Laat 'premiers' dan ook maar hun coalitievoorkeur uiten

Bij het ’Premiersdebat’ leek het wel alsof op 9 juni niet de Tweede Kamer maar de nieuwe minister-president wordt gekozen.

Leg dat maar eens uit! Het eerste grote televisiedebat op weg naar de Kamerverkiezingen van 9 juni heet het ’Premiersdebat’. De lessen staatkunde en staatsinrichting kunnen herschreven worden. Nee, jongens en meisjes, bij Kamerverkiezingen gaat het niet om de bezetting van de 150 zetels van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, maar om de keuze van de nieuwe minister-president. Jawel! De pientere leerling (m/v) die de vinger opsteekt en vraagt wanneer en waar dat dan zo geregeld is, kan rekenen op een pijnlijk stilzwijgen. Hm, uh, tja ... .

Over de naam van het programma is nagedacht. En dat men dan op de proppen komt met het Premiersdebat is niet eens zo gek. Het klopt formeel en feitelijk van geen kant, maar tegelijkertijd is het te begrijpen. Immers, de campagne lijkt in hoge mate te gaan om de vraag welke partij de grootste zal zijn na 9 juni. Die partij, zo wil de politieke gewoonte, krijgt uit handen van de koningin het voortouw bij de vorming van een nieuw kabinet.

En nogmaals via ongeschreven regels is de leider van de grootste partij die ook in de coalitie deelneemt tegenwoordig een serieuze gegadigde voor het minister-presidentschap. Tussen de uitslag in juni en de beëdiging van dat nieuwe kabinet, inclusief nieuwe premier, zitten een kleine zee van tijd en tal van formele mitsen en politieke maren. Echter, dat volgens deze logica het RTL4-debat tussen lijsttrekkers van de in de peilingen (!) grootste partijen eigenlijk gaat om de nieuwe premier, is niet geheel onlogisch.

De directe betekenis van het zogeheten Premiersdebat heeft zich snel getoond. Niet alleen mochten een oud-militair, een acteur, en twee politici van niet-deelnemende partijen zonder overigens evidente expertise hun zegje doen, maar er was uiteraard een peiling die het een en ander begeleidde. Op de avond zelf al – lange halen, gauw thuis.

Volgens die peiling was Mark Rutte de winnaar en had Job Cohen het lang zo slecht niet gedaan als menig kijker meende te hebben geconstateerd. Dat dit laatste mede het gevolg zal zijn van het feit dat alle linksgeoriënteerde deelnemers aan de peiling hem waarschijnlijk het voordeel van de twijfel hebben gegund, ach, een kniesoor die daarop let. Zoals meer in het algemeen alleen de uitslag van de peiling prominent werd gepresenteerd en vervolgens een eigen leven gaat leiden, los van de manier waarop die uitslag tot stand is gekomen. Voor wie eventueel twijfelt over de impact van peilingen: van de keuze van deelnemers tot het uitroepen van winnaars en verliezers zijn ze bepalend.

Interessanter dan eventuele electorale effecten op korte termijn van het Premiersdebat, is de vraag of de politici die zich ervoor hebben geleend, de daad bij het woord wensen te voegen. Ze hebben als het ware getekend voor het idee dat de Nederlandse kiezer zich op 9 juni mag en kan uitspreken over de samenstelling van het nieuwe kabinet. Als Balkenende, Cohen, Rutte en Wilders dat op voorhand een bizarre optie hadden gevonden, zouden ze niet onder de vlag van een Premiersdebat hebben moeten varen.

De politieke logica lijkt dan ook ten minste twee vervolgstappen te kennen. Ten eerste dienen de vier heren zich op de kortst mogelijke termijn in volstrekt heldere termen uit te spreken over de gewenste coalitie. Wie bereid is aan te geven aanvoerder van het nieuwe team te willen zijn, moet ook de samenstelling en opstelling van dat team vooraf bekendmaken. Wel deelnemen aan het Premiersdebat en dus in zijn voor het premierschap, maar niet willen aangeven van welke coalitie dan precies, is zacht gezegd een zwaktebod. Wie A zegt, moet ook B zeggen.

Op langere termijn dwingt de logica tot veel indrukwekkender actie: een herziening van het politieke en electorale bestel van Nederland. Want als de politieke kopstukken daadwerkelijk van mening zijn dat de Nederlandse kiezer zich dient uit te (kunnen) spreken over de vorming en samenstelling van een nieuwe regering – met voorlopig als enig zekerheidje dat de koningin er deel van zal uitmaken – dan moet dat ook mogelijk worden gemaakt.

In de huidige staatsrechtelijke inrichting ligt er een voor ieder duister, kronkelig pad tussen verkiezingsuitslag en coalitievorming. Er kunnen goede redenen (geweest) zijn om het volk een volksvertegenwoordiging te laten kiezen en niet de top van de uitvoerende macht, maar als de politieke praktijk zich dreigt los te zingen van die inrichting, dan is herschikking op zijn plaats.

In de aanloop van verkiezingen spreken politici niet zelden met een handvol meel in de mond. Soms echter spreken hun daden heldere taal. De deelname aan het Premiersdebat kan niet anders dan betekenen dat na de verkiezingen de politieke kopstukken gezamenlijk zullen werken aan stelselherziening, al zal het vast in eerste instantie de instelling van een commissie zijn. Het antwoord aan de pientere leerling (m/v) is hiermee bekend: de wijziging van het Nederlandse kiesstelsel in de eerste helft van de 21ste eeuw is begonnen op de avond van 23 mei 2010.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden