Laat onderzoekers zelf geld verdelen

De manier waarop publiek geld voor wetenschap verdeeld wordt, is onwerkbaar, vinden Denker des Vaderlands Marli Huijer en hoogleraar Marten Scheffer.

Ooit ging het geld voor de wetenschap zonder omweg van het ministerie richting de ivoren toren van de universiteit. Daar verdeelde een hoogleraar het naar eigen goeddunken onder de onderzoekers van zijn vakgebied.

Die tijden zijn voorbij. Tegenwoordig gaat de verdeling democratischer en maakt het geld een omweg. Daarbij doemen er andere problemen op: de aanvragers draaien overuren, beoordelende commissies raken overbelast en de uiteindelijke verdeling roept alsnog discussie op. Denker des Vaderlands, Marli Huijer, zat in verschillende van zulke beoordelende commissies. Op de terugweg van weer een vergadering verzuchtte ze tegen een medetreinreiziger: "We moeten dit hele systeem afschaffen." Hoe is het zover gekomen, dat een democratische doelstelling lijkt te zijn ontaard in bureaucratische rompslomp?

Huijer: "De Oostenrijkse wetenschapsfilosofe Helga Nowotny maakt een onderscheid tussen een zogeheten 'mode 1 society' en een 'mode 2 society'. Bij die eerste vorm van samenleven staat de wetenschap buiten de maatschappij, bij die tweede vorm vindt er een sterkere interactie plaats tussen de maatschappij en de wetenschap, een beetje zoals de oude Agora bij de Grieken, het marktplein, waar de wetenschapper, de kunstenaar, het publiek elkaar vrijelijk kunnen ontmoeten. Mijn vraag aan Marten Scheffer: zou het wellicht tijd zijn naar een mode 3 samenleving over te stappen, waarbij wetenschap, economie, en publiek verweven blijven, zoals in 'mode 2', maar je als wetenschapper toch je onafhankelijkheid behoudt. En kunnen we dit bewerkstelligen?"

Waarom is die onafhankelijkheid zo belangrijk?

Huijer: "Omdat een goede wetenschapper altijd een beetje Nietzscheaans is: je moet voorbij het heden kunnen denken, anders doe je niets anders dan reproduceren wat er al is. Om iets nieuws te kunnen ontdekken moet je tegen je eigen tijd in durven en kunnen denken. Als je altijd in je eigen tijd blijft hangen, komen we uiteindelijk in een mensonwaardige wereld terecht. We kunnen niet leven in een situatie die altijd hetzelfde is."

Om te bepalen of we naar een 'mode 3 society' zouden kunnen overstappen, is het volgens Marten Scheffer, hoogleraar Ecologie en Waterkwaliteit, eerst belangrijk de vraag te stellen: wat voor wetenschap we eigenlijk zouden willen zien? Daarna kunnen we nadenken hoe we daar praktisch komen. Scheffer kreeg in 2009 de Spinozapremie, de hoogste onderscheiding in de Nederlandse wetenschap, voor zijn onderzoek naar omslagpunten in complexe systemen. "Ik zou graag een open wetenschap zien", zegt Scheffer, "die in dialoog staat met de samenleving. Dat is niet omdat de samenleving uiteindelijk betaalt en dus ook de onderwerpen van de wetenschap zou mogen bepalen, maar omdat je door die dialoog betere wetenschap krijgt."

Was de oude wetenschap niet goed?

"De oude ivoren-toren-wetenschap beet zich vast in strak omlijnde problemen. Zo krijg je wetenschap met een sterke focus. Dat heeft veel voordelen. Nadeel daarvan is dat je zelf nauwelijks in staat bent je eigen focus te relativeren. Om betere vragen te stellen en te vinden - ik denk dat wetenschap voor een groot deel gaat over het stellen van goede vragen - hebben we hulp nodig. Iedere onderzoeker kent de ervaring dat zij of hij de beste vragen terugkrijgt als zij haar ingewikkelde theorieën uitlegt aan haar kinderen, haar man, een beginnende student. Aan de vragende attitude van bijvoorbeeld kinderen en kunstenaars kunnen we in de wetenschap veel hebben."

"Maar waar zijn we mee bezig? Met het vaststellen van een wetenschapsagenda. De beste wetenschapsagenda is geen agenda. Alle agenda's willen vaststellen wat belangrijk is voor de toekomst, maar verankeren zich slechts in het heden en het verleden. Ik citeer graag de kinderboekenschrijver Toon Tellegen: 'Ik ga iets bedenken wat ik nog nooit bedacht heb. Ik ben heel benieuwd wat dat zal zijn.' Dat is een Nietzscheaans uitgangspunt waarmee de wetenschap van oudsher grote sprongen heeft kunnen maken."

Huijer: "Intussen verdoen wij onze tijd met het bijeensprokkelen van geld."

Scheffer: "En overmatig denken aan geld heeft heel nadelige bijeffecten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen wanneer ze het concept geld in hun hoofd hebben minder geneigd zijn samen te werken. Geef je bijvoorbeeld iemand een muismat met een dollarteken, dan is hij - onbewust - minder geneigd tot samenwerking dan iemand die een muismat krijgt met bijvoorbeeld een gebouw erop, blijkt uit experimenten. Wij moeten wetenschappers niet de godganse dag aan geld laten denken, daar gaat een slechte prikkel vanuit."

Maar veel wetenschapsgeld wordt toch juist beschikbaar gesteld voor samenwerkende wetenschappers?

Scheffer lacht: "Zodra het geld binnen is, gaat ieder toch vaak zijns weegs."

Huijer: "Het kost ook nog eens heel veel tijd van onderzoekers, die ze niet aan onderzoek kunnen besteden. En dan is de kans dat een aanvraag gehonoreerd wordt niet groter dan tien tot twintig procent."

Scheffer: "Dat zou niet erg zijn als het ook wat opleverde, maar daar zit hem nou juist de kneep. Het is niet duidelijk of de hele tijdverslindende machinerie van geldverdeling wel meerwaarde heeft. Er worden stapels excellente voorstellen ingediend waarvan maar een heel klein deel beloond kan worden. Een objectief onderscheid wordt dan onmogelijk, en subjectiviteit ligt op de loer. Ik noem een gevolg: de kans dat vrouwen een NWO-beurs krijgen ligt fors lager dan voor mannen."

Huijer: "In een laatste ronde schuiven beoordelaars vaak iemand uit hun eigen vakgebied naar voren. Ik heb ook weleens gedacht: 'Er moet toch wel een filosofisch onderwerp bij zitten'. Onwetenschappelijker kan het niet."

Scheffer knikt. "Nog veel belangrijker is, dat de samenleving zichzelf zo tekort doet. Als je op onwetenschappelijke gronden vrouwen veel minder vaak honoreert, sluit je talent buiten."

Jaloers?

Scheffer: "In de Volkskrant las ik laatst dat ik afgelopen jaren 9,9 miljoen bij elkaar heb gesprokkeld. Ik praat niet vanuit een verongelijkte positie."

Kan het anders?

"Ja. Een collega van mij, Johan Bollen, uit de VS heeft een simpel systeem bedacht. Het basisidee is dat alle wetenschappers samen bepalen in welke mede-wetenschappers het best geïnvesteerd zou kunnen worden. Een procedure voor zo'n zelf-organiserende fondsenverdeling kan simpel en transparant zijn: iedere gekwalificeerde wetenschapper ontvangt een gelijk aandeel van de beschikbare fondsen. In Nederland zou dat gaan om zo'n 30.000 euro per wetenschapper. Vervolgens geeft iedereen 50 procent van deze som aan zelfgekozen niet-gelieerde wetenschappers. En met niet-gelieerd bedoel ik dat het geen wetenschapper mag zijn uit hetzelfde instituut, en niet iemand met wie je gepubliceerd hebt. "

Huijer: "Hoe voorkom je dat al het geld verdwijnt naar het leukste meisje van de klas, dat in de media er heel goed in slaagt haar verhaal te doen?"

Scheffer: "Als je de beslissing laat aan de wijsheid van de wetenschappers ontkom je hier niet aan. Maar dat iemand haar verhaal goed voor het voetlicht kan brengen in de media betekent niet noodzakelijkerwijs dat zij ook veel geld krijgt. Goed mogelijk dat wetenschappers denken: zij is al zo bekend, zij krijgt vast genoeg, ik geef mijn geld aan een stille kracht, die volgens mij belangrijk werk doet en een steuntje kan gebruiken."

De wisdom of the crowd beperkt zich tot mede-wetenschappers?

Scheffer: "Dat hoeft niet. Marli sprak aan het begin van dit gesprek over een 'mode 3 society', waarbij samenleving en wetenschap bij elkaar betrokken zijn, zonder dat de wetenschap haar zelfstandigheid verliest. Dat kan met dit systeem. Om de dialoog met de samenleving op gang te brengen, van de wetenschap weer meer een Agora te maken, zou je een paar procent van de koek door publiek kunnen laten verdelen. Economisch werk laat zien dat zelfs een heel klein bedrag motiverend kan werken. In dit geval om het publiek te stimuleren hun mening te geven, en om wetenschappers te stimuleren duidelijk te maken wat ze doen. Dit kan via internet maar bijvoorbeeld ook via de Wetenschapswinkels, een instituut dat al decennia een intermediair is tussen maatschappij en universiteit. In Wageningen werken wij daar ook al lang mee."

Dit systeem is gebaseerd op vertrouwen. Is dat terecht?

Huijer: "Ik heb meer vertrouwen in een systeem waarin wetenschappers onderling geld verdelen, en waarbij een dialoog met de samenleving wordt aangegaan dan in de huidige bureaucratische rompslomp."

Scheffer: "Wij kennen beiden het systeem van binnen en van buiten; van hoog tot laag. Het is echt de allerhoogste tijd voor verandering, maar dat zal niet gemakkelijk zijn. Ga maar na. Voor wie zou een verandering zoals ik hier schets onaantrekkelijk kunnen zijn? Ten eerste voor mensen zoals ik, die nu veel geld binnenhalen. Maar ook voor beroepsbestuurders, die hun tijd nu doorbrengen met het organiseren van hele aanvragen-machinerie. En voor beleidsmedewerkers die wetenschapsagenda's opstellen. Voor een hele industrie die in stand wordt gehouden door dit systeem en zich niet graag in de voet zal schieten. We zitten in een val, die de samenleving onacceptabel veel kost maar die dichtgehouden wordt door degenen die het voor het zeggen hebben. Wil dit systeem veranderen dan zal de samenleving, en dus de politiek, aan de bel moeten trekken."

tekst

In 'Denken tussen anderen' gaat Denker des Vaderlands Marli Huijer in gesprek met mensen die in haar ogen een interessant licht werpen op actuele maatschappelijke kwesties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden