'Laat me maar, ik red me wel'

Jetty Buijtenhuijs-Hahn 1932-2014

FRANS DIJKSTRA

'Ik ben nog bezig een heel mens te worden', zei ze op haar tachtigste

Op haar tachtigste begon ze opnieuw te leven. Ze had veel in te halen.

Ze was 24 en had nog nooit serieuze verkering gehad. Wel vriendjes die gecharmeerd waren door haar vrolijke karakter en schaterlach. Zij wilde genieten van haar vrijheid, na een eenzame en zware jeugd, een 'rare jeugd', zoals ze zelf zei. Toch was ze ineens verkocht. Toen ze de krachtige handdruk van de jonge zeeman voelde, wist ze meteen: 'Hij wordt de vader van mijn kinderen'. Een jaar later, in 1957, trouwde Jetty Hahn met de vijf jaar oudere Marinus Jan Buijtenhuijs.

Het huwelijk was voor allebei een streep onder hun verleden. Marinus voelde zich een ongewenst kind. Zijn ouders verweten hem dat hun huwelijk een moetje was geweest.

Jetty was het derde kind van een planter die op het koloniale Sumatra plantages met rubberbomen en oliepalmen leidde. Haar oudere broer en zus vonden haar te jong om mee te spelen en van haar moeder mocht ze geen omgang hebben met de Indische kinderen van de arbeiders op de plantage. Jetty kreeg een jaar lang les van haar moeder, die onderwijzeres was geweest. Toen ze zes werd moest ze naar een internaat voor Nederlandse planterskinderen, tweehonderd kilometer ver weg.

Daar vond ze het vreselijk. Ze kreeg vaak straf, al was het maar omdat ze op de slaapzaal had liggen giechelen. Dan werd ze opgesloten in een koud, donker hok waar het wemelde van de kakkerlakken en ander ongedierte. Ze stond dan zo lang op haar tenen dat van beide voeten de wreef vergroeide, wat haar leven lang problemen gaf met schoenen.

Toen de Japanners Nederlands-Indië veroverden, werd de kostschool een gevangenis. Nu moesten ze gehoorzamen aan de strenge regels van de Japanners: uren op appèl in de zon staan en buigen voor de Japanse keizer.

undefined

Begrafenisje

Toch vond Jetty het een betrekkelijk zorgeloze en spannende tijd. Er was geen school, dus kon ze spelen met de andere kinderen. Als er iemand doodging, sloot ze zich aan bij de rouwstoet om buiten planten te plukken als aanvulling op het rantsoen. En ze speelde graag begrafenisje: een dood insect werd plechtig begraven en kreeg een graf met een kruisje.

Na twee jaar werd Jetty overgeplaatst naar een kamp bij Tanjun Balai. Daar zag ze haar moeder terug, die schrok van haar hongerlijfje. Haar moeder leidde de groententuin van het kamp en wist Jetty er weer bovenop te krijgen.

In het najaar van 1945 werd het gezin herenigd. Ze hadden allemaal de Japanse bezetting overleefd, maar hun huis en al hun spullen waren onteigend. Al gauw vertrokken haar broer en zus naar Nederland om te studeren, en een paar maanden later ging ook Jetty naar Nederland. Op haar dertiende, in april 1946, scheepte ze zelfstandig in voor de lange bootreis.

Op de middelbare school in Nederland voelde ze zich onzeker, want ze had maar drie jaar lagere school gehad. Bij proefwerken op de mms 'blokkeerde' ze, zoals ze zelf zei.

Ze was in de kost bij gezinnen in Amsterdam, maar ze voelde zich daar teveel. Als de eigen kinderen van de gastouders 's zondags een eitje kregen, kreeg zij niets.

Alleen in de vakanties, als ze bij haar oma in Harderwijk logeerde, had ze het naar de zin.

Elke dag schreef ze brieven naar haar ouders, die in het nu onafhankelijke Indonesië een nieuw bestaan trachtten op te bouwen op plantages. "Mag ik in de vakantie naar films die ik zelf leuk vind? En niet door meneer of mevrouw Schep gekeurd?", vraagt ze in in een van die brieven.

Ook schreef ze dat ze directrice wilde worden van een tehuis, 'waar kinderen zich echt thuis voelen', of maatschappelijk werkster of verpleegster. Uiteindelijk behaalde ze het diploma 'hoofd huishoudelijke dienst voor inrichtingen'. Ze ging werken in ziekenhuizen in Apeldoorn, Den Haag en Amsterdam. Tussendoor werkte ze als au pair in Schotland en Brussel. Ze bleek een uitstekende organisator.

En toen kwam ze Marinus tegen, die destijds als stuurman op de grote vaart voer en zou opklimmen tot kapitein. Ze kregen al snel twee kinderen, Marjolein en Chris. Zoals zoveel zeemansvrouwen was ze vader en moeder tegelijk.

Aanvankelijk woonden ze in het westen, dichtbij de havens. Maar omdat Marinus toch zelden thuis was, verhuisden ze in 1964 naar Ermelo op de Veluwe, waar Jetty mooie herinneringen aan had van de vakanties bij haar oma. Het gezin genoot van de tuin met de grote rode beuk, de bossen en de zandverstuiving, en Jetty werd de spil van het buurtje.

Daar kwam snel een einde aan. Marinus bleek zwaar suikerziek te zijn en kwam thuis te zitten. Hij vond het vreselijk in het bos: hij zag er geen horizon, geen water, geen schepen, geen luchten. Ze verhuisden in 1970 naar Delfzijl, toen de derde haven van Nederland. In een flat op tienhoog zat Marinus de hele dag met een verrekijker naar de havenmond te turen.

Na twee jaar in de flat, verhuisden ze weer. Het was haar dertigste verhuizing in veertig jaar tijd. Deze keer was het voorgoed: een wit huisje vlakbij de dijk in Holwierde, een gehucht bij Delfzijl. Jetty regelde de verbouwingen, het onderhoud en de financiën.

undefined

Jazz

Jetty zorgde heel goed voor Marinus. Ze hield zijn dieet en bloedsuikerspiegel nauwgezet bij en gaf hem injecties. Marinus leefde voor zijn hobbies: schrijven, schilderen en pianospelen, het meest jazz. Ook in die liefhebberijen ondersteunde ze hem. Ze lijstte tientallen van zijn aquarellen in en maakte die gereed voor een tentoonstelling af en toe. Met kerstmis reed ze hem naar een restaurant in Appingedam waar hij optrad als pianist. Zij zat dan alleen met kerst.

Met vakantie gingen ze als vanouds kamperen in Bretagne, waar Marinus bootjes kon kijken. Met een speelgoedauto op de keukentafel had Jetty zichzelf geleerd achteruit te rijden met een aanhangwagen, zodat ze goed kon manoeuvreren met de caravan.

Marinus kreeg ook te kampen met dementie, maar Jetty bleef alles op alles zetten om hem gelukkig te maken. Haar eigen vriendenkring werd steeds kleiner. "Het gaat niet om mij, het gaat om papa", zei ze altijd tegen de kinderen. "Laat me maar, ik red me wel", was haar vaste gezegde. Ze klaagde nooit, maar dacht in oplossingen. De dementie knaagde zijn laatste restje levenslust weg, maar zij hield hem overeind. Toen Marinus in 2011 overleed, was ze verslagen. Ze staarde maar voor zich uit, een jaar lang.

undefined

In actie

Toen besloot Jetty in actie te komen en bloeide op. Ze genoot van haar witte huisje met specht, mees en roodborst. En ze ging er weer op uit. Haar schaterlach klonk weer als vroeger.

Met haar tachtigste verjaardag ging ze met kinderen en kleinkinderen een week naar Zwitserland. Haar lichaam was sterk genoeg om te beginnen aan tai chi, de gestileerde Chinese vechtkunst. Op de eerste les kwam ze binnen met de woorden: "Ik ben de vrouw van..., ik weet niet wie ik ben..."

Ze vond die tai chi eerst wat zweverig, maar goed, het hielp haar. "Ik ben nog bezig een heel mens te worden", zei ze. Ook werd ze, vorig jaar, ingewijd als lid van de Odd Fellows, een humanitair genootschap dat wat lijkt op de Vrijmetselarij.

Alleen een zere knie zat haar dwars. Daardoor kon ze niet meer kanoën, niet meer wandelen en niet meer zelfstandig wonen. Een operatie zou uitkomst brengen. Dat gebeurde eind november en na een week was ze gezond weer thuis, al moest ze nog even aan de rollator. Ze begon na te denken over haar eerste lezing voor de Odd Fellows, in januari.

Jetty kon niet weten dat bij de operatie een stolsel was losgeraakt in haar bloedbaan. Toen dat haar longslagader bereikte, zakte ze ineen op de keukenvloer.

Henriëtte Dorotea Buijtenhuijs-Hahn werd geboren op 14 november 1932 in Tebing Tinggi, Sumatra, Nederlands-Indië. Ze stierf op 10 december 2014 in Holwierde, Groningen.

Marinus en Jetty: het huwelijk was voor beiden een streep onder het verleden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden