Kwaliteit als enige criterium

Liedrecital | Een zanger, een pianist. Een publiek dat geconcentreerd een avond lang luistert naar muziek en poëzie. Het liedrecital is in simpele eenvoud moeilijk te overtreffen.

Theo van den Bogaard, impresario en directeur van Alferink Artists Management, is zeer stellig in zijn overtuiging. "De combinatie van Koninklijk Concertgebouworkest en dj Armin van Buuren zou een nieuw publiek opleveren? Welnee. Dat je met een dergelijke vermenging van genres nieuwe mensen bij je binnen krijgt? Ik geloof er niets van. Eerder het omgekeerde. Het gevaar bestaat dat je mensen die je al binnen gehaald hebt, juist van je afstoot. We moeten vanwege een veronderstelde krimp in bezoekersaantal niet in de angstige pavlovreactie 'wat is populair?' vervallen. Het is maar de vraag of de afname van bezoekers zo opvallend is als algemeen wordt aangenomen. Vergeet niet dat het cultuuraanbod in de laatste decennia explosief gegroeid is."

Van den Bogaard programmeert sinds 2010 de succesvolle serie Grote Zangers voor het Muziekgebouw aan 't IJ. Een serie gewijd aan het pure liedrecital zonder enige opsmuk of franje. Een zanger en een pianist op het podium, een geconcentreerd publiek van liefhebbers in de zaal. De nadruk ligt op poëzie en muziek.

Over vergrijzing van dit geconcentreerde concertpubliek en de volgens sommigen broodnodige verjonging ervan heeft Van den Bogaard zo zijn eigen gedachten.

"Toen Jan Willem Loot jaren geleden zijn speech hield als nieuwe directeur van het Concertgebouworkest maakte die het volgende statement: 'Ik wil alleen maar mensen van boven de vijftig'. Dat heb ik altijd onthouden. Het was natuurlijk bewust provocerend bedoeld, en hij riep er een hoop weerstand mee op, maar er zit veel zinvols in die opmerking. Er heerst de laatste jaren zo'n grote angst; alles moet altijd maar jong zijn. Kwaliteit, dat zou het enige criterium moeten zijn. Leeftijd is secundair."

Vanuit een diepe liefde voor het Lied kwam Van den Bogaard met het idee voor zijn serie Grote Zangers. Hij had een lange adem nodig, want toenmalig Muziekgebouw-directeur Tino Haenen was er eerst faliekant op tegen. Volgens hem paste het repertoire niet bij de uitstraling van het Muziekgebouw aan 't IJ. Té negentiende-eeuws, te weinig avontuurlijk.

"Ik heb er veel moeite voor moeten doen. Heb de zaal hedendaags repertoire beloofd en zelfs wereldpremières. Toen Haenen plotseling vertrok, ging alles snel. En nu hebben we een geweldige samenwerking. De liedkunst ligt me na aan het hart en bij de opening van het Muziekgebouw in 2005 dacht ik al dat dit daarvoor een fantastische zaal zou zijn. Er zijn in de wereld niet zo heel veel goede zalen waarin dit repertoire optimaal gedijt. Het moeten middelgrote zalen zijn met zo'n achthonderd stoelen. Je hebt de Brahms-Saal in de Weense Musikverein, de Wigmore Hall in Londen en de Zankel Hall in de Carnegie Hall in New York.

Schubertiade

"Mijn liefde voor de zangkunst begon bij de opera. En dan vooral het spektakel eromheen. Olifanten bij Verdi's 'Aida' en zo, de groot opgetuigde voorstellingen in de Arena van Verona. In het begin vond ik al die aria's maar saai. Maar geleidelijk aan verschoof mijn aandacht en probeerde ik in die aria's te ontdekken welke zangers mij het best konden meevoeren. Van daar was het een klein stapje naar poëzie en liedkunst, al heeft de weg van de Aida-olifanten naar de Schubertiade uiteindelijk zo'n tien jaar geduurd."

Volgens Van den Bogaard zit er groei in zijn serie Grote Zangers in het Muziekgebouw aan 't IJ. Dat is opmerkelijk, omdat dat in andere zalen niet het geval is. Echt eraan verdienen doet hij naar eigen zeggen nog niet, maar een lange adem heeft hij wel. Moeten het trouwens wel altijd grote zangers zijn om goed liederen te kunnen zingen?

"Gemiddeld kun je stellen dat een zanger tien jaar op een podium moet staan en zo'n vijfhonderd recitals moet hebben gegeven voordat ik ze interessant begin te vinden. Je leert het door het te doen, net als dirigeren. Zangers pieken als ze tussen de vijftig en zestig jaar oud zijn. Dan hoor je hun ervaring en hun gevoel voor poëzie. Ze zingen verinnerlijkt en durven de tijd stil te laten staan. Jonge zangers hebben dat niet, zijn bang voor stiltes. Het zelfvertrouwen komt met de jaren, pas als je een verteller van poëzie bent, ben je een grote zanger.

"Liedkunst is niet heilig, zou het niet moeten zijn. Die gewijde sfeer kan doorbroken worden, maar ik laat dat altijd aan de zanger zelf over. Ik schrijf hen wel allemaal een brief met de mededeling dat het publiek bij ons zo'n twintig jaar jonger is dan gemiddeld en dan stel ik hen vrijblijvend de vraag of ze geen rokkostuum of avondjapon willen aantrekken. De reacties daarop zijn altijd positief.

"Bariton Florian Boesch is een absolute favoriet van ons publiek. Bij zijn allereerste recital kwam hij op en zei tot het publiek: 'Hi'. Hij verplaatste vervolgens zelf de vleugel naar zijn favoriete stand en begon te zingen. De informele sfeer was er direct. Boesch is een zanger van nu, volkomen naturel. Je moet dit soort zaken niet te veel sturen, het moet uit henzelf komen."

"Na afloop van zijn recital met Schuberts 'Die schöne Müllerin', toen iedereen eerst even een drankje had genomen, ging Boesch terug de zaal in om met het publiek in gesprek te gaan, ongedwongen, zonder geluidsversterking. Zo'n vierhonderd mensen gingen met hem mee.

"Nieuw repertoire is een probleem in de klassieke muziek. Op het openingsconcert van ons nieuwe seizoen zingt Georg Nigl, begeleid door Alexander Melnikov, een wereldpremière van Wolfgang Rihm. Een moeilijk programma, dat navenant moeilijk te verkopen is. Florian Boesch komt terug om 'Reisebuch aus den Östereichischen Alpen' te zingen, Ernst Kreneks antwoord op Schuberts 'Winterreise'. Het zal de tweede keer zijn, na de Wigmore Hall, dat Boesch de cyclus live op het podium zal zingen."

Het voorprogramma voor jong talent is een vast onderdeel van de Grote Zangers-serie. "Het bieden van een podium is zó belangrijk. Zoals ik al zei, leer je het door het te doen. Ervaring. Ik voel me verplicht om jonge zangers die kans te geven."

Grote Zangers in het Muziekgebouw aan 't IJ begint op 21 september met Georg Nigl. Daarna volgen Florian Boesch, Ian Bostridge, Julia Lezhneva, Bo Skovhus en Sergei Leiferkus. Boesch en Bostridge zullen ook in TivoliVredenburg optreden. Daar zijn ook Anne Sofie von Otter en Barbara Kozelj te beluisteren. Informatie: www.grotezangers.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden