Laat de zedendelinquent zich kennen?

null Beeld fadi nadrous
Beeld fadi nadrous

Onderzoekers en behandelaars proberen in het hoofd van de zedendelinquent te kijken. 'Een antisociale kant is altijd risicoverhogend.'

Veel mensen denken dat zedendelinquenten dag na dag vullen met gewelddadige, seksueel afwijkende fantasieën en het maken van plannen om die in de praktijk te brengen. Uitgebreide media-aandacht voor mannen als Michael P., verdacht van het verkrachten en doden van Anne Faber, en voor de beruchte kindmisbruiker Robert M., voeden zulke ideeën. Maar de werkelijkheid is genuanceerder.

Veroordeelde lieden zoals Michael P. lopen er niet zo gek veel rond, eenvoudigweg omdat er maar weinig oudere zedendelinquenten zijn. De meeste zedendelicten worden gepleegd door jongens van vijftien, zestien jaar; naarmate de leeftijd vordert, neemt dat aantal af. Actieve zedendelinquenten ouder dan 25 jaar zijn er weinig, en veertigplussers zijn uitzonderlijk.

Chantal van den Berg deed voor haar proefschrift 'From boys to men' onderzoek naar de criminele levensloop van bijna vijfhonderd Nederlandse jonge zedendelinquenten. Zij ontdekte dat 27 van hen ook als volwassene doorgaan met het plegen van zedendelicten. Dat zijn er 27 te veel, maar toch: bijna 95 procent doet het niet. Nog een cijfer: het NSCR (Nederlandse Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) meldt in een feitenoverzicht dat volgens Brits onderzoek zeventien jaar nadat een jongere een zedendelict heeft gepleegd, de kans op seksuele recidive net zo laag is als voor iemand die nog nooit een misdrijf heeft gepleegd.

Enge man in de bosjes

Dat zedendelinquenten zoals Michael P. recidiveren, is ook vrij uitzonderlijk. Het WODC (Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid) publiceerde onlangs cijfers over recidive van zedendelinquenten die een tbs-maatregel hadden gekregen of een gevangenisstraf. Die cijfers laten zien dat de kans op zeer ernstige recidive - verkrachting, zware mishandeling, doodslag en diefstal met geweld - binnen drie jaar na een tbs-behandeling 1,8 procent is, en na zo'n zelfde periode gevangenisstraf 7,6 procent. Dat betekent niet alleen dat behandeling effect heeft, maar ook dat het recidivepercentage voor uitsluitend seksuele misdrijven laag is.

De 'enge man in de bosjes' bestaat, maar hij is zeldzaam: het meeste seksuele geweld wordt gepleegd door familieleden en bekenden, en de meeste opgepakte en veroordeelde zedendelinquenten zijn jongens. Samen met een paar foute vrienden halen ze allerlei rottigheid uit, en zetten ze seksueel geweld in zoals ze ook andere vormen van geweld gebruiken. Om hun zin te krijgen, uit nijd of wraak, om zich af te reageren of omdat ze thuis hebben gezien dat het normaal is. Denk in dat laatste geval bijvoorbeeld aan kinderen die op jonge leeftijd zijn blootgesteld aan gewelddadige porno en aan geweld achter de voordeur; als getuige, maar ook als slachtoffer.

"Voor jonge zedendelinquenten is aanranding of verkrachting vaak hun eerste seksuele ervaring", zegt Jan Hendriks, hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Ze willen het een keer meemaken, maar ze zijn onervaren, en dan kunnen er dingen gebeuren die helemaal niet moeten gebeuren."

Risicofactoren

Volwassen zedendelinquenten opereren vrijwel altijd in hun eentje. Omdat jongeren doorgaans in vriendengroepen actief zijn, zijn ze dat in dit geval ook. In de woorden van Hendriks: "Dat het vooral jongeren zijn die in een groep seksuele delicten plegen, is niet zo verwonderlijk. Bijna alle jeugdcriminaliteit is groepsgebonden criminaliteit."

Vergelijkend onderzoek laat zien dat de meeste jonge zedendelinquenten veel overeenkomsten hebben met 'gewone' criminelen. Aanranding en verkrachting komen in de regel niet voort uit een stoornis, maar zijn seksuele varianten van het fysiek gewelddadige gedrag dat je bij gewone criminelen ook ziet. Vier wetenschappers die onderzoek deden naar de concentratie van seksueel geweld bij 400 Britse en 140 Nederlandse families, concluderen in het handboek 'Sex offenders' dat families met een antisociale en gewelddadige inslag meer zedendelinquenten tellen en dat interventies gericht op het terugdringen van geweld en algemene recidive naar verwachting ook het risico op zedendelicten in die families doen afnemen.

Terug naar de beginvragen: wat gaat er mis in het hoofd van een zedendelinquent? En valt dat te repareren?

Evelyn Klein Haneveld is Hoofd Behandelzaken seksueel grensoverschrijdend gedrag van de Waag, het grootste centrum voor ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg (ggz) in Nederland. Ze onderscheidt zedendelinquenten in kindmisbruikers en verkrachters, en de verkrachters deelt ze op hun beurt ook weer op in twee groepen. "Wij kijken op de eerste plaats naar seksuele risicofactoren, en op de tweede plaats naar risicofactoren die te maken hebben met iemands persoonlijkheid of levensomstandigheden." Bij seksuele risicofactoren, zoals een afwijkende seksuele voorkeur, moet je niet alleen denken aan kindmisbruikers, maar bijvoorbeeld ook aan mannen die een voorkeur hebben voor gewelddadige seks, of die hyperseksueel zijn.

Klein Haneveld: "Bij mannen zoals Michael P. zou ik onderzoeken of ze een afwijkende seksuele voorkeur hebben vanwege hun geweldgebruik en of ze hyperseksueel zijn." Aan zulke seksuele voorkeuren valt niet veel te doen, zegt ze. "Je kunt proberen om het gedrag om te buigen en dat ondersteunen met medicatie. Maar libidoremmende medicatie heeft niet bij iedereen effect." Andere risicofactoren zijn antisociale kenmerken zoals geen rekening houden met anderen, en de wereld beschouwen als een jungle waarin het gaat om 'eten of gegeten worden'.

Ook voor volwassen zedendelinquenten met een matig tot hoog recidiverisico geldt dat ze meestal geen 'specialisten' zijn. Hun zedendelict past in een reeks andere, vaak gewelddadige, misdrijven. "Die antisociale kant is altijd risicoverhogend", legt Klein Haneveld uit, "onder andere omdat zulke mensen niet geremd worden door empathie. Daarbij hebben ze vaak een slechte impulscontrole, en dat verergert de zaak nog eens extra." Vrouwvijandige opvattingen zijn daarbij niet doorslaggevend. Dat je vrouwen mag gebruiken, sluit prima aan bij de opvatting dat je met mensen mag doen wat je wilt.

Maar hoe komt het zo ver?

Terwijl lang niet alle slachtoffers van mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik in hun jeugd daders worden, geldt omgekeerd wel dat vrijwel alle gewelddadige zedendelinquenten getekend zijn door een moeilijke en ongelukkige jeugd. Gewelddadige en zeer autoritaire ouders, middelenmisbruik door de ouders, blootstelling aan gewelddadige porno, getuige zijn van seksueel geweld, slachtoffer zijn van huiselijk geweld - wie de ongevoelige, gewelddadige verkrachters van nu als kleine kleuters had gezien, was waarschijnlijk overstroomd door medelijden.

Sommige onderzoekers hebben de hypothese dat zulke mannen zichzelf als kind alleen overeind konden houden door volledig ongevoelig te worden voor verdriet en pijn. Die overlevingsstrategie zou deels kunnen verklaren waarom ze als volwassenen egoïstisch zijn en harteloos, en vaak in een sociaal isolement verkeren. Liefde en vriendschap zijn voor hen onbekend terrein. En natuurlijk is de wereld een jungle, dat weten ze maar al te goed: in zo'n jungle zijn ze zelf opgegroeid. "De daders van nu zijn vaak de slachtoffers van vroeger die we destijds als maatschappij niet hebben kunnen beschermen", zegt Klein Haneveld.

Maar dat is geen reden om mannen als Michael P. in de samenleving los te laten. Kijken we naar zijn profiel, dan 'voel je op je klompen aan dat mannen zoals hij zeer recidivegevaarlijk zijn', vindt Jan Hendriks. "Daarvoor hoef je alleen maar naar zijn voorgeschiedenis te kijken, de beste voorspeller voor de toekomst: gedragsproblemen in zijn jeugd, twee gewapende overvallen, twee verkrachtingen - en geen enkele spijt." Klein Haneveld: "Zulke risicofactoren zijn voor recidivegevaar veel belangrijker dan de stoornissen die iemand heeft."

Goede babbel

Michael P. staat symbool voor 'de' zedendelinquent, maar ervaringen die onder de hashtag #MeToo worden gedeeld, maken duidelijk dat mannen die het net wat handiger aanpakken, kunnen wegkomen met hun seksueel misbruik. Onder hen vinden we de mannen met psychopathische trekken, zegt Robbert-Jan Verkes, hoogleraar forensische psychiatrie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Mannen die charmant zijn, attent, en die moeite doen om een vrouw voor zich te winnen. "Ze creëren een situatie, ze hebben een goede babbel, nemen een aardigheidje mee... Dat kan best een paar weken duren. Als een vrouw tegenstribbelt, halen ze van alles uit de kast om haar tot seks te dwingen, van het aanpraten van een schuldgevoel tot het gebruik van geweld."

Er blijven, zegt Verkes, heel wat meer vrouwen ontredderd achter na zo'n ervaring dan er op een fietspaadje in het bos worden gepakt door een vreemde. "Om hoeveel van zulke mannen het gaat, is onbekend, maar het zijn er wel veel meer dan de groep veroordeelde zedendelinquenten. Wat we wel weten, is dat ongeveer 1 procent van de mannen ernstige psychopathische trekken heeft."

Die mannen worden meestal niet gepakt en niet veroordeeld. En ze proberen het steeds opnieuw.

Vrouwelijke zedendelinquenten

Mannen hebben niet het alleenrecht op zedendelicten; er zijn ook vrouwelijke zedendelinquenten. Het zijn er veel minder, en ze verschillen van hun mannelijke evenknieën, blijkt uit promotieonderzoek van Miriam Wijkman: "Het belangrijkste verschil lijkt dat het bij vrouwen niet om de seks gaat - we weten dat niet helemaal zeker, want misschien wordt daar veel minder naar gevraagd. Het lijkt vooral te gaan om wraak nemen, en om het gevoel dat ze iemand in hun macht hebben. Daarnaast zeggen vrouwen vaak dat hun partner hen gedwongen heeft."

De vrouw is dikwijls een extra hulpje, of iemand die de toegang tot het slachtoffer faciliteert; mannen knopen opzettelijk een relatie aan met zwakke, afhankelijke vrouwen die jonge kinderen hebben. Die vrouwen doen niet altijd actief aan het misbruik mee. Soms kijken ze toe, soms gaan ze de deur uit om boodschappen te doen. "Maar", zegt Wijkman, "vrouwen zullen bij de rechter hun aandeel ook wel verzwakken om er beter uit te komen. Slachtoffers vertellen over een heel breed scala van misbruik door vrouwen, inclusief actief misbruik."

Wijkman onderzocht over de periode 1993 tot en met 2008 alle beschikbare 177 strafdossiers van vrouwelijke zedendelinquenten: 111 van volwassen vrouwen en 66 van minderjarige. Wat deze vrouwen met mannelijke zedendelinquenten gemeen lijken te hebben, is een jeugd getekend door fysieke mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik.

De volwassen vrouwen, gemiddeld 34 jaar toen ze het delict pleegden, zijn vaak getrouwd met een gewelddadige partner, zijn drugsverslaafd, en werken relatief vaak in de prostitutie. Bovendien hebben relatief veel van hen last van angst- en stemmingsstoornissen. Ze plegen hun delicten vaak samen met een mannelijke dader, en het slachtoffer is meestal minderjarig.

Jonge vrouwelijke zedendelinquenten zijn gemiddeld veertien jaar oud, hebben net zo'n rotjeugd gehad als de volwassen vrouwen, en lijden vaak aan agressieregulatieproblemen: ze vechten op school met medeleerlingen en leerkrachten. Deze meisjes plegen hun delict bijna altijd samen met een mannelijke leeftijdsgenoot, en hun slachtoffer is ook een leeftijdsgenoot. Waarom? De meesten verklaren dat ze bang waren voor de mededader, of erbij wilden horen in de groep. Wraak willen nemen op het slachtoffer was de tweede belangrijke reden.

De recidive bij vrouwen is 1,5 procent. In de door Wijkman onderzochte periode waren dat er dus twee. Wijkman: "Maar misschien zijn er meer vrouwelijke daders dan we denken. Voor een jongen of man is het nogal een stap om naar de politie te gaan en te zeggen: Ik ben aangerand door de buurvrouw."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden