Laat hof oordelen over hoger beroep asielzaken

Is het erg als de Raad van State zaken van asielzoekers vaak verkeerd beoordeelt? Ja. Snel repareren dus.

Opnieuw ligt de Raad van State als rechterlijke macht onder vuur. Uit onderzoek van scheidend hoogleraar Kees Groenendijk van de Radbout Universiteit Nijmegen blijkt dat vreemdelingenrechters veel kritiek hebben op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad, de hoger beroepsrechter in asielzaken, en soms zelfs in gewetensnood komen.

Nieuw is dit niet. Al in 2002 beweerde hoogleraar Thomas Spijkerboer van de Vrije Universiteit dat de Raad van State politiek bedreef doordat haar jurisprudentie steevast nadelig uitpakte voor de vreemdeling. Door organisaties als Vluchtelingenrecht, het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten en Amnesty International is al eerder kritiek geleverd op de lijnen die uitgezet zijn door de Raad van State. En de advocatuur heeft alle vertrouwen in de Raad van State verloren.

Is dat ernstig? Helaas wel. Bij asielaanvragen gaat het uiteindelijk om de vraag of iemands leven in gevaar is. Toegegeven, die vraag is vaak moeilijk te beantwoorden, en fouten zijn niet altijd te voorkomen. Maar de rechtspraak van de Raad van State is nu wel erg rigide, waardoor het niet de vraag is of door deze jurisprudentie er vluchtelingen ten onrechte zullen worden afgewezen, maar hoeveel. Enkele voorbeelden mogen dit verduidelijken.

Bij de beoordeling bij asielaanvragen gaat het onder meer over de vraag of het asielrelaas wel geloofwaardig is. Daarover stelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad dat de rechter dat niet kan beoordelen, maar alleen de overheid. De overheid ziet namelijk veel meer zaken dan de rechter en is dus deskundiger. De rechter kan alleen in uitzonderlijke gevallen het oordeel van de overheid opzij schuiven, maar dat komt bijna nooit voor.

Stel nu eens dat de Hoge Raad in strafzaken zou beweren dat de rechter niet mag oordelen over de geloofwaardigheid van het verweer van de verdachte, omdat de officier van justitie dat nu eenmaal veel beter kan aangezien hij meer zaken ziet dan de rechter. Juridisch Nederland zou op zijn kop staan. Maar in asielzaken is dit scenario de werkelijke gang van zaken.

Een ander punt is dat de Raad van State de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de afgelopen jaren te veel de vrije hand heeft gegeven in het versneld afwijzen van asielaanvragen. Afgelopen jaren hebben ongeveer alle organisaties op asielgebied gewaarschuwd dat er te vaak bonafide vluchtelingen – onder wie verkrachte, ernstig mishandelde en getraumatiseerde asielzoekers – werden afgewezen in de versnelde procedure, en vervolgens op straat gezet of opgesloten in vreemdelingenbewaring.

Een nieuwe poging liep vaak op niets uit, omdat volgens de jurisprudentie van de Raad nieuwe gegevens bij herhaalde asielaanvragen meestal geen rol meer kunnen spelen, omdat alles meteen bij de eerste aanvraag moet worden gezegd en ingebracht. De vrouw die in een dictatuur verkracht is en dit niet direct durft te noemen heeft dan pech.

Of neem de vraag of de situatie in een bepaald land misschien wel zo onveilig is dat eigenlijk niemand daarheen terug kan. Volgens de afdeling is dat allemaal een kwestie van beleidsvrijheid, en mag de rechter zich daarmee niet bemoeien, zelfs als er geen discussie is over de onveiligheid van een land. Zo gaf de Raad van State in 2005 het groene licht voor het afwijzen van vluchtelingen uit oorlogsgebied, in dat geval Liberia.

Ook kwalijk was de beoordeling van de Raad van State over de landeninformatie van het ministerie van buitenlandse zaken, de zogeheten ’ambtsberichten’. Deze informatie werd door de IND gebruikt bij de beoordeling van asielaanvragen. Volgens de Raad van State kan men er vanuit gaan dat deze informatie juist en volledig is.

Dat laatste is natuurlijk onzin – geen enkele rapportage kan ooit volledig zijn – maar het gevolg was dat de IND niet meer naar andere informatiebronnen, bijvoorbeeld rapporten van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR of Amnesty International, hoefde te kijken.

Wat hier in feite gebeurde was dat de Raad van State het ministerie van buitenlandse zaken carte blanche gaf om de ambtsberichten te censureren conform de wensen van een streng asielbeleid. In de praktijk gebeurde dit soms ook, zoals in het geval van Somalië. In de geruchtmakende Shalah Sheek uitspraak heefthet Europees Hof van de Rechten van de Mens een dergelijke, voor een onafhankelijke rechter beschamende praktijk naar de prullenbak verwezen.

Hoe nu verder? Ik geloof niet dat je kunt stellen dat er niets deugt van de rechtsbescherming voor asielzoekers in Nederland. Maar de door de Raad van State gecreëerde ’systeemfouten’ zijn te ernstig om te laten bestaan. Het is daarom beter dat het hoger beroep in asielzaken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt overgeheveld naar de gerechtshoven.

Gebeurt dat niet, dan blijft Nederland opgezadeld met een voor asielzoekers defecte rechtsstaat, en een hoger beroepsrechter die de verdenking van partijdigheid niet van zich kan afschudden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden