Kwijnende diamantbuurt

NEW YORK - Het is een vrijdagmiddag die we hebben uitgekozen om de diamant-buurt te bezoeken. De handelaren zijn gehaast; het is bijna sjabbes. De rust die intreedt als het donker wordt, geeft een aardige indruk van de toekomst van New York als diamantstad.

MARTIN BOSMA

Dit stukje midtown Manhattan is zo exotisch als alleen New York kan zijn. Net om de hoek spreekt iedereen Koreaans, even verder domineren yuppies in streepjesoverhemden. Hier lopen meer Ieren dan in Ierland. Het blok in West 47th Street om de hoek van Rockefeller Plaza is weer net zo joods als kippesoep. Het straatbeeld wordt gedomineerd door chassidiem, de bebaarde mannen in lange zwarte jassen met zwarte hoeden.

De 'deals' worden in deze straat gesloten in het jiddisch, of in zangerig New Yorks. En een afspraak is geen afspraak zonder te zeggen “mazal oe-bracha”, wat een Amsterdammer verstaat als “mazzel en brooche”: geluk en zegen.

Het merendeel van de 10 miljard gulden diamanthandel in de VS is hier geconcentreerd: 99 procent wordt hier gekocht, bewerkt, gepolijst en verkocht.

Het aantal diamantbewerkers daalt met het seizoen. Vijftien jaar geleden werkten er hier nog bijna drieduizend, nu zijn er nog net 250. Over de hele wereld gaat het slecht met de diamantsector. De Beers Consolidated Mines, het Zuidafrikaanse kartel dat tachtig procent van de wereldmarkt in handen heeft, zag zijn handel vorig jaar met dertien procent dalen. Een steen van een karaat (een-vijfde gram), die in 1980 nog 120 000 gulden waard was, ligt nu in de uitverkoop voor 25 000 gulden.

Groei zit er in de kleinere diamanten. En de winnaars zijn die landen, die voor veel minder arbeidskosten een steen kunnen bewerken. India doet het enorm goed. Het aantal diamantbewerkers is op een andere manier actief in de sector. Arbeid kost niets: 150 gulden per maand. De sector profiteert flink van overheidssubsidies. Ook andere landen pompen flinke bedragen in hun diamantindustrie. In Israël is het enorme diamantcomplex in Ramat Gan (vlakbij Tel Aviv) zo ongeveer een vrijhandelszone.

India was dertig jaar nog niet vertegenwoordigd op de diamantkaart. Nu heeft het zestig procent van de Amerikaanse markt in handen. Dat wil zeggen: uitgedrukt in gewicht. Qua dollars blijft het steken op 27 procent. Die cijfers geven aan dat India oververtegenwoordigd is in de goedkopere stenen. Een gemiddelde steen uit Israël kost 1500 gulden per karaat, tegen 400 uit India.

Antwerpen blijft het goed doen met iets meer dan een kwart van de wereldhandel. In Amsterdam schreef de ANDB, de diamantwerkersbond van Henri Polak, de eerste bladzijde van de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Maar die stad speelt sinds de oorlog geen rol van betekenis meer in de internationale diamanthandel.

New York heeft het nakijken. Tegen de goedkopere stenen uit India en de kwaliteit uit Israël kan het weinig uitrichten. De laatste jaren pakte menige diamantbewerker zijn boeltje en vertrok naar Ramat Gan.

De mensen in 47th Street zijn gevoelig voor onbekende belangstelling. Veiligheid is dan een ander woord voor wantrouwen. Twee wachthokjes in de straat moeten het aantal overvallen beperken. Het vak hebben ze vaak geleerd van hun vader, die het weer van zíín vader leerde. Dus waarom weggaan?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden