchthaven. De Vluchtgarage. De Vluchtmarkt.

De asielzoekers gingen van de ene naar de andere hoofdstedelijke locatie. De een volledig uitgeprocedeerd, maar niet in het bezit van geldige reisdocumenten. De ander nog in beroep tegen het afgewezen asielverzoek, maar zonder recht op opvang. Staatlozen, ongedocumenteerden. De een die wel terug wil naar zijn herkomstland, maar het gewoon niet voor elkaar krijgt, omdat de ambassade niet meewerkt bijvoorbeeld. De ander die absoluut niet terug wil, omdat het er - anders dan de immigratiedienst meent - veel te gevaarlijk is. Onuitzetbaar.

Maar allemaal hadden ze een dak boven hun hoofd nodig. En een bord met eten. De overheid biedt dat niet. Wie uitgeprocedeerd raakt, mag nog vier weken in de opvang blijven om vertrek naar het herkomstland te organiseren. Na die vier weken wordt de vreemdeling op straat gezet.

Tegen dat 'klinkeren' en tegen het ontbreken van opvang ging een groepje asielzoekers in september 2012 in verzet. Het werd de aanzet tot een flink aangezwollen en nog altijd klinkend protest, en het begin van een tocht door de hoofdstad. Wij zijn hier, doopte de groep zich. Dringender dan ooit maakten ze zichtbaar: er is een grote groep onuitzetbare asielzoekers, die verstoken blijven van bed, bad en brood.

Dat het Nederlandse asielbeleid niet sluitend is, erkent ook staatssecretaris Teeven (VVD, veiligheid en justitie). "Dat klopt, dat is al jaren zo", zei hij vorige maand nog in overleg in de Tweede Kamer. Hij benadrukte desalniettemin dat hij niet wil dat allerlei gemeenten zelf opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers gaan organiseren.

Zo ging het vroeger wel: gemeenten werden geconfronteerd met op straat zwervende asielzoekers en organiseerden dan zelf maar wat opvang. In 2007 spraken het ministerie en gemeenten af dat dat moest stoppen. Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten terugkeren naar hun herkomstland. Dát moest de inzet zijn, wilde het ministerie. Dat lukt niet als al die uitgeprocedeerde asielzoekers op allerlei plekken in het land in de noodopvang terechtkomen.

Maar Teeven heeft, onder druk van publieke opinie, Wij zijn hier én de Amsterdamse burgemeester Van der Laan, één uitzondering gemaakt: de Vluchthaven in Amsterdam. In dat pand - in de Havenstraat - verzorgt de gemeente Amsterdam sinds eind vorig jaar de opvang van zo'n 130 asielzoekers. Die mochten daar bijkomen van het leven op straat zodat ze zich daarna op hun terugkeer kunnen concentreren. Een klein deel van de groep mocht proberen toch nog een verblijfsvergunning te krijgen. Van de rest staat vast dat er op zo'n vergunning geen enkel perspectief meer bestaat.

Keuring

Maar langer dan een halfjaar mocht het verblijf in de Vluchthaven niet duren. Dat halfjaar loopt vandaag ten einde. Alleen asielzoekers die na de medische keuring niet in staat worden geacht om op straat te leven mogen nog wat langer blijven. Net als asielzoekers die druk doende zijn met hun terugkeer en nog een paar weken nodig hebben om de laatste puntjes op de i te zetten.

Cijfers zijn er nog niet, maar het staat eigenlijk wel vast: de opzet van de Vluchthaven is mislukt. Er zijn maar een handjevol asielzoekers vertrokken naar hun land van herkomst. Burgemeester Van der Laan had er juist op gehoopt dat de Vluchthaven een plek zou worden om terugkeer te organiseren. Dan had het tegelijk een oplossing kunnen bieden voor (een deel van) de bewoners van die andere gekraakte panden in de stad. De Vluchtgarage, in Amsterdam-Zuidoost, zit overvol. In de Ten Kate-straat werden vorige maand bovendien nóg drie panden gekraakt (en omgedoopt tot Vluchtmarkt). In het scenario van Van der Laan zouden de plekken die dankzij teruggekeerde asielzoekers vrij zouden komen in de Vluchthaven, kunnen worden opgevuld met de bewoners van die andere locaties.

Die doorstroming zit er dus niet in. Flink wat Vluchthavenbewoners voerden nog procedures om de Vluchthaven langer open te houden en asielzoekers in de Vluchtgarage proberen af te dwingen dat ook zij een plek in de Vluchthaven krijgen. Maar vooralsnog heeft dat tot niets geleid en het ziet ernaar uit dat er opnieuw een grote groep asielzoekers op straat belandt. Alsof er niks gebeurd is.

Maar er is wel degelijk wat gebeurd.

Dat heeft alles te maken met het Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa (ESCR). De Conferentie van Europese Kerken had, op verzoek van de Protestantse Kerk in Nederland, bij dat ESCR een klacht tegen de Nederlandse staat neergelegd. De eis van de kerk: geef uitgeprocedeerde en ongedocumenteerde vreemdelingen onderdak, kleding en voedsel. De einduitspraak van het ESCR volgt naar verwachting in de zomer, maar in een tussenuitspraak droeg het Comité de Nederlandse staat al op 'alle mogelijke maatregelen te nemen met het oog op het vermijden van ernstige, onherstelbare schade aan de lichamelijke integriteit van personen die het risico lopen verstoken te blijven van onderdak, voeding en kleding'.

Omdat het om een tussenuitspraak gaat, geeft de staat er nog geen gevolg aan. "Maar ga er maar vanuit dat de einduitspraak van het ESCR in lijn zal zijn met deze tussenuitspraak", zegt advocaat Pim Fischer, die veel Vluchthavenbewoners bijstaat en betrokken is bij de ESCR-klacht. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer heeft al aangegeven dat de einduitspraak van het ESCR opgevolgd zal moeten worden.

Alles wijst er kortom op dat de overheid moet gaan organiseren dat ongedocumenteerde en uitgeprocedeerde asielzoekers opgevangen moeten worden, zegt ook directeur John van Tilborg van vluchtelingenorganisatie Inlia. "Achter de schermen houdt iedereen er al rekening mee", weet Van Tilborg. "Voor zover het al niet gebeurt, die opvang." Want ook al is er in 2007 afgesproken dat gemeenten niet meer voor noodopvang van asielzoekers zorgen - in de praktijk gebeurt het wel degelijk, zegt Van Tilborg. "Want de verwachting dat er minder asielzoekers op straat zouden belanden, is niet uitgekomen."

Er zijn, zegt Van Tilborg, gemeenten die tonnen aan opvang uitgeven, maar het ontkennen als je er naar vraagt. "Er zijn gemeenteraden die zwijgend toezien hoe hun burgemeester opvang organiseert. Ze houden hun mond, omdat zij ook wel zien dat er een probleem is dat moet worden opgelost. Dan maar stiekem, denken ze dan. Het is goed dat ze dat doen, en het is nog beter als er een uitspraak komt die de staat daarvoor verantwoordelijk maakt. Maar nog belangrijker is dat er een oplossing komt voor het slepende probleem van deze groep asielzoekers."

Van Tilborg wijst op een paar in zijn ogen hardnekkige fouten en gebreken. "De immigratiedienst moet zorgvuldiger te werk gaan. Ze moet veel beter haar best doen om de identiteit van vreemdelingen vast te stellen. Zolang je iemands identiteit niet weet, kun je hem moeilijk laten vertrekken. Een ander punt is de termijn die asielzoekers krijgen om hun vertrek te organiseren: 28 dagen. Daarna moet je de opvang uit. We weten al jaren dat dat heel vaak veel te kort is. Als je dat serieus neemt, en mensen meer tijd geeft, neemt de bereidheid om te vertrekken toe."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden