Kuren in het bad van Hesse

Wat is er over van de kuurcultuur waarover Hermann Hesse schreef? Twee medici reisden hem achterna, naar Baden. En ja, het helpt, kuren. Maar hoelang, en waartegen?

ARKO ODERWALD EN ABEL THIJS

Het Zwitserse Baden ligt aan de Limmat, een in het voorjaar onstuimig stromende rivier. Vanaf ongeveer 1840 werden de vele lokale natuurlijke bronnen met warm en zwavelrijk water ingezet voor een snel groeiende medische badcultuur.

De schrijver Hermann Hesse, lijdend aan ischias en jicht, kwam in het voorjaar van 1922 voor het eerst in Baden voor een kuur van vier weken. In het najaar van 1922 komt hij nog een keer. Uiteindelijk zou hij bijna 30 jaar elk jaar terugkeren naar Baden. Tijdens zijn tweede verblijf schreef Hesse 'Kurgast', in Nederland vertaald als 'Kuren'.

Hoe ervaarde Hesse zijn kuur? Is er iets van die ervaring terug te vinden? En hoe staat het nu eigenlijk met het medische kuren? Daarvoor reisden wij naar Baden af. In de kelder van hotel Blume zijn nog een paar van deze baden.

Hesse komt in 1916 na een behandeling van zijn reumatische klachten in een ziekenhuis, in contact met Josef Lang, een leerling van Jung, die hem in psychoanalytische behandeling neemt. Hesse is dan al van mening dat zijn klachten ook psychisch geduid moeten worden.

Deze kant van ziekte speelt een belangrijke rol in 'Kurgast'. Het psychologiseren begint al als hij uit de trein stapt en hij aangenaam getroffen wordt door het feit dat vrijwel iedereen die hij ziet er erger aan toe is dan hij. Hij flaneert de 'zo charmerend aangelegde straat' naar beneden, waar de hotel met de baden liggen, af, terwijl hij wordt gevleid door de aanblik van vele hinkepoten. Goed, ook ik liep met een stok, een elegante rieten Malakka stok, die mij goed van pas kwam, maar in tijden van nood kon ik het heel goed zonder stok stellen.

De 'charmerend aangelegde straat', met allerlei prullaria rondom de badcultuur in de etalages, is niet meer. De hele medische badcultuur is eigenlijk geheel verdwenen in Baden. Tussen 1970 en 1990 is het aantal overnachtingen in kuurbadhotels van het vrij constante aantal van 75.000 gedaald naar 10.000 per jaar en is nu waarschijnlijk nog veel lager, de cijfers ontbreken helaas.

Zo bekeken is het nog bewonderenswaardig dat het hotel waar Hesse verbleef, Verenahof, nog tot 2002 open gebleven is. Het grote Thermalbad vol geneeskrachtig water, dat in 1964 gebouwd is en weer bouwkundig verbonden is met het hotel, is op 1 januari 2012 gesloten. Frau Renate Brunner, die vroeger de personeelschef was van het hotel, heeft er nog een kantoortje van waaruit zij de lopende zaken behartigt. Zij neemt ons mee op een anderhalf uur durende tocht door de afgebladderde glorie van het hotel, dat uit 1844 stamt. De kamer waar Hesse altijd verbleef was eenvoudig en zonder wasgelegenheid. Hier ontstonden onder andere de 'Gedichte im Krankenbett' (uit 1927). In deze bundel staat het gedicht Jicht, waarvan hier de eerste twee strofen:

Bij tussenpozen als mijn vingers soepel zijn

vul ik met verzen schrijven uren, dagen

en als het lukt en enkele regels slagen,

vergeet ik alles: wereld, jicht en pijn.

Soms is het schrijven een te harde plicht,

dan luister ik - het werk wil toch niet vlotten -

naar iets dat groeit en kruipt diep in mijn botten.

Het is de dood, maar och, ik noem hem jicht.

Het is onder andere deze jicht waarvoor Hesse verlichting zoekt in de baden die gevuld worden uit bronnen die permanent zwavelachtig water van 47 graden omhoog doen borrelen.

Frau Brunner neemt ons ook mee in de onderaardse krochten van het hotel, haar zaklantaarn komt ons goed van pas. Zij laat ons vijf bronnen zien waar het hete water nog steeds uitstroomt, maar niet meer in de tientallen een- en meerpersoons baden, maar uiteindelijk rechtstreeks in de Limmat.

De baden in ons hotel lijken op de baden in Verenahof. Ze hadden ooit een medisch doel, dat nu eigenlijk alleen zichtbaar is aan het bordje dat zegt dat je eerst een dokter moet raadplegen.

Wij zagen dat bordje pas na afloop. Er is daarom geen wellness glamour, geen (nep) boeketten of geurende kaarsen, maar alleen een gemetseld groot kaal eenpersoonsbad met water dat afgekoeld is tot 37 graden. Door de zouten drijf je. Na afloop niet douchen want de mineralen moeten langzaam de tijd krijgen hun werk te doen. Je ruikt de hele dag daardoor een beetje naar zwavel.

Onze ervaring past naadloos bij die van Hesse: In de voor mij gereserveerde badcel wacht het diepe, in de bodem verzonken, gemetselde bassin op mij, vol met heet, zojuist uit de bodem geweld water; ik stap er behoedzaam in, via twee stenen trapjes, zet de zandloper op zijn kop en duik tot aan mijn kin in het hete, strenge water, dat lichtelijk naar zwavel ruikt.

Hoog boven mijn hoofd, vlak bij het tongewelf van mijn massief gemetselde cel, die mij erg doet denken aan een kloostercel, stroomt daglicht in een dunne stroom door een matglazen venstertje.

Ik word omspeeld door de wonderlijke warmte van het mysterieuze water dat sinds duizenden jaren uit onbekende keukens der aarde gestroomd komt en mijn bad voortdurend aanvult met een dunne straal.

Het voorschrift luidt dat ik mijn ledematen in het water zoveel mogelijk beweging geef, gymnastiek en zwembewegingen uitvoer. Dat doe ik dan ook, plichtsgetrouw, een aantal minuten lang, maar daarna blijf ik bewegingsloos liggen, sluit mijn ogen, dommel wat in en kijk intussen naar het stille, gestage sijpelen van de zandloper.

Al lang is bekend dat onderdompeling in het water meetbare effecten heeft op de bloedcirculatie. Maar een blijvend relevant effect is niet aangetoond, doch ook niet uitgesloten. Dat zwavelhoudend water effect heeft op de huid lijkt aannemelijk, maar is ook niet onomstotelijk vastgesteld. Of gewrichtsaandoeningen verbeteren door dit warme riekende water zonder verdere fysiotherapeutische bemoeienis is zeer de vraag.

Toch ervaart een van ons een aantal uren na het bad pijnlijke spier- en gewrichtseffecten. Ook Hesse beschrijft dat zijn klachten na een tijdje erger worden. Een week lang ben ik geheel verloren en gedeprimeerd geweest, alleen maar ziek, alleen maar moe, alleen maar verveeld, en misselijk van mezelf. Het had niet veel gescheeld of ik had een gummivoetje aan mijn stok laten bevestigen.

Hoe dit te verklaren? We volgen Hesse in de opvatting dat psychologische en rituele invloeden voor de hand liggen. Hesse zelf heeft daarvoor een mooie metafoor bedacht. Hij wijdt een heel hoofdstuk aan 'de Hollander', de persoon die met zijn vrouw in de kamer naast hem verblijft en hem voortdurend stoort in zijn rust en dagdagelijkse bezigheden. In de kamer van de Hollander wordt 18 uur per dag geconverseerd, gelachen, toilet gemaakt. Er wordt niet nagedacht, gelezen, gemediteerd.

Hesse ergert zich steeds meer aan zijn buren. Hij raakt erdoor geobsedeerd, kan aan niets anders meer denken. Zijn humeur wordt per dag somberder. 's Nachts slaapt hij niet. Hoe hier aan te ontkomen?

De oplossing is typisch hessiaans, passend bij zijn oriëntatie op oosterse vormen van denken: heb je vijand lief en: heb geduld. De kracht van Siddharta (de hoofdpersoon van zijn gelijknamige roman uit 1922) is: ik kan denken, ik kan wachten, ik kan vasten.

En zo leert hij de Hollander verdragen. Het is wel jammer dat nadat hij dat voor elkaar heeft gekregen, de Hollander twee dagen later vertrekt. In de kamer naast hem komt een oude vrouw die hij geen enkele keer hoort.

Het wordt gaandeweg het boek steeds duidelijker dat Hesse zijn kwalen de naam Hollander geeft, zoals Nietzsche ooit zijn kwalen de naam Hond gaf. En het inzicht dat rijpt is dat de kwalen jouw kwalen zijn, en niet die van een willekeurige ander.

Al aan het begin van het boek schemert dat door als Hesse de kuurdokter ontmoet. Hij hoopt op een dokter die, ook al weet Hesse zelf niet precies waarom, gekenmerkt wordt door een restant van het humanisme dat gekenmerkt wordt door kennis van Grieks en Latijn en een zekere filosofische scholing, iets waaraan in de meeste beroepen die het hedendaagse leven kent geen enkele behoefte meer bestaat.

Wat hij vreest is een dokter die dogmatisch is en de patiënt niet ziet staan. In zijn geval stelt de dokter vast dat zijn subjectieve reactie op de jichtpijnen niet normaal was.

Hesse is kortom een beetje hypochondrisch, maar overwint uiteindelijk zijn problemen. Ik ben niet langer kuurpatiënt, gespecialiseerd in ziek-zijn en therapie, maar ziekte en kuur zijn weer bijzaak geworden. Pijn doet het nog altijd, dat is onloochenbaar. Maar laat het dan in godsnaam maar pijn doen; ik laat de ziekte aan zichzelf over, ik ben er niet langer voor te vinden haar de hele dag het hof te maken.

In de laatste twee strofen van Jicht verwoordt hij het als volgt.

Ik mag hem niet, verzet me keer op keer,

hoewel, soms voel ik het bij al mijn lijden:

hij meent het goed en wil alleen bevrijden

en voor een wijle staak ik mijn verweer.

Zijn wij uiteind'lijk gans verzoend, bevrind

dan zal niet langer jicht of dood hij heten

maar Eeuwige Moeder en - dan zal ik weten:

uit liefde roept hij mij, ik ben zijn kind.

Het is de vraag waardoor dit inzicht nu tot stand is gebracht. Het kuren zal daar wel een rol in hebben gespeeld, maar wat Hesse in 'Kurgast' beschrijft maakt duidelijk dat kuren een multifactoriële interventie is. Het bestaat uit gestructureerde rust, relatieve eenzaamheid, lotgenotencontact en een dagelijks, warm, zout en zwavelig bad. Dat laatste is eigenlijk ook al een drievoudige interventie. Luieren is het niet: het gebrek aan, of liever de afwezigheid van gebruikelijke taken wordt ingevuld met een dagprogramma bestaande uit baden, veel eten, kuieren en de confrontatie met jezelf.

Ondanks de bij vlagen enorme populariteit van het medische kuren is er weinig gecontroleerd onderzoek naar gedaan. Het onderzoek dat gepubliceerd is, laat in vergelijking met conventionele therapie bij allerlei bindweefselziekten een positief effect zien op welbevinden, pijn en ochtendstijfheid.

Helaas is in veel onderzoek niet tegelijkertijd gekeken naar ontstekingen. Niet dat dit belangrijker zou zijn dan hoe een patiënt zich voelt, integendeel, maar omdat het de hypothesevorming over een werkingsmechanisme zou kunnen bevorderen. Waarom zouden we dergelijk onderzoek bij voeding wel doen, en bij dit type interventie niet? En dan niet alleen ten tijde van de kuur maar ook nog maanden daarna. Toch blijven aan dit type onderzoek geweldige methodologische bezwaren kleven, waardoor een placebo-effect allerminst is uitgesloten.

Het medische kuren met minerale bronnen, zoals Hesse dat heeft beschreven is in Baden vrijwel geheel verdwenen. Vrijwel niets herinnert nog aan de hoogtijdagen van deze industrie. Anders dan in Davos, waar de sanatoria ook zijn verdwenen, is daarvoor geen goede reden te geven. Er zijn geen middelen zoals rifampicine en soortgelijke middelen die tbc hebben geminimaliseerd, die rond 1970 reumatische klachten van de aardbodem hebben doen verdwijnen.

In Baden leeft de droom om weer een rendabel kuurbad te bouwen nog steeds. Een glanzende folder toont ons het nieuwe thermaal bad dat in 2014 gebouwd zal gaan worden, naar men hoopt. Het water loopt immers gratis de aarde uit. En het nu leegstaande Verenahof is monumentaal, na een renovatie zeker aantrekkelijk. In hotel Blume is het kuurbad een curiositeit waar maar weinig gasten gebruik van maken. En als ze dat al doen, dan past het eerder in de moderne wellness cultuur: gezonde mensen laten zich vertroetelen.

Het kuren zelf is niet meer dan een context voor een genezingsproces dat begint en eindigt bij de zieke, of misschien beter, de klager. Ook wij ervoeren op onze korte trip dat het hotel en de historische omgeving effect heeft op de zelfervaring. Even uit de dagelijkse sleur van universiteit en ziekenhuis komen er vragen over jezelf op die anders binnen blijven. Je slaapt beter en langer, je maakt mooie lange wandelingen langs de Limmat, zelfs in de regen. Na vier dagen ben je verkwikt.

De goede context - en dat hoeft niet alleen het liggen in een zwavelbad te zijn - helpt de klager de juiste vragen over zichzelf te stellen, maar doet de klachten niet verdwijnen. Het maakt maar weer eens duidelijk dat ziekzijn bestaat uit het lijden aan de ziekte en het lijden aan de gedachten over ziekte, zoals Nietzsche zo treffend heeft opgemerkt.

Daarom is het onverstandig om toe te geven aan de gedachten over ziekte en een rubber dopje op je elegante rieten Malakkastok te laten zetten.

Medisch kuren is op z'n retour
Honderden Nederlanders gaan jaarlijks naar Centraal-Europese kuuroorden. Ze hebben chronische aandoeningen zoals artritis, psoriasis of de ziekte van Bechterew, en kunnen zich daar laten behande- len.

Volgens Cristiana Chivulescu van de grootste kuurreisaanbieder, Fontana te Arnhem, dienen zich nieuwe kuurders aan. "Niet meer alleen ouderen. En ze gaan niet alleen ter behandeling van klachten, maar ook ter preventie. Een andere trend is het combineren van kuren en vakantie - genieten van de omgeving, lekker eten en uitstapjes." Kuren wordt wellness.

Slowaakse medici, verbonden aan de kuurbaden, beweren in Medisch Contact dat de gunstige werking van balneotherapie (kuren) aangetoond is, ook door wetenschappers. Maar dat overtuigt niet al hun vakgenoten, aldus kinderneuroloog dr. Boldisova: "Vooral in Engeland en Amerika geloven artsen niet in balneotherapie. Soms zijn artsen zo oppervlakkig. Ze luisteren niet naar wat we vertellen. Ze willen het niet horen. Artsen uit rijkere landen denken altijd dat ze gelijk hebben."

De grootste verzekeraar van Nederland, Achmea, heeft medisch kuren uit het ziektekostenpakket gehaald.

Dat vormt volgens Simone Blaauw van Stichting Kuurreizen te Linne een 'bedreiging voor mensen die het zich nu al moeilijk kunnen veroorloven'.

Die kunnen een andere verzekeraar nemen, die kuren wel dekt, of via de belasting geld proberen terug te krijgen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden