Laat het doden niet over aan machines

Nederland moet zich hard maken voor een verbod op 'killer robots', vinden Lambèr Royakkers en Rinie van Est.

Morgen vindt in Genève een bijeenkomst van de Verenigde Naties plaats over killer robots, autonome wapens. Dat zijn wapens die zelf vijandige doelen kunnen selecteren en aanvallen, zonder directe menselijke betrokkenheid. Het zou verstandig zijn als Nederland bij de VN pleit voor een mondiaal verbod op deze killer robots.

De AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken) en CAVV (Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken) stelden onlangs dat een internationaal verbod op autonome, bewapende systemen 'niet haalbaar en niet wenselijk' zou zijn. Volgens de adviseurs is er namelijk weinig nieuws aan autonome wapensystemen, en voldoet het humanitaire oorlogsrecht. Dat stelt dat er altijd een mens verantwoordelijk moet kunnen worden gehouden voor het doden van een ander mens. Bovendien achten de adviseurs het technisch gezien 'onwaarschijnlijk' dat er de komende twintig jaar wapens komen die zullen functioneren zonder 'betekenisvolle menselijke controle'.

Volautomatisch afschieten

Maar autonome wapens bestaan al. In 2012 publiceerde het Rathenau Instituut de studie 'Overal Robots', waarin beschreven werd hoe Zuid-Korea aan de grens met Noord-Korea killer robots inzet. Deze SGR-1, een robot met machinegeweren, kan indringers in het verboden grensgebied tussen beide landen volautomatisch afschieten. Dat doen ze nog niet: het zijn mensen die hen van afstand bedienen, maar technisch gezien zijn deze robots wel degelijk al in staat zonder menselijke inmenging het besluit te nemen om te doden. Bovendien gaan de ontwikkelingen, ook met bijvoorbeeld artificiële intelligentie, snel: er is een heuse wedloop gaande op het gebied van (goedkope) bewapende robots.

De AIV en CAVV schrijven dat het humanitair oorlogsrecht de inzet van wapens verbiedt als er geen onderscheid kan worden gemaakt tussen militaire doelen en burgers of burgerobjecten. Dat is precies het probleem met bijvoorbeeld de bewapende drones van de CIA en de US Air Force, die je semi-autonoom zou kunnen noemen. Zo'n 90 procent van de Amerikaanse drone-aanvallen in Afghanistan gebeurt met behulp van geo-locatie: apparatuur en techniek waarmee de drones de simkaart uit de mobiele telefoon van een vermoedelijke terrorist kunnen lokaliseren. Zoals een drone-operator zei: "Wij gaan niet achter mensen aan, wij gaan achter telefoons aan."

Slechterik

In theorie is het bij bewapende drones de mens die beslist over leven en dood. Maar van 'betekenisvolle menselijke controle' is geen sprake. Er is ook geen helder onderscheid tussen militaire doelen en burgers of burgerdoelen. De drone-operator weet namelijk niet zeker wie de telefoon vasthoudt als hij vuurt. Hij kan alleen maar hopen dat de persoon die de simkaart in handen heeft, ook echt de slechterik is. En niet toevallig een kind dat speelt met het mobieltje van een van zijn ouders. Deze 'automatisering van de dood' is nog veel schrijnender als je weet dat militaire drones in Pakistan en Afghanistan al honderden burgerslachtoffers maakten, zelfs buiten oorlogsgebieden.

Voor een land dat zich internationaal profileert met Den Haag als dé internationale ontmoetingsplek van vrede en recht, ligt er een schone taak: zorg ervoor dat volledig automatische wapens ons niet 'overkomen'. Het is simpelweg onmenselijk om het doden van mensen aan machines over te laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden