Kylian en Forsythe: nu nog vliegen, en dan de dood

Den Haag 17, 21, 22 en 28 t/m 31/10; Rotterdam: 23 en 24/10; Nijmegen: 27/10; Den Bosch 3/11; Heerlen 4/11; Amsterdam 5,6 en 8/11, Breda 7/11.

Na afloop van de voorstelling van het Nederlands Dans Theater met reprises van L'histoire du Soldat (1986) en Falling Angels (1989) van Jiri Kylian en de NDT-premiere van Forsythe's 'The vile parody of address' (1988) bekruipt me het bijna angstaanjagende gevoel dat dit onmogelijk is.

Alledrie de balletten zijn een voorbeeld van het opheffen van grenzen, waardoor muziek, beeld, menselijke beweging een eenheid worden en toch als afzonderlijke elementen herkenbaar blijven.

Kylian de balling uit Praag in Den Haag leidt een internationaal gezelschap. Forsythe, de New Yorker in Frankfurt en Parijs, zegt ergens boven de transatlantische oceaan te wonen.

Beiden begonnen hun carriere bij John Cranko in Stuttgart en werden kosmopolitische wonderboys. Met gebruikmaking van alle verworvenheden van het verleden in dansambachtelijke en theatertechnische zin bieden zij twee totaal verschillende, zelfs haaks op elkaar staande uitkomsten. Toch lijken zij allebei op zoek naar hetzelfde, naar het ontstekingsmechanisme van verbeelding en geestelijke bevrijding. Kylian noemt muziek zijn geleidestok waarmee hij dansers tegen de ruimte laat tikken. In zijn omhelzing van het oneindige gebruikt Forsythe de computer en video en het improvisatietalent van zijn dansers als blindegeleidestok.

Met L'histoire du Soldat, geschreven door C.Ramuz en gecomponeerd door Strawinsky (ook een emigrant) zag Kylian zich niet alleen geplaatst voor het probleem van ontheemding in geografische zin, maar vooral van de scheidslijn tussen menselijk falen en slagen. Want daarover gaat de muzikale voordracht over soldaat Jozef die zijn viool, en daarmee zijn ziel aan de duivel verkoopt. Kylian verraste in 1986 menigeen door in zinsbegoochelende walmen uit vele vloerluikjes en nissen in de achterwand furieen, feestgangers, familieleden, dansparen, meterslange gouden lappen, Jozefs alter-ego en zelfs hele minidorpjes te laten verschijnen en verdwijnen; maar wat in deze expose over illusie en desillusie vooral imponeerde was zijn sterk pantomimisch getinte benadering van dans en zijn inventieve gebruik van attributen. Nog altijd blijkt Aryeh Weiner geknipt voor de rol van de duivel. Nacho Duato's glansrol van destijd wordt nu door Johan Inger vertolkt en ook met minder sexappeal doorstaat hij de test van Kylians meesterschap glansrijk. Kylian vermijdt oubollige gestiek als illustratie van de tekst en doet, zacht uitgedrukt, een pittig beroep op de zintuigen. Noem zijn beeldverhaal een symbiose van mime, dans, tekst (frans), muziek en natuurgeluiden, in onomwonden en direkt te begrijpen taal. En dat laatste is precies wat Forsythe van Kylian onderscheidt. Ook hij maakt balletten om met alle zintuigen te ondergaan, maar juist niet om deze te begrijpen.

'The vile parody of address' is een strikt contrapunctische oefening voor piano (fuga 22 in bes mineur uit das Wohltemperierte Klavier Buch 1, gespeeld door Glenn Gould), stem (tekst van Forsythe, gesproken door Nicholas Champion) en negen dansers. En wat voor dansers! Alleskunstenaars, die hun ledematen kunnen isoleren en zo beheersen vanuit hun scharnieren en gewrichten dat niets meer onmogelijk lijkt. Behalve vliegen. De toneelruimte, door diffuus licht van boven beschenen, lijkt onbegrensd. Onmetelijk ver in de achterwand en naast een klein lampje adresseert Champion het publiek met flarden engelse tekst. Als beekgeruis en opkringelende rook om- en onthullen de klanken een besmeurde danser met schoorsteenvegershoed, die versteend op een bankje naast een sierlijk wit bloesemboompje zit. Dit ballet gaat over associatie en ordening, over risico, relaties en ruimte, over reduktie en structuur, over eindeloosheid en vergankelijkheid, over het hebben en zijn van een lichaam. De man op de bank reageert nauwelijks, met enkele gebaren als van een geestelijk gestoorde. Hij wacht op Godot, terwijl de dansers op kousevoeten en in simpel strak danstenue als Ufo's passeren. Kronkelend, glijdend, schuivend, roterend met hun heupen, onhoorbaar door hun kousevoeten markeren zij het heelal als lettertekens op een onzichtbaar vel. Hun lichamen orienteren zich in Bachs tijdsindeling in mineur en toch bewegen zij ook los van de vele malen herhaalde fuga, alsof ze daar boven staan. Na een ballet als dit wil ik eigenlijk niets meer, zelfs geen Falling Angels op Steve Reichs Drummings. Ik wil de verbazing volhouden of, zoals Forsythe mij tot slot zei: "....despite what I keep saying, a beautiful thing" .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden