Kwetsend, dat alles maar benedictijns heet

Rituelendeskundige Thomas Quartier vindt dat de Regel van Benedictus - Ora et labora - vaak te pas en te onpas wordt gebruikt. Al dat fragmentarische spirituele doet Benedictus tekort. 'Het héle leven is als ritueel te beschouwen.'

Het ene boek over benedictijns managen is nog maar net uit, of een gidsje over benedictijnse spiritualiteit in het schoolleven is alweer verschenen. Allemaal prima, die benedictijnse lifestyle, maar vaak veel te fragmentarisch, vindt Thomas Quartier (1972). Hij is al bijna vijftien jaar bezig met Benedictus van Nursia (480-547), populair geworden met diens leefregel voor monniken: Ora et labora (bid en werk). Tegenwoordig is Quartier, naast docent rituele en liturgische studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, ook als oblaat (lekenlid) verbonden aan de Sint Willibrords-abdij in Doetinchem. Hij is visiting professor aan de universiteit Leuven en binnenkort op de benedictijnse hogeschool Sant'Anselmo in Rome. Al dat fragmentarische spirituele doet Benedictus tekort, vindt hij. Het héle leven is als ritueel te beschouwen. Daarom schreef hij een nieuw boek 'Liturgische spiritualiteit - Benedictijnse impulsen'.

Het is toch juist goede pr voor de benedictijnen dat de leefregels, zoals ora et labora, te pas en te onpas worden gebruikt?
"Natuurlijk. Je kan van alles uit de Regel van Benedictus halen, maar je kunt er veel meer van leren als je het hele leven laat doordringen met benedictijnse rituelen. Het kwetst mij soms een beetje dat er van alles onder de noemer benedictijnse spiritualiteit wordt verkocht. Er ontbreekt namelijk vaak het belangrijkste aan: de existentiële zoektocht. En al te vaak schuwen schrijvers van populaire boeken het woord God ook nog. Omdat ze spiritualiteit toegankelijk willen maken. Het gaat dan over 'Deel goed je tijd in', 'Neem op tijd pauze'. Dat klinkt dan sjiek, omdat het uit een spirituele traditie komt. Maar zo triviaal is een bepaalde inspiratie niet. Om te leren hoe ik met regelmaat pauze moet houden heb ik Benedictus toch helemaal niet nodig. Een ander voorbeeld: dat er een Gregoriaans liedje ter ontspanning wordt gedraaid. Omdat het zo lekker kalmerend klinkt. Daar gaat het niet om. Ook al het gezang van de monniken gaat ook om de existentiële zoektocht. Als dat zoeken naar God wordt weggelaten, dan mist het de essentie.''

En waar gaat het dan om?
"Dat benedictijnse spiritualiteit het hele leven kan beslaan. Ik ben ervan overtuigd dat je het leven daarom moet ritualiseren. Als je dat niet doet, loop je het risico dat het ongemerkt voorbij gaat. Ik zie om mij heen dat de behoefte aan rituelen groeit. Dat heeft denk ik te maken dat alles heel kil is geworden, men vond rituelen lange tijd overbodig. Anselm Grün, de populaire Duitse benedictijnse auteur, vindt dat de invulling van die hang naar rituelen en spiritualiteit in van alles kan zitten en niet echt traditie nodig heeft. Ik verschil daarin van mening. Ik zag die behoefte aan rituelen ook en begon als benedictijner oblaat een queeste naar waar die rituelen vandaan komen. Toen kwam ik uit bij de benedictijnse spiritualiteit. Het is de bron, maar wordt bijna niet voor rituelen gebruikt. Ik ging ermee experimenteren. Zodat het een onderdeel van mijn dagelijks leven werd. Aandachtsvolle momenten bijvoorbeeld, ora, zaten totaal niet in mijn dagritme. Dus ging ik ze wél inlassen. Onderweg in de trein bijvoorbeeld. Of in de auto. Ik herhaal dan bijvoorbeeld een gebed. Ik rijd daardoor minder opgejaagd. Ik begon ineens te begrijpen waarom mijn oma dagelijks de rozenkrans bad. Dat soort rituelen moeten we herontdekken. En Benedictus geeft een handleiding voor die re-ritualisering."

Wat is die re-ritualisering nou precies goed voor?
"Het kan een invulling zijn van een existentiële zoektocht. We zoeken heel wat af. En het kan bevoorrechte momenten opleveren. Mystieke momenten, al vind ik dat een groot woord. Misschien is het meer een beleving van intrinsieke zinvolheid. Benedictus noemt dat 'verheerlijking'. De verbazing, de zinvolheid die je kunt ervaren als je een keer tot rust bent gekomen. Daar is regelmaat voor nodig. En Benedictus kan daarbij helpen."

Moeten we massaal het klooster in? Om ons eerst te doordringen van die spiritualiteit?
"Nee hoor. Maar we kunnen wel een hoop van monniken en monialen leren. Dus het is aan te raden om eens te kijken hoe 'professionals' het doen. Benedictijnen praktiseren wat mij betreft de meest liturgische spiritualiteit die er is. Ze zitten heel wat delen van de dag in de kerk. De drie belangrijkste pijlers in de Regel van Benedictus - bidden, lezen en werken - kunnen echter voor iedereen gelden. Als zinvolle invulling van een verlangen naar spiritualiteit. Want dat verlangen is onontbeerlijk in die zoektocht."

Als kloosterling is het veel gemakkelijker om een benedictijns leven te leiden, lijkt me.
"Klopt. Een oude monnik van abdij Slangenburg zei eens tegen mij: 'Jullie oblaten hebben het veel moeilijker dan wij'. Ik dacht: dat lijkt me niet. Hij zei: 'Wij hebben hier die mooie abdij waarin het spirituele leven een voorgegeven kader heeft. Jullie moeten het allemaal zelf doen.' Het leerde mij dat iedere roeping haar eigen uitdaging kent."

Maar hebben wij gewone mensen het niet gewoon veel te druk voor benedictijnse rituelen?
"Het is een hele opgave in het gefragmenteerde leven. Dat geef ik toe. Het is een oefening. Maar zodra je ze herhaalt, wordt het een gewoonte met betekenis. Begin maar eens met momenten van aandacht in te passen in het dagritme, zoals een korte meditatie of gebed. En écht te lezen. Kijk, een wetenschapper bijvoorbeeld, die leest vaak discursief. Hij leest niet echt. Hij scant de tekst. Dat is heel onbenedictijns. Lezen is een vorm van meditatie. Probeer ánders te lezen. Niet 's ochtends even snel de krant en dat is het dan. Ik pak bijvoorbeeld 's ochtends een tekst die ik niet snel kan lezen. Het dwingt mij ánders te lezen. Het moeilijkste van de drie is 'labora'. Ik denk dat bij Benedictus het woordje 'nederigheid' het beste past als het gaat om werk. En dan bedoelt hij niet, 'laat maar over je heen lopen'. Maar hij bedoelt wel, 'werk maar eens met een gebogen hoofd'. Vind jezelf maar eens niet zo belangrijk. Dat kan heel heilzaam zijn. Want het doet je misschien beseffen dat je werk áltijd in dienst staat van een ander. Welk werk je ook doet. Je bent nooit het middelpunt van je eigen wereld."

De benedictijnse deugd 'nederigheid' gaat tegen de modieuze spiritualiteit in, lijkt het wel.
"Klopt. Dat gaat veel over 'ontdek de kracht in jezelf'. Dat is bij Benedictus ook wel belangrijk maar het gaat er om te beseffen dat die kracht groter is dan jijzelf. Tegenwoordig hameren mensen erg op authenticiteit en autonomie. Bij Benedictus ligt het centrum buiten jezelf, en dat noemt hij God. De mens is niet-autonoom maar theo-noom."

In uw boek schrijft u ook een hoofdstuk over benedictijns sterven.
"Benedictus schrijft over van alles maar niet over hoe je met de dood om moet gaan. Hij deed dat niet omdat hij het niet nodig vond. Het leven is één en al voorbereiding op de dood. Monniken groeten elkaar altijd met de oproep: 'Memento mori', denk eraan dat je doodgaat. En dan zegt de ander: Deo gratias, God zij dank. En dat is de kern. Dat je niet het middelpunt van de wereld bent. Ik heb tien jaar onderzoek naar de dood gedaan. En concludeer dat de dood uiteindelijk de motor is van al het menselijk verlangen naar zinvolheid. Daar ligt alles aan ten grondslag. "

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden