'Laat niet over u lopen'

Kwaad worden kon de Vlaamse cabaretier Wim Helsen (48) maar moeilijk, door zijn altijd boze vader. Helsen weet steeds beter hoe het (niet) moet. Zijn nieuwe voorstelling 'Er wordt naar u geluisterd' gaat later deze maand in première.

Les 1

Spanning draagt bij aan het spel

"Ik heb twee broers, ik ben de middelste. Mijn moeder deed het huishouden en was naaidocent. Mijn vader was ingenieur. Een beperkende, dictatoriale, gefrustreerde man. Er was altijd spanning als hij thuis was. Toch hadden mijn broers en ik veel plezier. We hadden onze eigen grapjes onderling, dat was onze vorm van rebellie. Hoe dronkener hij werd, hoe meer mijn vader in zijn dialect ging spreken. Wij spraken nooit zijn dialect, maar op die momenten deden wij dat na. We imiteerden hem waar hij bij zat. Als hij dat doorkreeg, voelde hij zich extreem beledigd. We probeerden te stoppen, net voordat hij in woede zou uitbarsten en gewelddadig zou worden. Het klinkt misschien gek, maar die spanning droeg ook bij aan het plezier. Als hij er niet bij was, waren onze grappen veel minder lollig. We amuseerden ons pas echt als het spannend was, ook al waren we dan tegelijk bang.

Ik zoek vaak het spel, de meeste situaties en mensen nodigen daartoe uit. Ik vind het een van de plezantste manieren om samen te zijn. Als ik 's nachts met mijn technicus naar huis rijd, doen we soms een wedstrijd wie de muziek op de radio het eerst herkent. We switchen telkens van zender en houden de stand bij en dat wordt dan vanzelf spannend. Want als we dan bijna thuis zijn en ik sta achter met 20-14 stel ik voor om het volgende nummer op zes punten te spelen."

Les 2

Erken uw verlangen

"Ik durfde lang niet op een podium te staan. Na de middelbare school wilde ik wel een theateropleiding doen, maar ik had niet genoeg vertrouwen in mezelf. Mijn ouders verwachtten dat ik een universitaire studie ging doen, dus koos ik wat mij het makkelijkst leek: Nederlands en Engels. Na mijn studie heb ik allerlei jobkes gedaan: ik heb aan de lopende band gestaan in een plasticfabriek, achter de bar gestaan.

Ik ben een tijd leraar Nederlands voor anderstaligen geweest, later werkte ik als redacteur bij de radio. Ik deed al die banen wel graag en goed, maar op de achtergrond kriebelde het altijd om te gaan spelen.

De eerste keer dat ik in mijn eentje op een podium stond, was in een Gents comedy- café, de Bal Infernal. Op de dag zelf had ik er totaal geen vertrouwen in. Bij dat café liep iemand rond met een grote muts en die heb ik toen geleend. Dat ding op mijn hoofd gaf me iets onkwetsbaars, het was een soort helm. Ik heb daar tien minuten redeloos kwaad staan zijn en dat werkte meteen. Het was als een bom die ontplofte in de zaal, ik voelde mij gedragen door de reactie van het publiek waardoor ik maar bleef gaan. Dat kwaad zijn zelf werd debiel en daardoor heel grappig. Ik heb geluk gehad toen, de omstandigheden waren perfect. Twee maanden later heb ik mijn ontslag ingediend bij de radio en me ingeschreven voor het Leids Cabaret Festival. Eindelijk durfde ik toe te geven aan wat er al vijftien jaar was."

Les 3

Leun niet te veel op het publiek

"Soms maken de mensen het me echt gemakkelijk en gaat het spelen vanzelf. Dat is een ervaring die in je lichaam kruipt. Als ik de dag erna dan een soort terughoudendheid bij het publiek voel, moet ik mezelf daar echt van losmaken. Eigenlijk zou de houding van het publiek er niet zo heel veel toe moeten doen, het gaat erom dat ik zelf zo goed mogelijk speel en mijzelf amuseer met wat ik sta te doen. De mate waarmee ik mijzelf afhankelijk maak van het publiek, is de mate waarmee ik mijzelf in de weg kan zitten, en toch doe ik het steeds weer."

Les 4

Lees poëzie

"Ik ben geabonneerd op de website Laurens Janszoon Coster, die abonnees elke dag een gedicht mailt, soms van dichters van wie ik nog nooit hebt gehoord. De mooiste bewaar ik. Een gedicht is een voorbeeld van hoe iemand op een bepaald moment naar de wereld heeft gekeken of zichzelf en het leven heeft ervaren. Een goed gedicht helpt om de aandacht ergens naartoe te leiden. Het zijn vaak banale dingen, die toch een openbaring blijken te zijn. Ik heb daarstraks voor de fotograaf nog een gedicht opgezegd, van Paul van Ostaijen. Dat gaat zo:

Als een reus

Slaap als een roos

Slaap als een reus van een roos

Reuzeke

Rozeke

Zoetekoeksdozeke

Doe de deur dicht van de doos

Ik slaap

Het gedicht is meer dan honderd jaar oud, maar het werkt nog altijd, omdat er spel in zit. Het voelt alsof dat eerste woord alle andere triggert en dat er spelenderwijs iets ontstaat wat op zichzelf kan bestaan.

Slapen kan zo heerlijk zijn. Er ontstaat iets lichts en onschuldigs. Ik kijk graag naar slapende mensen, die zijn altijd onschuldig. Mijn kinderen zijn nu 18 en 13, vooral toen ze klein waren ging ik geregeld naar ze kijken als ze sliepen. Twee weken geleden heb ik dat nog bij mijn zoon gedaan. Dat is zo tof. Je weet wat voor energie er allemaal in hem zit - wilde, roekeloze, grappige, soms irritante energie - maar het toont zich niet op dat moment.

Dat gedicht zou trouwens ook een mooi grafschrift kunnen zijn. Het heeft geen zin om u af te vragen wat het is om dood te zijn. Het heeft veel meer zin om u af te vragen wat het is om te leven. Om voor uzelf uit te zoeken: wat heb ik nodig om zoveel mogelijk leven te kunnen ervaren. Kijken en voelen, door plezier, verbondenheid en vreugde."

Les 5

Neem niet al uw gedachten even serieus

"Als ik met de auto rijd, kan ik nogal negatief geladen zijn. Ik kan soms voor een rood stoplicht staan en de elektrische lading in mijn borst voelen. Dan zie ik andere weggebruikers - voetgangers, fietsers, mensen die aan het parkeren zijn - als vervelende obstakels: zij zijn eikelachtig, egoïstisch, onachtzaam, gevaarlijk en dom. Dat voelt dan als iets heel 'waars' en raak ik geïrriteerd. Terwijl geen enkele van die meninkjes natuurlijk waar is.

Zodra ik die negativiteit herken, kan ik er beter mee omgaan. Dan betekenen al die oordelen niks meer. De spanning in mijn lichaam is dan niet direct weg, maar dan is het gewoon spanning. Als je dat niet kunt loskoppelen en in die gedachten gaat geloven, lukt het je niet meer om je in andere mensen te herkennen of je verbonden te voelen met andere mensen. Dan word je een soort Donald Trump: een verongelijkte, gefrustreerde man. Uit alles wat hij zegt kun je opmaken dat hij vanuit wantrouwen en irritatie naar andere mensen kijkt. Hij zit in een soort gevangenis van zijn eigen gedachten over zichzelf en anderen: die willen alleen maar geld, macht of ze zijn tegen hem.

Ik heb dit niet zelf bedacht, hoor. Ik heb veel gehad aan boeken zoals die van Eckhart Tolle. Ik herlees die ook regelmatig, dat helpt. Als ik mijzelf in anderen kan herkennen, ben ik op mijn best. Dan ben ik rustig. Maar ik moet mijzelf daar wel altijd opnieuw aan herinneren."

Les 6

Soms is boos zijn goed

"Ik heb nog nooit zo'n onredelijk kwaaie man als mijn vader ontmoet. Zo wilde ik niet worden. Ik heb mijzelf het lange tijd niet toegestaan om kwaad te zijn, omdat ik dat belachelijk vond. Aanstellerij. Maar daar ben ik van teruggekomen. Soms moet je kwaad kunnen zijn, om te laten zien hoe hard iets u heeft geraakt. Om te laten zien dat wat er is gebeurd je niet onverschillig laat. Soms moet je niet over je laten lopen.

Een paar weken terug was ik voor het laatst kwaad. Op een journalist. Hij interviewde mij over 'Winteruur' (het tv-programma van Helsen op Canvas, MV). Dat moest zo snel-snel. Gelukkig had ik gevraagd of ik het stukje nog na kon lezen, want hij had er iets compleet anders van gemaakt met dingen die ik nooit zou zeggen. Toen heb ik wel even geschreeuwd tegen die gast. Dat hielp. Daarna was mijn kwaadheid weg en legde hij uit hoe het was gekomen, en werd het opgelost. Jaren geleden had ik misschien niet gebeld, maar was ik die gast altijd een eikel blijven vinden."

Sinds ik kinderen heb, kan ik beter boos worden. Als je tegen een kind zegt: 'Als je dit niet doet, word ik kwaad', moet je dat ook doen. Jaren geleden was ik een konijnenhok aan het installeren in onze tuin, een heel lastig karwei. Mijn zoon was een jaar of vijf, zes en had een stok vast, waarmee hij mij voortdurend lastigviel. Ik waarschuwde een paar keer dat hij op moest houden. Ik heb die stok toen over de haag bij de buren gegooid. Dat had hij nooit verwacht."

Les 7

Alles is eindig en dat geeft waarde aan de dingen

"Met mijn vriend en regisseur Johan Petit organiseerde ik een theatrale wedstrijd over de beste wijsheden. Een van de wijsheden die ik meebracht was 'this too shall pass'. De eerste connotatie bij die uitspraak 'ook dit zal verdwijnen' is: die vervelende toestand waarin ik nu zit, wordt weer beter. Maar je kunt het ook helemaal anders interpreteren, namelijk als herinnering aan het feit dat alles eindig is. Als je dat aanvaardt, valt het leven minder zwaar.

Wij mensen zijn geneigd om alles te willen vasthouden. Jezelf herinneren aan de eindigheid, dat iemand morgen kan ver- ongelukken of weggaan, kan je bevrijden van de mentale ballast dat het altijd zo moet zijn zoals het nu is. Als kinderen klein zijn, wil je ze beschermen. Je wilt dat ze nooit ongelukkig worden, op hun hoofd vallen, gefrustreerd raken of gepest worden. Het gevaar is dat je daardoor verkrampt en ongelukkig wordt.

Dat geldt ook in de liefde. Ik zie de moeder van mijn kinderen nog graag. Nu misschien wel liever dan in de laatste jaren van onze relatie. Omdat ik haar toen nog wilde controleren en veranderen. Nu kan ik, dat wat ik niet goed aan haar vind, laten zoals het is. Daardoor is de kans misschien wel groter dat er iets verandert."

Les 8

Alleen zijn vergt oefening

"Ik woon vlak bij het openluchtmuseum Middelheim in Antwerpen. Een groot mooi park vol beelden en kunst tussen bomen en struiken. In een uithoek staat een soort benzinestation, een golvend dak met een rond glazen huisje eronder. Er brandt licht, maar het is leeg en je kunt er niet naar binnen. Het is van een Nederlander, John Körmeling, en het heet 'entree des artistes'. Als je voorbij dat park rijdt, lijkt het een café waar de belofte van feest en gezelligheid hangen. Maar dat is alleen als je snel kijkt. Als je langer kijkt, zie je dat het leeg is en dat er niemand is. Dat kunstwerk is een soort uitnodiging om alleen zijn als een feest te beleven. Want een feestelijk aangeklede plek waar tegelijkertijd niemand is, voelt ook eenzaam. Het herinnert mij aan iets wat belangrijk is om goed te kunnen: alleen zijn, zonder je eenzaam te voelen.

Dat lukt vaker niet dan wel. Ik denk dat wij allemaal de neiging hebben dat gat, dat je soms voelt, te vullen met het vulsel van de moderne mens: tv, computerspelletjes, eten, roken, drank, drugs, seks. Het stomme is dat het daardoor alleen maar erger wordt. Als ik thuiskom en met een vaag gevoel van eenzaamheid in de zetel plof om eindeloos tv-series te kijken, ga ik daarmee door tot ik al twee keer in slaap ben gevallen. Als ik dan een paar uur later echt niet meer kan, heb ik dat gevoel weggedrukt, maar is het eigenlijk veel groter dan voordien.

Als ik op een goede manier alleen ben, heb ik genoeg aan mijzelf en aan wat er is. Het helpt om je aandacht op dat gevoel te richten. Hoe groter mijn bewustzijn en mijn aandacht, hoe makkelijker het is om goed alleen te kunnen zijn."

Wim Helsen

De Vlaamse cabaretier Wim Helsen (1968) groeide op in Antwerpen en Mortsel. Hij studeerde Nederlands en Engels. Hij werkte onder meer als leraar Nederlands voor anders-taligen en als redacteur bij de radio. In 2002 stond Helsen in de finale van het Leids Cabaret Festival, waar hij tweede werd, na Javier Guzman. Voor zijn eerste voorstelling 'Heden Soup!' kreeg Helsen de 'Neerlands Hoop', de prijs voor de opmerke-lijkste en veelbelovendste cabaretier. In 2009 won hij met zijn derde voorstelling 'Het uur van de prutser' de Poelifinario en in 2013 nog eens met 'Spijtig, spijtig, spijtig'. Helsen maakt voor Canvas het tv-program-ma 'Winteruur', waarin hij drie avonden per week tien minuten met een bekende gast spreekt over een tekstfragment. Zijn nieuwe voorstelling 'Er wordt naar u geluisterd' gaat op 29 november in première in de Kleine Komedie in Amsterdam.

Helsen is gescheiden, woont in Antwerpen en heeft een zoon (13) en een dochter (18).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden