'Kutkever als vrouwelijke variant voor kloothommel'

De auteur is (tekst)schrijver.

Onlangs, 28 augustus 1995, een historisch moment. In Trouw kom ik voor het eerst het woord 'kut' als scheldwoord tegen, en dat nog wel op de voorpagina. Misschien ben ik een slechte lezer en is het al eerder gebeurd. Is hier sprake van een trend?

De entourage van de 'doorbraak' zal men zich nog wel herinneren. Jan Wouters van PSV kan zijn frustratie niet langer bedwingen en roept zijn vliegensvlugge tegenstander van NAC, Yassine Abdellaoui, toe: 'Kut-Marokkaan' (volgens mij beter aan elkaar, naar analogie van kutwijf). PSV verloor de tweede wedstrijd in de pas gestarte competitie met 3 - 0. Trouw gaf een woordelijke weergave van de discussie zoals die zich naar alle waarschijnlijkheid afspeelde tijdens de Brabantse derby. Ik zal die hier niet opnieuw opvoeren. Wouters kreeg de journalistieke wind van voren en moest zich publiekelijk verontschuldigen, niet vanwege het oorspronkelijk vieze woord, maar om de toevoeging: “Rot toch op naar je eigen land.”

Waar komt die toegenomen belangstelling voor het woord kut - volgens J. de Vries in zijn Etymologisch woordenboek voor het eerst rond 1570 gesignaleerd - als scheldwoord vandaan? Jarenlang is er een duidelijke voorkeur geweest voor de mannelijke geslachtsdelen als het op schelden aankomt. Ik ben het dan ook niet eens met Dédé Brouwer, geciteerd in Michael Elias' 'Taboe in taal', als zouden de meest gangbare benamingen voor penis neutraal of positief zijn en die voor vagina altijd een negatieve klank hebben. Men denke slechts aan: klootzak, zakkewasser, boerenlul, eikel, bal. De woorden pruim en flamoes klinken geenszins denigrerend of vrouwonvriendelijk; ze zullen waarschijnlijk ook geen negatieve betekenisverruiming ondergaan.

'De jonge heer', een boekje van mijn hand dat deze maand bij Novella verschijnt, bewijst dat er sowieso veel meer synoniemen voor de penis (en dus ook meer scheldwoorden) zijn dan voor het alternatief bij vrouwen. In dat boek - het eerste over dit delicate onderwerp in het Nederlands geschreven - komen in een mengeling van serieuze en grappig bedoelde informatie de vele aan de penis verbonden verschijnselen aan bod.

Volgens Van Dale is het expletieve gebruik van kut, als eerste lid in een samengesteld zelfstandig naamwoord vooral aan de orde om het tweede deel van de samenstelling geringschattend te kwalificeren als iets onbenulligs of als iets hoogst vervelends. De verbale scheidsrechter geeft: kutsmoes en kutkarweitje bij de eerste, kutwijf en kutweer bij de tweede mogelijkheid. Heestermans noemt in 'Luilebol' nog: kutkever als 'vrouwelijke variant voor kloothommel', terwijl die aanduiding volgens mij alleen op een man kan slaan.

Past die groei in het algemeen kader van de hedendaagse zedenverwildering? Is het een van de naweeën van de emancipatiegolf van de laatste decennia? Of zijn er nog andere aspecten in het geding? Heb ik het mis te veronderstellen dat het schelden met vrouwelijke lichaamsdelen echt iets van deze tijd is?

Ik kan me nog herinneren dat we tijdens een van onze eerste Engelse lessen op de middelbare school, nu zo'n dertig jaar geleden, een beetje lacherig zaten te draaien als de drie vormen van het onregelmatige werkwoord snijden (to cut-cut-cut) aan bod kwamen. We spraken ze al dan niet opzettelijk veel te Hollands uit ondanks de verwoede pogingen van de leraar ons te corrigeren. We kenden het woord - ook al zagen we het etymologisch verband nog nergens - maar we gebruikten het niet openlijk. En degene die de volgende dag de beurt kreeg tijdens de mondelinge overhoring stond toch wel mooi voor aap.

De platte variant van vagina komt tegenwoordig voor als stopwoord om alles dat tegen zit kort maar krachtig te karakteriseren, in dezelfde trant waarin het oorspronkelijke Amerikaanse woord shit zo in betrekkelijk korte tijd is ingeburgerd geraakt. Een ontwikkeling waar menig Engelstalige hier op bezoek zich hogelijk over verbaast. Hoewel lul ('Zit niet te lullen!') en shit ('Dat is shitten!') zich hebben ontwikkeld tot een (soort) werkwoord, is dat bij kut nog niet het geval. Tenminste dat dacht ik, maar in diezelfde week als waarin Wouters verbaal onderuit ging, las ik eveneens in Trouw: 'Zit niet te kutten!'. Het stond in een artikel over de nieuwe zender SBS (misschien daarom niet zo verwonderlijk) in de zaterdagse mediabijlage van 2 september.

Of die inhaalmanoeuvre helemaal zal lukken, blijft mijns inziens de vraag. De masculiene delen hebben blijkbaar meer te bieden. Zo nu en dan hoor ik echter een bakvis in onze huiselijke kring in een opperste staat van kwaadheid uitschreeuwen: 'Kutlul!' Het blijft er dus vóór staan, omgekeerd is het (nog) niet mogelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden