Kwetsbaar én afhankelijk zijn, dat is niet meer van deze tijd

Mantelzorg op de tandem. Beeld anp
Mantelzorg op de tandem.Beeld anp

Staatssecretaris Van Rijn (VWS) wil dat mensen het weer 'normaal' gaan vinden om voor hun familie, en zelfs voor onbekenden in hun omgeving te zorgen. Daarom bepleit hij een cultuurverandering, een revolutie zelfs, waarbij iedereen die zorg nodig heeft eerst naar familie, vrienden en kennissen kijkt, alvorens een beroep op professionele zorg te doen.

Staatssecretaris Van Rijn (VWS) wil dat mensen het weer 'normaal' gaan vinden om voor hun familie, en zelfs voor onbekenden in hun omgeving te zorgen. Daarom bepleit hij een cultuurverandering, een revolutie zelfs, waarbij iedereen die zorg nodig heeft eerst naar familie, vrienden en kennissen kijkt, alvorens een beroep op professionele zorg te doen. Het zijn grote woorden die een sluipend veranderingsproces in onze verzorgingsstaat zichtbaar maken: het beroep op affectief burgerschap door de overheid, die wil dat burgers warme gevoelens voor elkaar ontwikkelen en daardoor meer zorgzaamheid voor zichzelf en anderen aan de dag leggen.

Dit affectieve offensief is niet nieuw. Het kwam op gang met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) in 2007 en past binnen een lange geschiedenis van kritiek op de verzorgingsstaat. Die zou te ruimhartig zijn opgezet en burgers zo afhankelijk maken dat ze calculerend gedrag vertonen, te weinig persoonlijke verantwoordelijkheid nemen en dat ze samenleven in zwakke gemeenschappen.

Binnen de gemeentelijke praktijk van de WMO is Van Rijns cultuurverandering al jaren de inzet: burgers worden gestimuleerd om eerst in hun nabije omgeving naar hulp te zoeken, en pas als dit niet mogelijk is naar professionele hulp te kijken. Het affectieve offensief van de overheid leunt binnen de WMO op twee belangrijke veronderstellingen: kwetsbare mensen willen en durven in hun sociale netwerk om hulp te vragen, en de hulp die andere mensen daarop geven is ook langdurig. Onderzoek van sociologe Ellen Grootegoed laat echter zien dat zorgbehoevenden bij voorkeur geen, of in ieder geval niet een nog groter beroep willen doen op hun familie, vrienden en buren. Zij willen hun naasten niet belasten; dat tast hun idee van 'zelfstandigheid' aan. Daarom houden ze niet zelden hun behoeften verborgen voor hun omgeving. Een eenzame oude vrouw die haar dagopvang is kwijtgeraakt zegt over hulp vragen aan haar kinderen: 'Al zou het niet goed gaan, dan zeg ik dat niet. Dat wil ik ze niet aandoen.' Tegelijkertijd komen langdurige relaties tussen zorgbehoeftigen en buurtbewoners maar moeilijk tot stand, omdat geven en nemen niet in evenwicht zijn, zo blijkt uit onderzoek van Femianne Bredewold.

Deze ontluisterende bevindingen roepen grote vraagtekens op bij het affectieve offensief van de overheid. Hoe reëel is het om te verwachten dat kwetsbare mensen hun eigen zorg kunnen organiseren of dat ze daarvoor een beroep willen doen op hun 'netwerk', áls daarvan al sprake is? Het is goed dat het affectieve offensief van de overheid nu meer aan het licht komt door de plannen van het huidige kabinet. We hebben het namelijk over een fundamentele verandering van de verzorgingsstaat die leidt tot een nieuwe visie op ons collectieve bestaan zonder dat de bevolking daarover expliciet wordt geraadpleegd.

Een belangrijke bouwsteen van de verzorgingsstaat is het autonomie-ideaal. De zorg van de staat maakte mensen minder afhankelijk van familie, vrienden, anderen in de buurt en charitas. Vooral vrouwen, die veel zorgtaken vervulden, zagen dit als een bevrijding, omdat het minder belastend was om van de overheid afhankelijk te zijn dan van familie en buren. Dit ideaal wordt in het sluipende affectieve overheidsoffensief omgekeerd. De afhankelijkheid van de staat wordt weer ingeruild voor persoonlijke afhankelijkheden tussen individuen. De staatssecretaris beweert dat hij niet terug wil naar een situatie waarin hulpbehoevenden afhankelijk zijn van liefdadigheid. Ondertussen is hij wel een belangrijke vertegenwoordiger van het affectieve offensief dat ons allen moet doen terugverlangen naar broers die ons verschonen, de buurvrouw die boodschappen voor ons haalt en de onbekende vrijwilliger die de afstandbediening opnieuw komt instellen.

Het wordt tijd dat we indringend stilstaan bij de vraag hoe ver we willen en kunnen meegaan in dit affectieve offensief, voordat deze veenbrand door nieuwe maatregelen oplaait tot een vuur dat we niet meer kunnen blussen.

Verkorte versie van de inleiding van het deze week verschenen boek 'De affectieve burger. Hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden