Opinie

Laat hokjesdenken in onderwijs los

Leren kinderen meer in gemengde of homogene klassen? Onderzoek laat zien dat het antwoord op die vraag afhangt van het niveau van de leerling: slimme leerlingen leren meer wanneer ze met andere slimme leerlingen in een groep zitten maar minder slimme leerlingen leren meer wanneer ze in een gemengde groep zitten.

Theo Wubbels

Een gemengde groep is dus goed voor de kinderen met lagere prestaties en slecht voor de slimmeriken. Let wel, dit soort onderzoekresultaten betreffen onderwijs waarin leraren geen speciale didactiek gebruiken om met de heterogeniteit om te gaan. En ook onderwijs waar geen expliciete pogingen zijn gedaan de minder slimme leerlingen in de homogene groepen zo veel mogelijk te laten leren.

Een van de mechanismen die de winst voor de mindere leerlingen veroorzaken staat in de kop van de bijdrage van Bianca Behr: “Brede brugklas haalt het lesniveau naar beneden”. De leraar of lerares richt zich op de “gemiddelde” leerling en dat blijkt goed te zijn voor die minder slimme leerlingen want die leren daardoor meer dan wanneer ze in een homogene klas zogenaamd op hun eigen niveau benaderd worden.

In de praktijk worden ze dan namelijk te laag aangesproken. Dat bleek onlangs nog uit onderzoek van Jentine Land naar teksten in schoolboeken voor het vmbo waarin korte zinnen ertoe leiden dat kinderen de verbanden tussen begrippen niet zien.

Dit effect speelt net zo voor het maken van homogene of heterogene groepjes leerlingen binnen klassen. Wanneer binnen de gemengde groep 8 in de basisschool aanstaande vmbo-leerlingen vaak in een “eigen” groep moeten werken kan het net zo fout gaan als in de homogene brugklas: deze leerlingen kunnen dan op te laag niveau worden aangesproken.

Het lesniveau in de heterogene brugklas naar beneden halen zorgt er gelukkig voor dat vmbo-leerlingen meer leren en helaas dat vwo’ers minder leren. Een dilemma.

Is heterogeen groeperen zoals met de brugklas werd beoogd nu de oplossing voor dit probleem? Nee, want ik zou niet willen dat de vwo’ers er onder lijden. De oplossing van dit dilemma ligt veeleer in een uitgekiende didactiek aangepast aan het niveau van elke individuele leerling. In principe kan een leraar dat gemakkelijker in een homogene dan een gemengde klas.

Het probleem zit hem daarbij in de directe koppeling aan de te behalen examens. We noemen een klas naar het te bereiken examen en daarop worden de lessen ingesteld in plaats van op wat de kinderen zouden kunnen bereiken. Geef zogenaamde vmbo t-leerlingen in een homogene brugklas een havo-programma en je zult versteld staan van wat ze blijken te bereiken, mits de leraren denken dat het havo-leerlingen zijn.

Theo Wubbels is als onderwijskundige verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zelf stond hij jaren als leraar natuurkunde voor de klas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden