Laat ons strijden om wie het mooiste lied kan zingen

Franse muziek had programmeur Jan Nuchelmans al langer op zijn uitgebreide wenslijstje staan. Vorig jaar lag de keus tussen Duitse muziek met Dresden in de hoofdrol of Franse muziek. Het werd, om allerlei redenen, Dresden. Daarom heeft het Festival dit jaar 'le goût français en musique'. Dat heeft niets te maken met Nuchelmans' vertrek en met zijn werk als leider van de afdeling oude muziek aan het Parijs conservatorium.

Het thema bekroont een vrijwel doorgaande lijn vanaf het tweede festival met vaak spectaculaire werken, uitgevoerd door pioniers in de Franse barok. Voorop de Amerikaan William Christie en zijn internationaal in Frankrijk ontwikkelde ensemble Les arts florissants. Grote indruk maakte hij in 1984 bij zijn eerste optreden met muziek van Marc-Antoine Charpentier. Nauwelijks meer dan de Eurovisie-mars, ontleend aan het begin van diens 'Te Deum', kenden we van deze zeventiende-eeuwse grootheid. Christie en zijn groep maakten ons bekend met 'Orphée descendant aux Enfers' en andere opera's. Hét 'Te Deum' volgde in 1987: een openbaring.

In het kielzog van Les arts florissants floreerden legio andere groepen en groepjes, vaak afsplitsingen, maar ook groepen met nieuwe, net afgestudeerde vocalisten en instrumentalisten. Wat de muziek van Charpentier betreft is er concurrentie van de groep Le concert spirituel van Hervé Niquet. Dit ensemble treedt op in Utrecht (vanavond om 20.00 uur in Vredenburg) met hét 'Te Deum', maar ook met diens 'Messe de Mr Maurroy'. Voor het budgetlabel Naxos is Le concert spirituel bezig met het vastleggen van alle geestelijke muziek van Charpentier. Drie delen zijn er inmiddels uitgekomen (Naxos 8.553173, 8.553174 en 8.553175) met daarop werken als 'Vêpres à la Vièrge', 'Messe des morts' en een 'Te Deum' (niet hét). Voorbeeldige cd's voor een spotprijs met goede toelichtingen van Cathérine Cessac, de autoriteit op Charpentiergebied.

Nog zo'n afsplitsing is La Simphonie du Marais van blokfluitist/hoboïst Hugo Reyne; hij speelde in de festivals van 1984 en 1987 mee in Les arts florissants. Anno 1999 presenteert hij zijn eigen groep met de kleine opera 'La Diane de Fontainebleau' van Henry Desmarest en met 'Idylle sur la Paix' van Jean-Baptiste Lully (zaterdag om 20.00 uur in Vredenburg). Beide werken kwamen onlangs op cd uit (respectievelijk op Astrée E 8633 en op Accord 206872). Lully componeerde de 'Idylle' op een tekst van Jean Racine, wiens driehonderdste sterfdag dit jaar herdacht wordt. La Simphonie du Marais bracht onlangs ook een cd uit met werken van Louis-Antoine Dornel (Tempéraments TEM 316018). Van Dornel (1685-1765) zijn composities voor orgel, suites voor diverse instrumenten en een cantate 'La Fin des Siècles' op deze interessante cd samengebracht. Gilles Harlé speelt op een schitterend Boizard-orgel.

Binnen het Franse thema kon Jan Nuchelmans ook de opera een plaatsje geven, zelfs in geënsceneerde vorm. De Fransen voegden aan de Italiaanse vinding de dans toe. Een topvoorbeeld van de combinatie werd 'Ercole amante', gemaakt ter viering van het huwelijk van Lodewijk de Zonnekoning.

Bij de première in 1662 was het huwelijk al enkele jaren oud, maar dat drukte de pret niet. Er werd een speciaal theater voor gebouwd dat in de beschrijving doet denken aan het Muziektheater in Amsterdam, zo groot. Er waren twee componisten voor aangezocht, de Italiaan Francesco Cavalli voor de operadelen (een tamelijk stijf verhaal over Hercules die de geliefde van zijn zoon begeert), en de verfranste Italiaan Jean-Baptiste Lully voor de balletmuzieken. De toneelbeelden en de trucs (zoals driehonderd neerdalende goden!) waren overweldigend. Het geheel duurde zo'n twaalf uur.

In de Utrechtse stadsschouwburg beleefden we een fors ingekorte versie: ruim drie uur. De productie uit Boston (het Early Music Festival) bleek op instrumentaal niveau ruim te voldoen aan de hoge eisen die de rijk gestoffeerde muziek stelt. Vocaal stond er een goede bezetting op de planken, maar er was iets merkwaardigs aan. Vrijwel alle zangers waren Engelstalig; hier en daar kierde de Engelse r door de Italiaanse zinnen. Met de hoge eisen van Nuchelmans in het achterhoofd inzake madrigalen, kan zo'n bezetting eigenlijk niet.

Echter: op het punt van theatrale presentatie was deze 'Ercole amante' armetierig. Op een te klein toneel met donkere coulissen die de gewenste ruimte, diepte en locatie niet suggereerden, zorgde een platte personenregie er voor dat de figuren er in hun kostuumdraperieën tuttig uitzagen. Het verhaal kwam geen moment tot leven. In Nederland, met de sublieme ensceneringen van barokopera rondom, kun je zulk museumtheater niet brengen. Hou het dan maar concertant. Zoals zondagavond in Vredenburg door het Huelgas Ensemble (met een rijkdom aan instrumenten en prachtige stemmen) van zes schitterende entr'actes (samen drie uur muziek) waaraan de beste Italiaanse componisten meewerkten. Ook voor een vorstelijk huwelijk, van Ferdinando de' Medici in 1589. 'Laat ons strijden om wie het mooiste lied kan zingen', jubelden de 'allerzoetste sirenen'. De euforie steeg ten top in het slotkoor met het herhaald ritmische 'Ferdinando'. Joop van den Ende zou er zo een musical van kunnen maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden