Laat de dak- en thuislozen het ook eens zelf opknappen

Een dakloze. Beeld ANP

Mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt, krijgen in de maatschappelijke opvang professionele begeleiding om hun leven weer op orde te krijgen. Maar de dak- en thuislozen kunnen ook veel zelf, blijkt uit experimenten met zelfbeheer in de maatschappelijke opvang.

In drie voorzieningen voor maatschappelijke opvang, in Amsterdam, Arnhem en Utrecht, wordt geëxperimenteerd met zelfbeheer. Hier zijn het niet de managers en hulpverleners, maar de dak- en thuislozen zelf die voor de dagelijkse gang van zaken en hulpverlening zorgen en hun leven zo veel mogelijk proberen te normaliseren. Zelfbeheer wil niet zeggen dat de dak- en thuislozen het helemaal alleen moeten doen. Als het nodig is, bieden professionals hen daarbij ondersteuning en de instellingen zorgen voor randvoorwaarden als aansprakelijkheid, huisvesting, financiering en verantwoording, en salarisadministratie.

Zelfbeheer bevordert herstel
De instellingen in de maatschappelijke opvang die het idee van zelfbeheer hebben omarmd, hebben veel opgestoken van de kraakbeweging, de cliëntenbeweging en van verschillende zorgvernieuwingsinitiatieven. Wat de instellingen vooral hebben overgenomen, is het geloof in de kracht en mogelijkheden van de mens om zijn herstel en maatschappelijke participatie te bevorderen. De idee dus dat herstel kan worden bevorderd door mensen maximaal aan te spreken op wat ze kunnen, in plaats van op wat ze niet kunnen. In dit verband is de bevinding uit ons onderzoek relevant dat veel cliënten aangeven dat ze zichzelf hebben leren waarderen, omdat ze zich door hun lotgenoten en de professionals geaccepteerd en gekend voelden.

Waar zelfbeheer in de maatschappelijke opvang op neer komt, is dat de dak- en thuislozen het vooral 'zelf moeten doen'. Ze moeten zelf schuldeisers bellen, de banden met de familie herstellen en ze bepalen zelf of en wanneer ze hulp willen. Opvang in zelfbeheer betekent ook dat de dak- en thuislozen leren om met anderen samen te wonen en werken. Om dat te kunnen doen, moeten ze sociale vaardigheden ontwikkelen, die ook van pas komen bij het vinden van een plek in de samenleving en werk.

Dat leren gebeurt gaandeweg, in een voorziening die andere toelatingscriteria hanteert dan de reguliere instellingen. Voor de opname in de zelf beheerde opvang is geen zorgindicatie nodig; afwijkend of hinderlijk gedrag wordt niet gemedicaliseerd en dak- en thuislozen worden als gelijken behandeld en niet als patiënten of cliënten. Uit onderzoek blijkt dat de opvang in zelfbeheer bemoedigende resultaten boekt bij de uitstroom naar zelfstandig wonen en een aanzienlijke bijdrage levert aan de participatie en dagbesteding van dak- en thuislozen. Daklozen kunnen vrijwilligerswerk verrichten in ruil voor een slaapplek of een maaltijd, maar ook structureel beheerstaken op zich nemen. Vorig jaar kreeg ruim een kwart van de bewoners en beheerders tijdens verblijf in hun voorziening betaald werk. Opmerkelijk is dat de nachtopvang in zelfbeheer niet per definitie duurder is. Sterker nog, bij een en dezelfde aanbieder blijkt de nachtopvang in zelfbeheer per bed 30 procent goedkoper dan de traditionele nachtopvang.

Top-down aansturing is uit den Boze
Als zelfbeheer in de maatschappelijke opvang bijdraagt aan herstel en relatief goedkoop is, waarom zijn de aanbieders er dan niet massaal op overgestapt? Het antwoord is dat zelfbeheer veel vraagt van alle betrokkenen, zowel van de dak- en thuislozen, de professionals, de instellingen als van de maatschappelijke partners. De dak en thuislozen dienen het gemeenschappelijk belang van een goed functionerende voorziening te onderschrijven. Daarvoor moeten ze afspraken maken om conflicten te voorkomen of, als ze zich onverhoopt toch voordoen, op te lossen. Probleem is dat niet iedere dak- of thuisloze bereid of in staat om zich langdurig voor zichzelf en anderen in te zetten.

Het werken in een door dak- en thuislozen zelf beheerde voorziening vergt van de professional op zijn beurt een bescheiden en betrokken opstelling. Hij moet leren om te werken buiten vaste protocollen of regels.

De grote uitdaging voor de overkoepelende instellingen is om eraan te wennen dat ze de voorziening in zelfbeheer niet top-down kunnen aansturen. Ze moeten leren om samen te werken met mensen die niet altijd planmatig en controleerbaar te werk gaan en bij tijd en wijle afwijken van de uitgezette lijnen. Ook de maatschappelijke partners ten slotte - de gemeentelijke diensten of woningcorporaties - zijn vaak onvoldoende ingericht op maatschappelijke opvang in zelfbeheer. Voor hen geldt: je bent óf cliënt, óf professional en voor elk is er een apart loket. Daar komt nog bij dat zelf beheerde voorzieningen vaak niet in gangbare structuren en eisen passen, waardoor ze minder gemakkelijk toegang krijgen tot hulpbronnen.

Concluderend: meer opvang in zelfbeheer is wenselijk en mogelijk, maar het concept laat zich niet eenvoudig 'uitrollen'. Een verdere verspreiding van zelfbeheer in de maatschappelijke opvang is vooral afhankelijk van enthousiaste mensen die er een succes van willen maken. Steun van pleitbezorgers, professionals en gemeente is onmisbaar daarbij.

Matthijs Tuynman is projectleider en onderzoeker bij het Trimbos-instituut. Het volledige onderzoek kunt u hier downloaden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden