Kwaito / Het geluid van jong Zuid-Afrika

Mandela was uit de gevangenis, jongeren uit de Zuid-Afrikaanse sloppen kregen de kans om van zich te laten horen. Dj’s draaiden houseplaten op langzamer toeren, voegden Afrikaanse ritmes toe en plaatselijke rappers rapten erbij. Kwaito, zoals deze nieuwe muziek heet, is nu mateloos populair.

Luister naar fragmenten van Kwaito-artiest Brickz

Het is warm in de heuvels bij het stadje Kanyamazane, in het oosten van Zuid-Afrika. Duizenden jongeren zijn bijeen in een stadion voor een popfestival. Rapper ’Brickz’ jogt als een bokser op en neer achter het podium. Als Brickz in zijn microfoon blaast, verspreidt zich een dikke alcoholwalm. De rapper zegt zenuwachtig te zijn. „Ik heb onderweg hierheen gebeden”, mompelt hij. „En ik heb een biertje gedronken, om rustig te worden.”

Dan rent Brickz het podium op. Met zijn zwarte dreadlocks in een staart springt de zanger op en neer voor het publiek. Hij rapt over het ruige leven in de Zuid-Afrikaanse sloppen. Bij een liefdesliedje barst luid gejuich los. „O schatje, mijn liefje”, rapt Brickz. „Je zult altijd mijn liefje zijn.”

Brickz is de rijzende ster van de ’kwaito’, het Zuid-Afrikaanse antwoord op de Amerikaanse rap. Kwaito is een mengeling van house, rap en Afrikaanse invloeden en is na gospel het meestverkochte genre in Zuid-Afrika. De muziek is uitgegroeid tot een enorm maatschappelijk fenomeen.

„Kwaito is veel méér dan muziek”, legt Brickz uit. „Het is een straatcultuur.” De rapper drentelt achter het podium tussen enkele radiozendwagens door. Fans verdringen zich om met hun mobieltjes foto’s van hem te maken. Brickz: „Wij jongeren groeien in de townships op met kwaito. Het bepaalt hoe we leven, hoe we praten. Het is een manier om ons te uiten.”

De geschiedenis van kwaito gaat terug tot begin jaren negentig, toen de apartheid werd afgeschaft en Nelson Mandela werd vrijgelaten. Zwarte jongeren die jarenlang hun buurten met geweld onbestuurbaar hadden gemaakt, en vaak hadden gezucht onder een avondklok, konden ’s avonds ineens in bars blijven en lol maken. Er werden grote straatfeesten georganiseerd. Diskjockeys vertraagden westerse housenummers van 120 naar 100 beats per minuut. Ze voegden elementen uit de Amerikaanse rap toe, vermengden die met Afrikaanse invloeden, en creëerden zo het geluid van het nieuwe Zuid-Afrika.

Het is onduidelijk waar de benaming ’kwaito’ precies vandaan komt. Volgens sommigen is het een combinatie van het Afrikaanse woord kwaai, dat ’kwaad’ betekent, met de afkorting ’to’ voor township. De kreet zou staan voor de opgekropte woede van de verpauperde townships. Maar in de taal van de townships staat kwaai ook voor ’scherp’ of ’cool’ op een riskante manier. En in het verleden was in Zuid-Afrika’s beroemdste zwarte woonwijk, Soweto, ook een beruchte bende actief die bekendstond als de amaKwaito.

Critici deden kwaito in het begin af als een slechte kopie van Amerikaanse hiphop. De staatsomroep SABC weigerde de muziek aanvankelijk zelfs uit te zenden. De Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki waarschuwde voor de ’afleiding’ van kwaito. En toen de Amerikaanse popzangeres Janet Jackson in 1998 naar Zuid-Afrika kwam, schrapte ze een populaire kwaito-act uit haar voorprogramma, omdat de muziek niet authentiek Zuid-Afrikaans zou zijn.

Maar de Zuid-Afrikaanse jongeren reageerden razend enthousiast. Succesvolle dj’s richtten eigen platenlabels op en slimme ondernemers openden nieuwe dansclubs en radiostations. De nieuwe Johannesburgse zender YFM werd in korte tijd enorm populair. ’Seks, drugs en kwaito’ luiddde de slogan van YFM. De zender stuurde potentiële adverteerders een nep-molotovcocktail met de tekst: ’Dit is wat we vroeger deden. Nu doen we radio.’

„Wij liepen al hand in hand met kwaito toen andere radiodirecteuren er nog niet dood mee gevonden wilden worden”, vertelt een manager van YFM in een recent boek. „Maar het kon ons niks schelen. Wij zeiden: dit zijn jongeren zoals wij en ze willen naar deze muziek luisteren.”

Kwaito-artiesten rappen over het algemeen in tsotsi-taal, oftewel gangstertaal, de taal van de zwarte jongeren in de sloppenwijken. Dit is een mengelmoes van Engels, Afrikaans en zwarte talen. De muzikanten rekenen in hun songs soms ook af met de neerbuigende kreten die blanken vroeger tegen zwarten gebruikten. Zo was een van de mega-hits waarmee kwaito midden jaren negentig landelijk doorbrak getiteld ’Kaffir’. „Nee baas, don’t call me kaffir”, zong kwaito-ster Arthur daarin (‘Nee baas, noem me geen kaffer’).

Maar het merendeel van de kwaito-songs gaat niet over het verleden of over politiek. Kwaito-muzikanten zingen liever over seks. Of over geweld en misdaad. Veel nummers zijn doorspekt met geluiden van politiesirenes, pistoolschoten en explosies. En dat is ook niet zo raar, want Zuid-Afrika is een van de crimineelste landen ter wereld. Volgens politiestatistieken worden er jaarlijks zo’n 19.000 mensen vermoord – meer dan in sommige oorlogsgebieden. Veel kwaito-muzikanten zijn afkomstig uit ruige, gewelddadige woonwijken, waar jongeren opkijken tegen succesvolle bendeleiders. Sommige kwaito-sterren hebben zelf een crimineel verleden. Een enkeling heeft zelfs in de gevangenis gezeten. „Ik heb enkele serieuze gangsters zien voortkomen uit mijn buurt”, vertelde kwaito-zanger Zola onlangs in een interview. „Ik heb bloed in de straten gezien.”

Toch verheerlijken kwaito-muzikanten het geweld meestal niet. De Zuid-Afrikaanse rappers proberen vaak, anders dan veel van hun Amerikaanse tegenhangers, met een opbeurende boodschap te komen. Ze rappen ook over God. En ze hebben het opvallend vaak over hun moeder.

In het stadion van Kanyamazane reageert muzikant-producent Mpho Khoza lachend op de vraag waarom hij en zijn collega’s over hun moeders rappen, en niet over hun vaders. „Over onze vaders valt niks te rappen”, zegt hij. „In de zwarte gemeenschappen zijn de mannen meestal niet trouw aan hun vrouwen. Veel kinderen groeien op zonder vader. Zelf heb ik mijn vader ook weinig gezien. Ik heb het respect voor hem lang geleden verloren.”

De 29-jarige Khoza – dikke rastavlechten, een slap hoedje, gympjes – staat naast het podium te wachten totdat de kwaito-band waarvan hij manager is, gaat optreden. Khoza timmerde vroeger als zanger aan de weg met een andere kwaito-groep. De band verkocht 35.000 exemplaren van zijn eerste cd, maar brak nooit écht door. Het bleef sappelen voor de bandleden. Khoza heeft daarom, naast de muziek, vast werk gezocht. Hij is nu explosievenexpert in een mijn. Op het schermpje van zijn mobiele telefoon laat hij een filmpje zien van een reeks explosies. „Dat ben ik”, grinnikt hij als een man in een overall in beeld komt.

Maar in zijn vrije tijd is Khoza nog graag actief als kwaito-muzikant. En natuurlijk heeft hij, net als veel collega’s, een song over zijn moeder. „Ik rap over mijn moeder omdat ik veel aan haar te danken heb”, lacht hij. „Mijn moeder heeft mij opgevoed. Als ze mij niet had gemaakt, had ik hier nu niet gestaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden