Laat de teugels lekker vieren!

Twintigers kunnen alles kiezen en de druk om te presteren is hoog. Iets minder ambitieus maakt gelukkiger, adviseren onderzoekers.

"Ik wil ruziemaken met jullie, omdat ik zestien ben. Maar ik weet niet waarover, want ik mág alles gewoon!" Jeroen van Baar ging als puber graag de strijd aan met zijn ouders, maar dat bleek lastig. Zijn vader en moeder hadden hem al vroeg geleerd dat alles om hém draaide, hij kreeg meer vrijheid dan waar hij om gevraagd had, wist dat hij kon doen wat hij leuk vond en worden wat hij wilde. Er was dus niets om tegen te ageren, schrijft hij in zijn deze maand verschenen boek 'De prestatiegeneratie'.

Wat Van Baar schetst, is exemplarisch voor zijn generatie- mensen die geboren zijn na 1985, ook wel aangeduid als 'generatie Y', 'netwerkgeneratie', of, nog mooier: strawberry generation. Sinds het vorige decennium onderzoeken kunstenaars, schrijvers en wetenschappers wat hen bezighoudt in publicaties als 'Generatie Einstein' (Inez Groen en Jeroen Boschma, 2006), 'De grenzeloze generatie' (Frits Spangenberg en Martijn Lampert, 2009), en in documentaires als 'Alles wat we wilden' (Sarah Domogala, 2010) en 'De BV Ik' (VPRO, 2011).

Vaak gehoorde conclusie: twintigers kunnen worden wat ze willen en hebben dus torenhoge verwachtingen van hun leven. Maar deze onbegrensde keuzevrijheid werkt ook verlammend en doet een aantal van hen, opgebrand en gedesillusioneerd, naar de antidepressiva grijpen.

Jeroen van Baar is 23. Hij studeerde psychologie en neurowetenschappen in Utrecht en Parijs. Met 'De prestatiegeneratie' voegt hij een overtuigend boek toe aan de reeks.

De twee jaar oudere Emilie Roëll poogt eveneens haar eigen leeftijdgenoten te duiden. Zij doet dat door hun ervaringen te leggen naast die van een oudere generatie. Samen met de zeventiger Herman van Gunsteren, emeritus hoogleraar politieke theorieën en rechtsfilosofie, publiceerde ze 'Jongeren welkom'.

Hedendaagse jongeren komen niet goed uit de verf, vindt Roëll, die filosofie, antropologie en religiewetenschap studeerde. Zij ziet dat veel van haar generatiegenoten rond hun vijfentwintigste in een staat van verwarring raken, tussen stress en onzekerheid schommelen en verkrampen door de angst uit de onbegrensde mogelijkheden een verkeerde keuze te maken. Humorloos, zo beschrijft ze de gemoedstoestand van haar leeftijdgenoten. Ze wil begrijpen wat het precies is dat haar generatie zo serieus maakt.

Samen met Van Gunsteren doet ze een vergelijkend onderzoek. Hij ondervroeg elf twintigers naar bepalende momenten in hun leven, lastige keuzes en prestatiedrang. Roëll op haar beurt interviewde elf generatiegenoten van Van Gunsteren over hun ervaringen als twintigers, onder wie topambtenaar Arthur Docters van Leeuwen, pianist Jan Wijn en oud-Heineken-bestuursvoorzitter Anthony Ruys.

Twintigers hebben te veel om uit te kiezen, dus kiezen ze niets. Ze committeren zich aan drie verschillende projecten tegelijk, zetten een eigen bedrijfje op en reizen ondertussen de hele wereld over, concluderen de auteurs.

Illustratief is het verhaal van de 29-jarige Marenne, die wijsbegeerte en internationale politieke economie en ontwikkeling studeerde, een kindercircus opzette in Srebrenica, onderzoek deed in Senegal, en in Parijs, New York, Madrid en Dakar woonde.

Jonge mensen laten zich sturen door ambitie en het verlangen uniek te zijn, waardoor misschien wel isolement op de loer ligt, zo suggereren ze. De focus op het zelf en het voortdurende vergelijken met leeftijdgenoten, maken onzeker.

De geïnterviewden van de oudere generatie schetsen, terugkijkend op hun jaren als twintiger, een vrolijker beeld. Haast allemaal rolden zij gemakkelijk in een baan. Ze voelden zich gewild op de arbeidsmarkt en spreken hun dankbaarheid uit voor wat zich aandiende, onderlinge competitie en prestatiedruk voelden ze nauwelijks. Maar de auteurs vragen zich wel af - en terecht - of de verhalen van deze generatie helemaal zuiver zijn, nu de tijd mogelijk een relativerend laagje over hun herinneringen heeft gelegd.

Roëll en Van Gunsteren willen weten of jongeren eigenlijk nog wel welkom zijn in de huidige maatschappij. Hoe vinden zij werk, inkomen en erkenning onder de huidige sociaaleconomische omstandigheden? Maar hoewel bijna alle geïnterviewde jongeren erkennen dat ze objectief gezien in een lastige tijd opgroeien, zeggen slechts twee van hen het gevoel te hebben dat de samenleving niet op hen zit te wachten.

De opzet van 'Jongeren welkom' is prikkelend, de uitwerking saai. De interviews zijn vrij kleurloos genoteerd, de analyses zó serieus opgetekend dat de auteurs ons haast doen geloven dat er iets grondig mis is met twintigers van nu. Jammer, de lezer blijft achter met een wel erg somber beeld.

Opgewekter van toon en aanpak is 'De prestatiegeneratie' van Jeroen van Baar. Hij constateert dat zijn hoogopgeleide generatiegenoten zijn verworden tot 'maximalisten', omdat zij uit oneindig veel mogelijkheden kunnen kiezen. De term leent hij van de Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz.

Hoogopgeleide twintigers gaan voor goud, zegt Van Baar. Hun cijfers moeten hoog zijn, hun werkgever sexy, hun sociale leven rijk en relatie perfect. Reizen doen ze instrumenteel, gericht op zelfontplooiing of het ontwikkelen van zelfkennis. Op een scratch map - een wereldkaart waarop landen kunnen worden weggekrast - strepen ze af waar ze geweest zijn.

In hun maximalisme gaan zijn generatiegenoten ver, stelt de jonge psycholoog vast. Kantoorbanen zijn passé, multinationals zijn hip, een werkgever moet vooral een flitsend imago hebben.

Twintigers staan in de rij voor een baan bij Unilever of Shell en zijn desnoods bereid onbetaald te werken als dat hun kans op een baan vergroot. Passie is verplicht en de arbeidsmarkt is daarop volledig ingericht.

Schrijnend is het verhaal van de 26-jarige vrouw die drie jaar lang tegen een stagevergoeding werkte bij zo'n flitsend bedrijf, hopend op een echt contract. Tot ze opeens werd vervangen door een jongere versie van zichzelf.

Maximalisme maakt niet gelukkig, stelt Van Baar. Het put twintigers uit, maakt hen tot concurrenten van elkaar en verlamt hen, doordat zij voortdurend bang zijn voorbijgestreefd te worden. Hij citeert generatiegenoot Roos: "Ik moet eigenlijk geen 'Buitenhof' kijken, want daar zit om de week weer een andere twintiger die het al helemaal gemaakt heeft." En de auteur wijst op het gebruik van het concentratie verbeterende middel Ritalin. Dat is voor studenten wat doping is voor wielrenners - het wordt gebruikt om de concurrentie voor te blijven.

Ontroerend is het hoofdstuk waarin Van Baar via Facebook contact legt met Kevin, 23 jaar. Hij heeft het vmbo afgerond en is nu groepscommandant bij de landmacht. Vrij van prestatiedruk zocht Kevin geen baan met een spetterend imago, maar naar werk dat hem voldoening geeft. Van Baar is jaloers op hem, zegt hij, want Kevin leerde al vroeg dat sommige dingen niet voor hem zijn weggelegd en dat er dus grenzen zijn aan zijn keuzevrijheid.

'De prestatiegeneratie' is een aantrekkelijk geschreven spiegel, een confronterend portret van de strawberry generation. Het boek biedt twintigers ook de ruimte om om zichzelf te lachen. Op een scratch map afvinken welke landen we hebben bereisd, doen we dat écht? Ja, dat doen we echt.

Keuzevrijheid heeft een keerzijde, maken beide boeken duidelijk. Gelukkig hebben de auteurs ook advies voor twintigers die verdwalen in hun vrijheid. Roëll en Van Gunsteren roepen jongeren op om frivoler te durven kiezen, om te durven falen en om zich minder te laten leiden door opgelegde definities van wat als een topprestatie zou gelden.

Hun vergelijking met de oudere generatie biedt hoop: misschien kijkt de huidige generatie twintigers over veertig jaar ook wel in mildheid terug op deze jaren, concluderend dat het een lastige, maar leuke tijd was.

Jeroen van Baar roept zijn generatiegenoten op om te stoppen met maximaliseren. Middelmatig leven stemt volgens hem veel meer tevreden dan het uitputtende streven naar perfectie. Twintigers, stel je verwachtingen bij, zegt hij. Want, zo citeert hij Barry Schwartz: "The secret to happiness is low expectations."

Jeroen van Baar: De prestatiegeneratie. Een pleidooi voor middelmatigheid. Atlas Contact, Amsterdam; 128 blz. euro 15

Emilie Roëll en Herman van Gunsteren: Jongeren welkom. Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam; 196 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden