Laat Turken toch lekker Turks wezen

Dat Turken, Surinamers en Marokkanen veel eigens hebben is eerder iets moois dat gekoesterd moet worden dan een smet die door gedwongen integratie dient te worden weggepoetst. Menging kan beter bevorderd worden door goed onderwijs en werk voor ieder.

Jan Willem Duyvendak en Lex Veldboer

De komst van migranten en asielzoekers leidt tot zorgen over vervreemding, onbegrip en onverschilligheid en spanningen tussen gevestigden en nieuwkomers. Vooral de dreiging van witte en zwarte wijken, witte en zwarte scholen, witte en zwarte kinderopvang en etnische en autochtone sportclubs doet de toekomst somber inzien.

Velen geloven dat 'Amerikaanse toestanden' alleen nog kunnen worden voorkomen door de immigratie te beperken en door aan nieuwkomers te 'vragen' om in cultureel opzicht te assimileren.

Eigen islamitische scholen, clusters van etnische groepen in wijken en aparte allochtone sportverenigingen; dergelijke ontwikkelingen stuiten op steeds meer onbegrip. Blijven minderheden vasthouden aan hun eigen wortels, dan vergooien ze hun eigen economische kansen, zo stelt onder andere Jos van Kemenade. Minderheden moeten 'vernederlandsen'.

Die opvatting kwam ook naar voren in een door ons gehouden onderzoek onder de Rotterdamse bevolking. Van de ondervraagden vond 90 procent de groei en bloei van allochtone sportverenigingen een ongewenste ontwikkeling. Verrassend genoeg gaven ook apart sportende allochtonen lucht aan deze mening.

Het beleid zet in op menging. Gemeenten sleutelen om 'cultuurtjes te doorbreken' driftig aan de samenstelling van de bevolking in overwegend zwarte wijken. Ze willen wijken, scholen en sportverenigingen 'evenwichtiger' maken. Zwakke groepen die in de wijk of op de buurtschool oververtegenwoordigd zijn, probeert men te spreiden over een groter gebied, terwijl men degenen met een steviger maatschappelijke positie juist wil behouden of opnieuw aantrekken.

Ondanks al deze ijver mislukt veel mengingsbeleid. Allereerst zijn er lang niet altijd voldoende instrumenten voorhanden. Dat er bij sport weinig valt te sturen, ligt al besloten in de term 'vrije tijd'. Je kan hoogstens besluiten wel subsidie te geven aan een gemengde club, niet aan een 'zwarte', maar verder overheerst autonomie het verenigingsleven.

In het onderwijs zijn de mogelijkheden voor menging helemaal bescheiden. Het hanteren van percentages van bepaalde groepen (witte en zwarte) leerlingen stuit op wettelijke grenzen. Gezamenlijke schoolgang wordt nog verder beperkt door de vrijheid van inrichting en schoolkeuze. Vermijding en uitsortering zijn moeilijk te voorkomen onder deze omstandigheden.

Ook bij het wonen wordt menging ingeperkt door de wettelijke bepaling dat etniciteit geen criterium mag zijn bij de toe- of afwijzing van een woning. Wel kunnen de woningtypen in een gebied zo worden gevarieerd dat verschillende inkomensgroepen meer bij elkaar in de buurt komen.

Zo'n differentiatie van de woningvoorraad vindt nu in veel achterstandswijken plaats. De steden halen zo meer koopkrachtige bewoners binnen, maar de verwachte sociale effecten blijven uit. Ook al wonen mensen met een verschillende achtergrond dicht bij elkaar, de sociale afstand blijft bestaan. Er is vooral sprake van living together apart: in een gemengde wijk blijkt maar weinig te worden gedeeld. Voor hen die menen dat menging op alle terreinen noodzakelijk is, is de balans teleurstellend: waar mogelijkheden liggen voor menging zijn de resultaten gering (wonen); en daar waar men het meest zou willen, kan vooralsnog het minst (onderwijs).

In theorie vinden we in Nederland dat iedereen met elkaar om moet gaan ongeacht achtergrond en we denken ook dat bekend bemind maakt, maar de praktijk is anders. Als het erop aankomt kiezen mensen vaak gelijkgestemden en gelijkgezinden om mee te sporten, mee te wonen en ook om de kinderen mee te laten opgroeien. Het verlangen om 'onder elkaar' te zijn, ondermijnt telkens de mengingsmoraal. Dit geldt zowel voor gevestigde Nederlanders als voor nieuwkomers. Opgelegde menging door mensen welhaast te dwingen buren te zijn of lid te worden van dezelfde voetbalclub, gaat voorbij aan het essentiële gegeven dat cohesie zich niet laat forceren. Afgedwongen relaties duren niet lang en gaan niet diep.

Het is verstandig niet te nerveus te doen over het verschillend zijn van meerder- en minderheden. Wat is er mis mee als Turken, grachtengordelbewoners, Molukkers of korfballiefhebbers zich in het weekend terugtrekken voor vermaak in eigen kring? En wat is er mis met een buurt met een eigen identiteit? Zo lang het vrijwillig is, zijn er weinig problemen. Hoewel vaak gesuggereerd, is voor Nederland nog nooit bewezen dat het door migranten beleven van eigen identiteiten (wat die ook mogen zijn) in oorzakelijke zin bijdraagt aan sociaal-economische achterstand. De platte koppeling die in het debat over multiculturalisme door sommigen wordt gelegd tussen beleving van eigen identiteit en achterstand, is suggestief en onnodig kwetsend. We moeten in het beleid (weer) onderscheid leren maken tussen aan de ene kant terreinen waar -met oog voor goede omgangsvormen- iedereen zelf moet weten met wie men wil verkeren en anderzijds terreinen waarop ontmoeting en gezamenlijke participatie gewenst zijn. Wat ons betreft ligt de komende jaren in het integratiebeleid dan ook de nadruk op onderwijs en arbeid. Dat zijn cruciale terreinen voor sociale mobiliteit en een veel passender antwoord op problemen van migranten dan de nu voorgestelde 'verplichte' homogenisering van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden