'Laat mij maar zitten onder een palmboom'

Een korte serie over Nederlanders die ooit op de Antillen neerstreken en nu niet meer terug willen. Vandaag Henk Langenfeld, monumentenrestaurateur.

Uit pure meligheid solliciteerde Henk Langenfeld in 1990 op een baan als hoofduitvoerder op Curaçao. Hij had geen flauw idee wat hem te wachten stond. Inmiddels bevalt het eiland zo goed, dat hij voor geen goud meer terug wil.

Het huis van Henk Langenfeld (54) is niet moeilijk te vinden. De zuiltjes van de omheining zijn weliswaar nieuw, maar duidelijk geïnspireerd op de typisch Curaçaose architectuur waar hij dagelijks mee bezig is. Ook de lichtblauwe tint is kenmerkend voor de kleurrijke bouwwijze op het eiland.

Langenfeld is dan ook gespecialiseerd in monumentenrestauratie. Aan zulke mensen was op Curaçao dringend behoefte, toen begin jaren negentig de bescherming van 750 eilandelijke monumenten wettelijk geregeld werd. Een ware restauratiehausse begon en inmiddels kan Langenfeld terugkijken op menig historisch pand dat onder zijn leiding aan een tweede jeugd begon.

In Nederland had hij zijn sporen al verdiend. Hij werkte onder meer aan de restauratie van het Centraal Station in Amsterdam, de Portugese synagoge en paleis Soestdijk. ,,Boeiend en afwisselend werk'', vindt hij zelf. Ook de mensen die voor hem werken zouden inmiddels niets anders meer willen.

,,En je houdt de stad en daarmee de cultuur in stand. Daarom is het zo belangrijk dat men hier iets aan het onderhoud gaat doen. Willemstad staat dan wel op de Werelderfgoedlijst van Unesco, als er geen onderhoudsplan voor de monumenten komt, zijn we binnen tien jaar terug bij af. Met restaureren alleen ben je er niet.''

Toen hij in 1991 op Curaçao aankwam, stond de restauratie van monumenten nog in de kinderschoenen. De meeste panden kwijnden weg en alleen met enige fantasie was de grandeur van weleer te herkennen in de Spaans aandoende patio's in de joodse wijk Scharloo, in de bladderende houten shutterramen en in de gebarsten pleisterlagen waar zout en koraalsteen een weg naar buiten zochten.

Het was een kolfje naar Langenfelds hand. De dag na aankomst op het eiland kon hij meteen de bouwplaats op, waar hij werd geconfronteerd met Antillianen die in hem de zoveelste makamba (Nederlander) zagen. ,,Maar binnen een week had ik ze allemaal op mijn hand'', vertelt hij trots. ,,Gewoon door me niet autoritair op te stellen; dat werkt niet bij Antillianen.''

Het vinden van vakmensen voor het ouderwetse handwerk was zijn grootste probleem. Zelf opleiden was het enige dat erop zat. Jongens die bij hem om werk kwamen vragen, mochten het proberen. ,,Binnen drie, vier weken wist ik of ik wat aan ze had. De jongens die bleven, koppelde ik vervolgens aan een paar oudere vaklieden van een jaar of zestig die het degelijke ambacht nog beheersten. Na twee, drie jaar hebben ze het dan helemaal in de vingers. Op die manier heb ik nu een uitstekende ploeg.''

Zelf heeft hij het vak ook zo geleerd. Toen de lastige Langenfeld op zijn dertiende van de lts werd getrapt, was het leerlingenstelsel het enige alternatief: overdag werken als krullenjongen en 's avonds op school de theorie. Enkele oude ambachtslieden wisten in die tijd de jonge Henk de liefde voor restauratie bij te brengen. Een blijvende liefde. ,,Als mijn lichaam het toelaat, doe ik dit op mijn zeventigste nog'', zegt hij.

Door zijn ruime ervaring met restauratie ligt Langenfeld geregeld in de clinch met de lokale architecten. ,,Wel altijd in goede harmonie, hoor. Ze missen gewoon het nodige aan praktische ervaring en dat realiseren ze zich gelukkig maar al te goed. Als ik het niet met ze eens ben, ga ik in discussie en probeer ze met argumenten duidelijk te maken waarom het anders moet.''

,,Geen enkel restauratieproject is hetzelfde. Het begint al met het zoeken naar de oorspronkelijke staat van een pand. Als er geen bouwtekeningen zijn, ben je afhankelijk van oude foto's of prenten in het archief; en van mensen die nog weten hoe het er vijftig jaar geleden uitzag. Want halverwege deze eeuw waren de meeste monumenten nog niet vervallen.''

Aanvankelijk dook Langenfeld zelf in de archieven. Tegenwoordig doet zijn vrouw Els dat werk. Zij volgde op het eiland de mts bouwkunde en schreef inmiddels twee boeken over historische panden die door Langenfeld zijn gerestaureerd. Hij beperkt zich nu tot het sporenonderzoek: pleisterwerk afhakken en vloeren openbreken bijvoorbeeld, om de technische staat van een pand te beoordelen.

In de afgelopen negen jaar heeft Langenfeld de oude wijken van het eiland in hun voordeel zien veranderen. ,,Vooral in Otrobanda en Scharloo is heel veel gebeurd. Daar is wel 60 procent van de vervallen panden opgeknapt. Bijkomend voordeel is dat restauratie een uitstekende manier is om de drugsproblematiek op te lossen.''

Hij vertelt over zijn laatste project in de beruchte IJzerstraat in Otrobanda. Er werd gedeald bij het leven en vrijwel niemand waagde het een voet in die straat te zetten. Totdat de Nederlandse pensionado Jacob Gelt Dekker een aantal panden kocht, deze liet restaureren door het bedrijf waar Henk werkt en er een Afrikamuseum neerzette. Hij kocht meteen maar een paar potten verf voor de buurtbewoners, die daar hun huis mee konden schilderen.

,,Alles ziet er nu netjes uit en je merkt dat die mensen anders zijn geworden. Ze houden de buurt schoner. Ons bedrijf heeft tijdens de bouw twee dealers in dienst genomen. In het begin waren ze nooit op tijd, maar die discipline hebben we ze wel bijgebracht. En ze gebruiken niet meer, want het was kiezen tussen bij ons geld verdienen of verder gaan met dealen. Inmiddels is het aantal chollers (junks, red.) drastisch afgenomen, want die voelen zich niet meer thuis. De mensen, ook toeristen, durven de IJzerstraat weer in.''

Er zijn nog verloederde panden zat op het eiland, maar toch loopt het aantal restauraties terug. Volgens Langenfeld omdat particulieren door de economische recessie huiverig zijn om te investeren. ,,En Nederland stelt geen extra geld meer beschikbaar zolang de Antilliaanse regering niet met een geloofwaardig financieel herstelplan komt. Daar is vooral de stichting Monumentenzorg de dupe van.''

Maar wat er ook gebeurt, Langenfeld hoeft echt niet terug naar Nederland. Na drie dagen heeft hij het er al gezien. ,,Neem nou de vrijheid die je hier hebt om met mooi weer naar het strand te gaan. In Nederland sta je gelijk in de file. En dan al die tuinen en voordeuren. Gewoon eng netjes. Veel te steriel. Laat mij maar onder een palmboom aan de rand van mijn zwembad zitten. Mijn vrijheid is me meer waard dan geld.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden