Laat Balkenende dit vertellen

In aanloop naar prinsjesdag opent het TrouwKabinet een fundamenteel debat over rol en taken van de overheid. Is de verzorgingsstaat doorgeschoten en moet de overheid terug naar haar kerntaak: het garanderen van veiligheid? Op verzoek van de premier levert minister van normen en waarden Bart Jan Spruyt de voorzet voor het debat. Het TrouwKabinet bestaat uit premier Greetje van den Bergh, de vice-premiers Marnix van Rij en Pieter Winsemius, en de bwindslieden Menno Hurenkamp, Alex Klusman, Ad Kolnaar, Sylvia Roelofs, Loek Schueler, Bart Jan Spruyt, Liesbet van Zoonen en Arie van der Zwan.

Er is een prachtig gedicht van Ida Gerhardt, het heet 'Er stond bij: vertaald uit het Frans', en het staat in haar bundel 'De adelaarsvarens uit 1988'. Het gaat over een man met levenslang. Hij zat gevangen: hij had geen verhaal. Met een lepel van tin probeert hij de raamspijlen door te vijlen. Als zijn krachten het begeven, krijgt hij hulp van 'een zwarte rat uit de gracht' die de lijst van het tralieraam aanvreet. Dat geeft de gevangene de moed door te gaan, en dan is er op een nacht het gat. Vol schrammen staat hij op de kant van de gracht:

Hij heeft nog gezien dat de dageraad kwam. Bij de regel over die man zonder verhaal moet ik altijd aan premier Balkenende denken. En dan wil ik die zwarte rat zijn die hem helpt een gat in het raam te maken zodat hij naar buiten kan kruipen en nog kan zien 'dat de dageraad kwam'.

Tot voor kort althans. Ik was onlangs bij het filiaal van De Slegte in Den Haag, en tussen de politieke boeken stond een grijze paperback met de weinig uitnodigende titel 'Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties'. Auteur: J. P. Balkenende. Met potlood had een nijvere medewerker van De Slegte achter in het boek aangetekend dat het hier wel degelijk om het 'proefschrift van de premier' ging. De prijs deed mij even aarzelen, maar de aanwezigheid van de stellingen, die ik snel even las, deden mij met het boek naar de kassa snellen.

Een van de stellingen is namelijk nogal ontnuchterend, en het verbaast me dat ik er nooit eerder iets over heb gelezen. Er staat ook een goede stelling tussen – de tweede – waarin de la-tere premier zich uitspreekt tegen de 'verstatelijking van private organisaties' als gevolg van de regelgeving en financiering door de overheid. Dat is volgens mij precies wat Gerrit Zalm, met een beroep op antirevolutionaire denkers als Kuyper en Dooijeweerd, de premier tijdens diens eerste begrotingsbehandeling in september 2002 voorhield.

Maar dan de zesde stelling. Die luidt: 'De overheid treedt terug als de financiële nood voldoende hoog is gestegen, niet omdat politiekstaatkundige opvattingen dat zouden vereisen.'

Wat zullen we nu krijgen? Altijd gedacht dat de premier wel degelijk vanuit een doordachte visie op de samenleving de rol van de overheid wilde terugdringen. Dat hij dat verhaal niet vertelde, kwam – zo dacht ik – omdat hij er niet aan toe kwam, of omdat hij na twee jaar tumultueus premierschap even door zijn intellectuele reserves heen was.

Je kunt die taak toch niet alleen aan het partijbureau overlaten, die wel een mooi vormgegeven serie Christendemocratische verkenningen uitgeeft, met deze zomer zelfs een themanummer over de vraag 'Wat is sociaal?'. Want je zou toch willen dat die ideologische herbronning ook tot het publieke en politieke debat doordringt.

Maar nu blijkt dat de premier zelfs als jong en veelbelovend geleerde niet geloofde in de kracht van het verhaal dat hem uit zijn huidige gevangenis had kunnen houden.

Veranderingen waren toen al voor hem een centenkwestie: de financiële nood moet voldoende hoog stijgen om veranderingen te rechtvaardigen. Ik denk niet dat iemand die dat gelooft ooit vol schrammen op de kant van de gracht zal staan om de dageraad te zien aanbreken.

Mijn welwillendheid is echter eindeloos, en daarom wil ik vooralsnog blijven geloven, of in ieder geval aannemen, dat Balkenende slechts een feit heeft willen constateren (zij het dat de formulering dan wel wat onhandig is geweest). Natuurlijk, zo bedoelde hij, moet de overheid terugtreden (lees mijn tweede stelling), maar dat gebeurt – in de praktijk – nooit op grond van 'politiek-staatkundige opvattingen'. Het gebeurt pas als de financiële nood 'voldoende hoog is gestegen'. Maar ook dan blijft er een zwaar punt van kritiek op zoveel realisme mogelijk en nodig.

Als je die rol van de overheid dan uit financieel-economische overwegingen terugdringt, vertel er dan wel het verhaal bij. Val niet strijk-en-zet terug op een haast verlegen gemompeld cliché als 'eigen verantwoordelijkheid'. Niemand weet nog wat dat betekent, als ze het ooit hebben begrepen.

Dat verhaal is meer dan ooit nodig omdat we ons bevinden in een heel belangrijk proces dat zelden bij de naam wordt genoemd, maar dat de kern is waartoe vrijwel alle maatregelen van de afgelopen jaren zijn te herleiden: de overgang van een verzorgingsnaar een veiligheidsstaat. Vertel, ter verdediging van deze overgang, het verhaal van de toenemende rol van de overheid in het verleden, en onderbouw dat bijvoorbeeld met het toenemende aandeel van de overheidsbegroting in het totaal van het bruto binnenlands product. Leg uit dat die rol in strijd is met onze geschiedenis en identiteit. Dat de staat pas na de Tweede Wereldoorlog zo is opgetuigd, en dat dat destijds misschien nodig en te billijken, of in ieder geval begrijpelijk was, maar dat de gevolgen desastreus zijn geweest. We hebben een situatie geschapen die het best te typeren valt met de term 'softe despotie' van Alexis de Tocqueville: de staat werd een albedil die de verstrooid levende schapen (geen burgers maar individualistische onderdanen) als een goede herder aan zich bond door te voorzien in al hun noden, behoeftes en kleine genoegens.

Vertel dan dat dit systeem niet meer aan zijn oorspronkelijke bedoelingen beantwoordt, en dat het niet voor niets was dat Drees zich van de PvdA afwendde. Leg uit dat het stelsel inderdaad een vorm van despotie is omdat het mensen afhankelijk maakt en ze niet aanspreekt op hun kracht en trots. En leg uit dat niets zo gevaarlijk is als een politieke stroming die zich beroemt op de emancipatie van de arbeider, en nu haar kracht zoekt in het instandhouden van haar clientèle door mensen bij voorbaat en nogal beledigend 'zwak' te verklaren en afhankelijk te houden van subsidies en ruimhartige uitkeringen.

En haal eens goed uit naar die vermaledijde vakbonden: wie heeft ooit Lodewijk de Waal gekozen, en wat geeft hem het recht om als onze eigen minister van informatie met leugenachtige verhalen democratisch genomen besluiten eindeloos te traineren of te frustreren?

Heb het dan ook over de fatale omslag die het rechtendiscours heeft doorgemaakt door aan de klassieke politieke rechten en vrijheden de soci-ale toe te voegen, waardoor de overheid de plicht kreeg in al die rechten te gaan voorzien. Afhankelijkheid werd een recht. Het systeem was niet alleen soft despotisch, maar ook pervers: het deed en doet een beroep op de slechte menselijke eigenschappen in plaats van op de nobele. En doorbreek de taboes: leg uit dat het debat door de progressieve gemeente is geschaakt met haar eigen definities van 'sociaal' en 'solidair' die een werkelijk 'sociaal' en 'solidair' beleid alleen maar in de weg staan.

En voeg daar dan aan toe dat die opvatting over de rol van de overheid, en de uitbreiding van haar takenpakket op grond van die uitbreiding van rechten, ertoe heeft geleid dat de overheid zich met van alles en nog wat is gaan bezighouden en haar belangrijkste taak is gaan verwaarlozen: het handhaven van orde en veiligheid. De overheid is er primair om ons te beschermen tegen binnen-en buitenlandse vijanden. Definieer die vijanden, en neem alle maatregelen die nodig zijn om ze te verslaan.

En benadruk voortdurend ook de andere kant van het verhaal. Wek niet de illusie dat je gelooft dat veiligheid 'maakbaar' is. Leg uit dat het opleggen van orde – via de overheid of via sociale controle – gedoemd is te falen als er geen debat komt over de noodzaak van een innerlijke orde door opvoeding en onderwijs. Stem dat waardenen normendebat daar op af.

Dit soort punten zijn het raamwerk van het verhaal dat ik Balkenende en zijn kabinet vanaf deze zijde van de gracht zou willen toeroepen. Maar omdat hij de indruk wekt geen behoefte te hebben aan dat verhaal, leg ik het voor aan mijn collega's in het TrouwKabinet, van wie ik graag hogere verwachtingen koester.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden