Laat die oorlog even rusten

(FOTO ANP) Beeld
(FOTO ANP)

Vroeger was ’fascist’ het linkse scheldwoord voor rechtse opponenten, nu besmeuren ook rechtse politici hun critici met termen uit de Tweede Wereldoorlog. Meindert Fennema vraagt zich af hoe we zo 4 en 5 mei nog kunnen herdenken en vieren?

Meindert Fennema

Het einde van de Tweede Wereldoorlog markeerde een tijdperk waarin het Kwaad aan de macht was. Dat absolute kwaad werd vertegenwoordigd door het nationaal-socialisme en de Holocaust was het pars pro toto van de verschrikkingen die de westerse beschaving op zijn grondvesten had doen schudden. Het was zelfs de vraag of de westerse beschaving nog recht van bestaan had. Ook het nationaal-socialisme was immers onderdeel daarvan.

Alles wat daarna kwam werd in termen van de Tweede Wereldoorlog beoordeeld. Men was goed of fout na de oorlog, ook al werd door W.F. Hermans in ’De Donkere Kamer van Damocles’ (1958) en door Harry Mulisch in ’Het Stenen Bruidsbed’ (1959) dat goed-foutschema al ter discussie gesteld. Wie het stigma van fascisme of racisme droeg was getekend, wie het kreeg opgeplakt wist niet hoe snel hij het moest verdonkeremanen.

Het antifascisme werd een wapen in de politieke strijd, ook in strijdpunten die niets meer met de oorlog te maken hadden. Ik herinner mij nog hoe de SRV-man in mijn dorp in Friesland langs kwam op de dag dat een groep gewapende Molukkers in 1977 een trein gekaapt hadden bij De Punt. „Ze moesten ze allemaal tegen de muur zetten”, zei de SRV-man in zijn rijdende supermarkt . “Nee, Gerrit”, zei de buurvrouw, „wij binne gjin Faksisten”. Daarmee was het voorstel van de SRV-man van de baan.

De Communistische Partij van Nederland, die als enige politieke partij voor het verzet gekozen had, was na de oorlog meester geworden in het monopoliseren van het ondergrondse verzet. Zij beschouwde zich ook na de oorlog als de leider van de strijd tegen het fascisme dat op de meest uiteenlopende plaatsen de kop opstak. Doordat antifascisme en anticommunisme vaak op één lijn gesteld werden was je in De Waarheid al gauw een fascist.

Maar ook andere politieke groeperingen en polemisten vonden het aantrekkelijk om de tegenstander te associëren met het fascisme uit de Tweede Wereldoorlog. Vrijwel iedereen kon na de oorlog een fascist zijn: een bekend voorbeeld was minister van Financiën Onno Ruding, die door een naoorlogse verzetstrijder, Hugo Brandt Corstius, vergeleken werd met de schrijftafelmoordenaar Adolf Eichmann omdat hij de criteria voor de bijstand wilde verscherpen. Dezelfde Brandt Corstius beschouwde ook de Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen als een neonazi omdat hij onderzoek deed naar de biologische oorzaken van crimineel gedrag. Omdat hij hersenonderzoek op delinquenten wilde verrichten en kinderen als proefpersonen gebruiken, werd Buikhuisen vergeleken met nazi-arts Josef Mengele en nazi-criminoloog Franz Exner. Hij nam ontslag als hoogleraar.

Er was iets merkwaardigs aan deze politieke karaktermoorden: de slachtoffers waren altijd mensen die als rechts beschouwd werden. Linkse fascisten had je eigenlijk niet. Bas de Gaay Fortman kon het Ceaucescu-regime prijzen zonder voor fascist uitgemaakt te worden. Het IKV kon de Oost-Europese regimes vergoelijken en zich uitspreken voor een dialoog zonder dat iemand sprak van een extreem-rechtse organisatie. Linkse intellectuelen verdedigden de massamoorden in Cambodja, maar werden nooit met Adolf Eichmann vergeleken.

Mensen die met het fascisme geassocieerd werden waren dus rechts, om precies te zijn extreem-rechts. Dat woord had een dubbele betekenis die door intellectuelen gekoesterd werd. Enerzijds was extreem-rechts een generieke term voor fascistische bewegingen uit het Interbellum en hun erfopvolgers, anderzijds kon de term ook worden opgevat als ’heel erg rechts’. Door deze dubbele betekenis kon men alle rechtse politici naar believen extreem-rechts noemen.

Bij sommige politici, zoals Joop Glimmerveen in Nederland of Jean-Marie LePen in Frankrijk, was die dubbele betekenis ook van wel toepassing, maar veel vaker was dat niet het geval. Toch werd langs die weg veelvuldig gebruik gemaakt van guilt by association. In 1995 werd VVD'er Frits Bolkestein door de CDA-Europarlementariër Arie Oostlander met Le Pen vergeleken, omdat hij de toelating van vluchtelingen wilde beperken. De huidige burgemeester van Nijmegen Thom de Graaf (D66) probeerde Pim Fortuyn met het nationaal-socialisme in verband te brengen door een verwijzing naar Anne Frank. Ook Hans Janmaat (CP) werd vaak als extreem-rechts bestempeld zonder dat zijn banden met het fascisme werden aangetoond. En nog onlangs werd in het rapport ’Polarisatie en radicalisering’, dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken was opgesteld, geschreven dat de Partij voor de Vrijheid zich met haar politieke boodschap in „de extreem-rechtse partijfamilie schaarde’. Het betreft hier bovendien een rapport waarvan de opstellers claimen dat het een wetenschappelijk karakter heeft. De leider van D66 kon daarom zeggen dat het extreem-rechtse karakter van de PVV nu ook ’wetenschappelijk vastgesteld’ was. We hebben volgens Alexander Pechtold met de PVV dus een neofascistische partij in het parlement.

Maar met het programma van de PVV is iets vreemds aan de hand dat Pechtold kennelijk niet is opgevallen. Het bevat een aantal thema’s die van oudsher als linkse thema’s werden beschouwd. Zo maakt de PVV, in het voetspoor van de ’extreem-rechtse’ Pim Fortuyn, een hoofdpunt van de verdediging van de rechten van homoseksuelen en van de emancipatie van vrouwen. Dat is een thema dat we in de programma’s van de extreem-rechtse partijen van voor de oorlog niet tegenkwamen. De PVV werpt zich ook op als verdediger van de rechten van de Joden, zowel die in Nederland als die in Israël. Ook dat is geen thema dat we bij de NSDAP of de Action Française hebben kunnen vinden. Bovendien is de PVV een voorstander van snelle dekolonisatie van de Nederlandse Antillen, hetgeen voorheen een standpunt was dat alleen door linkse partijen werd verwoord.

Omgekeerd zijn thema’s die vroeger rechts waren naar links verschoven. Dat geldt bijvoorbeeld voor het antisemitisme. Die verschuiving loopt via de kritiek op het zionisme. Het ontstaan van Israël als de laatste blanke kolonistenstaat, de verdrijving en onderdrukking van de Palestijnen, de steun van de VS aan Israël en de werkelijke of veronderstelde loyaliteit van Joden buiten Israël aan de Israëlische bezettingspolitiek, dat alles draagt ertoe bij dat een negatief oordeel over Joden steeds meer een linkse signatuur heeft gekregen. Wie voor de zwakken kiest, kiest voor de Palestijnen. „Ik vind antisemiet bijna een eretitel worden”, zei Gretta Duisenberg deze maand in een interview op de site van NieuwW!J. Het was de zoveelste in een serie soortgelijke uitspraken. En Gretta Duisenberg is zonder twijfel links.

De leuze ’Hamas, Hamas, Alle Joden aan het Gas’ is tegenwoordig vooral in demonstraties te horen die door SP en GroenLinks worden ondersteund. De SP’er Harry van Bommel liep mee in een demonstratie waar iedereen behalve hij die leuze kon horen scanderen. Je kunt je bijna niet meer voorstellen dat in een door extreem-rechts georganiseerde demonstratie een dergelijke leuze te horen zou zijn. Misschien zal over 25 jaar alleen de oudere generatie nog weten dat het antisemitisme ooit een rechts thema was.

Maar er is nog iets. Waar de meeste leiders van rechtse bewegingen verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog trachten te vermijden, is dat bij Wilders niet langer het geval.

Geert Wilders heeft de polemische strategie van Hugo Brandt Corstius overgenomen door zijn tegenstanders met het nationaal-socialisme in verband te brengen. In zijn ogen buigt Balkenende buigt voor de ’fascistische ideologie’ van de islam. En Barack Obama noemt hij de Neville Chamberlain van de 21ste eeuw. Chamberlain probeerde in 1938 de wereldvrede te bewaren door nazi-Duitsland toe te staan Tsjechoslowakije te bezetten. Barack Obama doet dat nu door de regimes van islamisten te apaiseren. Opnieuw wordt de eigentijdse politieke strijd vertaald naar de tegenstelling tussen goed en fout in de Tweede Wereldoorlog. De islam is volgens Wilders het fascisme van de 21ste eeuw. Osama Bin Laden is de eigentijdse Hitler, de Koran is de nieuwe ’Mein Kampf’, en de Jihad is de Blitzkrieg in een moderne gedaante. In het Kamerdebat over ’Fitna’ zei Wilders: „Ik put moed uit hun verzet, bijvoorbeeld van de landgenoten die ’s nachts het monument van Van Randwijk in Amsterdam tijdelijk aanpasten. Even stond daar de tekst: ’Een volk dat voor korannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen. Dan dooft het licht’.”

Maar ook het oud-linkse frame is nog volop in gebruik: daarin zijn de moslims de Joden geworden van deze tijd. Daarin is Wilders de erfopvolger van Adolf Hitler en is Hirsi Ali de Leni Riefenstahl van deze eeuw. De islamofobie is in dat frame de nieuwe vorm van antisemitisme. Lees de columns van Evelien Tonkens en Marcel van Dam in de Volkskrant.

Hoe kunnen oud-links en nieuw-rechts ooit samen 4 mei herdenken en 5 mei vieren?

Het lijkt mij dat beide partijen er goed aan zouden doen de Tweede Wereldoorlog niet meer in te zetten in hun politieke strijd. De tegenstellingen zijn, ook zonder het opvoeren van Anne Frank, groot genoeg.

Het zou mooi zijn als beide partijen zich zouden committeren aan een aantal regels die inherent zijn aan een democratisch debat. Ten eerste: niet oproepen tot geweld. Ik meen dat alle deelnemers zich daar tot nu toe nog wel aan gehouden hebben. Ten tweede: niet oproepen tot uitsluiting van burgers, welke ook de levensbeschouwing of politieke opvatting is. Pogingen om Wilders de mond te snoeren omdat hij haat zou zaaien zijn even verwerpelijk als zijn uitspraak dat moslims die hun religie niet willen opgeven het land zouden moeten verlaten. De derde – en moeilijkste – regel is die van wederzijds respect. Het is moeilijk vol te houden dat het voorstel ’een kopvoddentaks’ in te voeren getuigt van enig respect voor de draagster van een hoofddoek. Maar ook vind ik het moeilijk te accepteren dat de fractieleider van D66 Geert Wilders tijdens het debat over diens film ’Fitna’ in de Tweede Kamer ’een bange, bange man’ heeft genoemd. Iemand die alleen vanwege zijn opvattingen 24 uur per dag bewaakt moet worden, verdient meer respect dan hieruit spreekt.

Laat ik eindigen met een citaat van Geert Wilders uit het programma ’Barend en Van Dorp’ van 24 september 2001, vlak na de aanslagen op het WTC in New York: „In tegenstelling tot Pim Fortuyn die oproept tot een kruistocht, of wat is het, een koude oorlog tegen de islam, wat een verwerpelijke opmerking is, omdat ie daarmee alle moslims op één hoop gooit, heb ik van begin af aan gezegd: de islam daar is niets mis mee, het is een te respecteren godsdienst. Ook de meeste moslims ter wereld, maar ook in Nederland zijn goede burgers waar niets mis mee is. Het gaat om dat kleine stukje moslimextremisme.”

Wilders lijkt inmiddels van standpunt veranderd. Het zou voor het debat goed zijn als hij bereid zou zijn om uit te leggen wat er sindsdien gebeurd is, wat hem van gedachten heeft doen veranderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden