Laat vrouwen meevechten

Een Israëlische militair van het Caracal-bataljon houdt haar wapen vast aan het eind van een training in de Negev-woestijn.Beeld reuters

Tegenstanders van vrouwelijke militairen in gevechtsfuncties halen allerlei argumenten van stal. Maar er lijken geen steekhoudende bezwaren te zijn om vrouwen van het slagveld te weren.

Duizenden jaren lang hebben wij als mannen onze levens gegeven zodat de vrouwen waarvan we houden kunnen leven", aldus de Israëlische militair-strateeg Martin van Creveld. Hij bewondert de held Hektor uit de Griekse mythologie. Die offerde zich tijdens de oorlog om Troje op en ging 'liever duizendmaal naar de hel' dan te moeten toezien hoe zijn vrouw als oorlogsbuit zou worden afgevoerd. En zo moet het volgens Van Creveld vooral blijven. Vrouwen in de krijgsmacht zorgen voor een 'gefeminiseerd leger' dat minder goed kan vechten.

Realiteit van de moderne oorlog
Het Amerikaanse leger probeert juist van dat idee af te stappen. Begin dit jaar besloot toenmalig minister van defensie Leon Panetta vrouwen ook toegang tot gevechtsfuncties te geven. Uiterlijk in 2016 staan alle posities open voor vrouwen. Als een legeronderdeel een uitzondering wil, moet aangetoond worden waarom dat voor die specifieke positie noodzakelijk is.

Volgens voorstanders wordt hiermee recht gedaan aan de realiteit van moderne oorlogen. De hoogste Amerikaanse militair, generaal Martin Dempsey, noemde een voorbeeld uit zijn tijd als divisiecommandant in Irak in 2003. Hij stapte in een voertuig en vroeg de chauffeur en boordschutter wie ze waren. De schutter antwoordde: 'Ik ben Amanda'. Vrouwen mochten officieel niet aan de fontlinie komen, maar in de praktijk was die grens moeilijk te trekken. "Vanaf dat moment realiseerde ik me dat zaken waren veranderd en dat hier iets aan gedaan moest worden", zei Dempsey bij de bekendmaking van het nieuwe vrouwenbeleid.

Want de Amerikaanse krijgsmacht bestaat al voor 15 procent uit vrouwen. Van de bijna 300.000 van hen die naar Irak en Afghanistan zijn uitgezonden, sneuvelden er minstens 150. Als bijvoorbeeld inlichtingenofficier zijn ze ook nodig op voorwaartse posten en tijdens patrouilles. Commandanten, die elke beschikbare kracht kunnen gebruiken, gaan dan creatief met de restricties om. Maar omdat de vrouwen officieel nooit een gevechtsfunctie hebben bekleed, blijft promotie maken lastiger voor ze.

Man-tegen-man-gevechten
Het gevoeligste aspect van het nieuwe beleid lijkt de integratie van vrouwen in het laatste echte mannenbastion, de infanterie. Het werk van deze voetsoldaten is waarschijnlijk het zwaarst binnen de krijgsmacht. Ze moeten met bepakking lange afstanden kunnen lopen, maandenlang in primitieve voorwaartse posten leven en eventueel in man-tegen-man-gevechten de vijand uitschakelen.

Tegenstanders van vrouwen in deze functies vrezen dat de openstelling zal leiden tot aanpassing en uiteindelijk verlaging van de toegangseisen. Kapitein Katie Petronio, die als commandant van een compagnie gevechtsgenisten van de mariniers deelnam en leiding gaf aan diverse gevechten in Irak en Afghanistan, schreef er een artikel over: 'Leer er mee leven - we zijn niet allemaal gelijk geschapen'. Ze stelt dat hoewel vrouwen alle gevechtstaken kunnen uitvoeren, langdurige fysieke inspanningen een zwaardere tol van een vrouwen- dan een mannenlichaam eisen. Daarom zal een uitzending bij hen veel meer gezondheidsklachten opleveren. Petronio vreest dan ook dat de integratie van vrouwen alleen bereikt kan worden door standaarden te verlagen.

Deze vrees lijkt deels voort te komen uit uitspraken van voorstanders van vrouwen in gevechtsfuncties. Generaal Dempsey legde bij de bekendmaking van de nieuwe maatregel uit dat het leger van plan is "vrouwen te integreren op een manier die ieders kansen vergroot". Functie-eisen moeten dan ook 'geslachtsneutraal' worden gemaakt.

Instinctief verlangen
Een tweede bezwaar draait meer om mannen dan om vrouwen. Mannen zouden op het slagveld bevangen kunnen raken door een instinctief verlangen vrouwen te beschermen, en zo vergeten de vijand aan te vallen. Robert Barrow, oud-commandant van de Amerikaanse mariniers, pleitte in 1991 in de Amerikaanse Senaat tegen vrouwen in gevechtsfuncties met de emotionele oproep dat "vrouwen leven geven, onderhouden en verzorgen, maar geen leven nemen". Deze opgevoerde beschermingsdrang is precies de reden dat sommigen het nieuwe beleid toejuichen. De feministische publiciste Jessica Valenti ziet het als 'een eerste stap in het verwijderen van het goedbedoelde seksisme waarvan onze cultuur doordrenkt is, en dat suggereert dat ongelijkheid eigenlijk een vorm van ridderlijkheid is'.

De aanwezigheid van vrouwen zou ook de cohesie in een eenheid kunnen aantasten. De vraag waarom militairen in een gevecht hun leven wagen, is al decennia punt van discussie in de militaire literatuur. Een verklaring is dat militairen in het heetst van de strijd niet vechten voor abstracte concepten als het bevorderen van de democratie in Afghanistan of voor volk en vaderland, maar voor de kameraden naast hen, waarmee ze een persoonlijke band hebben. De Britse krijgsmacht houdt daarom gevechtseenheden gesloten voor vrouwen uit vrees dat hun aanwezigheid de saamhorigheid en kameraadschap ondermijnt.

In 2009 liet het Britse ministerie van defensie wel een onderzoek uitvoeren waarin de ervaringen van landen met vrouwen in grondgevechtsfuncties aan bod kwamen. Het bleek moeilijk harde conclusies te trekken, omdat de meeste vrouwen uiteindelijk toch voor een andere rol kiezen. Canada stelde begin jaren negentig de gevechtsfuncties open. Maar hoewel de krijgsmacht voor dertien procent uit vrouwen bestaat, vervullen zij slechts vier procent van de gevechtsfuncties. In Frankrijk is zelfs negentien procent van de militairen vrouw, maar bij de infanterie bedraagt dit slechts twee procent. Ook in Nederland kiezen volgens het onderzoek de meeste vrouwen bij de landmacht voor een ondersteunende functie.

Saamhorigheidsgevoel
Opvallend is overigens dat Israël, dat vaak genoemd wordt als lichtend voorbeeld van vrouwen in de krijgsmacht, omdat iedereen in dienst moet, achterloopt. De vijf infanteriebrigades bestaan louter uit mannen. Vrouwen vervullen ondersteunende taken, en kunnen als zij dit willen samen met mannen dienen in het speciale Caracal-bataljon. Maar dit wordt vooral ingezet in weinig gevaarlijke gebieden.

De in het Britse onderzoek genoemde krijgsmachten gaven als vermoedelijke redenen voor de lage vertegenwoordiging van vrouwen dat zij vaker moeite hebben met de fysieke eisen voor een gevechtsfunctie, minder geïnteresseerd zijn in dergelijke functies, de negatieve houding van mannen, verantwoordelijkheid voor de zorg voor het gezin, en beperkte carrièremogelijkheden. Dit komt overeen met interviews die voor hetzelfde onderzoek werden gehouden met Britse militairen die in gevechtssituaties waren geweest. De meerderheid van de geïnterviewde vrouwen had zelf geen belangstelling voor een gevechtseenheid, maar was wel voorstander van openstelling van dergelijke functies.

De aanwezigheid van vrouwen lijkt ook geen negatieve invloed te hebben op de gevechtsprestaties van mannen. De landen waar vrouwen meevochten, rapporteerden hierover geen problemen. De Britse onderzoekers bekeken ook situaties in hun eigen krijgsmacht waar vrouwen bij een gevechtsincident betrokken raakten. Hieruit kwam naar voren dat mannen hen als normaal onderdeel van het team zagen en geen lager saamhorigheidsgevoel ervoeren.

Opmerkelijk genoeg was dit bij de vrouwen wel het geval. De meest waarschijnlijke uitleg hiervoor was volgens het rapport dat vrouwen bij een gevechtseenheid vaak een ondersteuningsfunctie hebben, waardoor ze niet met de eenheid hadden getraind voor de missie.

De impliciete conclusie die het rapport niet durfde te trekken: stel de krijgsmacht volledig open voor vrouwen en het komt waarschijnlijk wel goed.

Dit is het slot van een tweeluik over vrouwen in de krijgsmacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden