Kustwacht kan waarschuwen en slechts zelden ontruimen

IJMUIDEN - Windkracht 9 tot 10, golven met een hoogte van bijna 9 meter en twee stuurloze schepen die dreigend op een boorplatform af komen.

De vrachtschepen die zondag ten noordwesten van Terschelling op drift raakten, zonden noodsignalen uit, die op het centrum van de kustwacht in IJmuiden werden opgevangen. Direct begon vanuit het coordinatie- en communicatiecentrum een actie, waardoor de bemanningen door de Koninklijke marine en de Koninklijke Nederlandse reddingsmaatschappij konden worden gered.

De vuurdoop van het vernieuwde kustwachtcentrum, een investering van een miljoen gulden, was een feit. "Het is prettig om te weten dat alles optimaal functioneert" , zegt P. L. Paap, projectcoordinator van de kustwacht.

Computersysteem

Met behulp van het nieuwe 'seafloat'-computersysteem werd de driftrichting van de stuurloze schepen berekend. Toen bleek dat deze het platform 'Transocean 6' te dicht naderden, werd het in allerijl geevacueerd door helikopters van de marine en de KLM, die de bemanning via Terschelling naar Den Helder brachten.

De noodsignalen van de Linda Buck en de Hummling waren zondag geen loos alarm. De brug van de Linda Buck was weggeslagen, waardoor het schip stuurloos ronddreef. De Hummling probeerde te helpen, maar kreeg door water in de brandstof voorstuwingsproblemen en raakte eveneens op drift. Beide schepen dreven door de hoge zeegang en de harde wind naar het boorplatform van de NAM. Een hachelijke toestand, want een schip dat op drift is geraakt, stopt niet voor de veiligheidszone van 500 meter die rondom elke offshore-installatie geldt.

In het Nederlandse deel van het continentale plat (NCP) van de Noordzee wordt volop olie en gas gewonnen op ongeveer 75 produktieplatforms. Ook zijn er 12 exploratieplatforms, waar wordt geboord zodat er later delfstoffen kunnen worden gewonnen.

"Bij dreigend gevaar wordt de eigenaar van het platform door ons gewaarschuwd" , zegt D. van Beelen, hoofd operationele dienst kustwachtcentrum. De betrokkenen houden elkaar dan voortdurend op de hoogte. De kustwacht zegt niet dat er een ontruiming van het platform moet plaatsvinden. "Als het schip geen constante driftrichting heeft, wordt het een te groot risico."

De eigenaar wordt dan geadviseerd het platform te ontruimen en de boorgaten en leidingen af te sluiten. Maar in bepaalde gevallen kan de overheid maatregelen afdwingen.

Het stuurloze schip wordt opgespoord, waarna de bemanning wordt geevacueerd. Dan moet het schip worden weggesleept door sleepboten van bijvoorbeeld Smit Tak. In eerste instantie wordt het aan de kapitein en de rederij overgelaten om een contract te sluiten met de bergers. Als de situatie echter uit de hand loopt, kan de overheid ingrijpen op grond van de Wet bestrijding ongevallen Noordzee (BON), die sinds november 1992 geldt. De wet is een nationale vertaling van het internationale interventieverdrag dat in 1969 in Brussel werd gesloten.

Gevaar

Van Beelen: "We moeten altijd rekening houden met wat er gebeurt, als we niet ingrijpen." Een goede reden is als het schip een ernstig gevaar vormt voor Nederland als natie. Dat is een breder begrip dan wanneer alleen wat liters olie in zee stromen. De bedreiging van platforms op het NCP is wel zo'n risico, zeker als ze dichtbij de Waddenzee staan. De veiligheid van de mensen staat voorop. Daarna komen bescherming van het milieu en economische belangen.

Of een platform in gevaar is, wordt bepaald door allerlei factoren, zoals de snelheid, de grootte en de massa van het schip. Ook de windsnelheid en de golfslag zijn van belang.

"We gaan altijd van het ergste uit" , vertelt Van Beelen. "Als een schip van 1 000 ton er met een noodvaart tegenaan drijft dan kan het platform het wel vergeten, omdat het is gebouwd om op zijn poten te staan." Een van de poten kan heel gemakkelijk afbreken, waardoor het platform in zijn geheel inzakt of kantelt. Een explosie kan het gevolg zijn. "Op het afmeren of rammen door schepen is de constructie niet berekend" , zegt J. A. van Schalkwijk, medewerker beleidsstaf van het Kustwachtcentrum.

Voor organisatie en handhaving van de veiligheid op de drukbevaren Noordzee zijn internationale regels voor het scheepvaartverkeer van toepassing. De Internationale maritieme organisatie (IMO), is een belangrijk internationaal VN-orgaan, dat zich daarmee bezighoudt. Regels voor de uitrusting van schepen, regulering van de vaarroute, harmonisatie van internationale procedures en bescherming van het zeemilieu zijn aan die organisatie te danken.

Offshore-mijnbouw en scheepvaartverkeer zijn in de Noordzee zorgvuldig op elkaar afgestemd. Routeringsmaatregelen moeten ervoor zorgen dat de schepen elkaar zo min mogelijk in het vaarwater zitten en bij de platforms vandaan blijven.

Rijkswegen

Via verkeersscheidingsstelsels, die te vergelijken zijn met rijkswegen, wordt het scheepsvaartverkeer gereguleerd. Ook zijn er speciale diepwaterroutes, die zover mogelijk uit de kust liggen. Ze zijn bedoeld voor diepgaande schepen en tankers met een gevaarlijke lading, zoals chemische stoffen.

"Ons beleid is erop gericht om schepen met gevaarlijke stoffen zo ver mogelijk uit kwetsbare gebieden te houden" , vertelt Van Beelen. "Daardoor is de responstijd groter, waardoor we meer tijd hebben om in te grijpen tijdens een stevige noordwesterstorm, zoals die van zondag."

Hoewel schepen niet verplicht zijn om gebruik te maken van de verkeersscheidingsstelsels, doen ze het meestal toch.

De ligging is zodanig dat ze bijna altijd de kortste weg vormen. Jaarlijks worden er op de Noordzee ongeveer 420 000 routegebonden scheepsbewegingen geregistreerd. Daarvan vindt zo'n 60 % plaats voor de Nederlandse kust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden