'Kunstwerken moeten elkaar opjagen'

interview | comeback | Rudi Fuchs is terug in 'zijn' Stedelijk Museum: met een opwindende tentoonstelling en zijn oude vergaderstoeltjes.

Vergeefs speuren bezoekers naar de titels van de kunstwerken op de tentoonstelling 'Opwinding' in het Stedelijk Museum Amsterdam. Alleen de kunstenaars en jaartallen staan vermeld. "Een titel leidt tot tunnelvisie", zegt Rudi Fuchs. "Als mensen lezen dat een schilderij van Rob Birza 'Maanmannen' heet, gaan ze kijken of het klopt. Als je zonder titel kijkt, ontdek je veel meer dingen."

Alsof hij niet al jaren weg is uit het Stedelijk Museum. Zo schuifelt Rudi Fuchs (74) door de zalen die hij heeft ingericht met ruim honderd van zijn belangrijkste aankopen. Ze beslaan de periode dat hij museumdirecteur was: eerst in het Van Abbe in Eindhoven (1975-1987), toen in het Gemeentemuseum Den Haag (1987-1993) en vervolgens in het Stedelijk (1993-2003).

Directeur Beatrix Ruf vroeg hem om terug te blikken op zijn loopbaan aan de hand van zijn aankopen. Daarmee drukte hij een belangrijk stempel op de Collectie Nederland. Niemand zegt het hardop, maar je zou het ook als een goedmakertje kunnen zien. In 2002 vertrok Fuchs oneervol bij het Stedelijk. Er was kritiek op zijn beleid. Daar kwam ook nog een onderzoek bij naar slordigheden met de invoerrechten van schilderijen van zijn vriend Karel Appel. De gemeente gelastte een onderzoek, dat hem vrij pleitte. Toch kwam er nooit een officieel afscheid.

Van een (verlate) afscheidstentoonstelling mogen we van Fuchs niet spreken. "Afscheid? Ik blijf tentoonstellingen maken tot mijn dood." Hij heeft het drukker dan ooit als gastconservator. Zo maakt hij voor museum Voorlinden in Wassenaar, dat in september opent, een van de openingsexposities.

Het Stedelijk hoopte op een echte Fuchs-expositie, met verrassende combinaties en confrontaties tussen verschillende kunstenaars en stijlen. Een opwindende presentatie in de eigenzinnige stijl van zijn 'Coupletten'. Zo heette de reeks exposities waarmee Fuchs in de jaren negentig reuring veroorzaakte. 'Opwinding' is inderdaad zo'n Fuchs-klassieker geworden: met arrangementen van werken uit verschillende periodes en met tegenstrijdige schilderkunstige opvattingen. "Als je vasthoudt aan de rigide kunsthistorische opvattingen wordt het een strontsaaie bedoening", zegt Fuchs. "Er moet energie zijn van kunstwerken die elkaar opjagen."

Tegendraads

Als vanouds combineerde Fuchs er op los. De minimalistische strepen van Daniel Buren plaatste hij naast de ruige verfstreken van George Baselitz, de abstractie van Mondriaan naast de verwrongen lijnen van Arnulf Rainer en een fotomontage van Gilbert & George tegenover de carrousel van Bruce Naumann die aluminium dieren rondsleept. Puur associatief lijken de combinaties gemaakt, met in de ene zaal het accent op kleur, in een andere op de rechte lijn en het vierkant, terwijl het in de volgende zalen gaat over materiaalgebruik, beweging of de toepassing van letters en teksten in kunstwerken.

Toen hij in 1982 ook de kunstmanifestatie Documenta in Kassel zo tegendraads had ingericht, noemde The New York Times hem een 'romantic fascist'. "Ik vond het juist mooi en spannend. Ik deed het om de mensen de dingen anders te laten zien." Uit 'sentiment' heeft hij het meest spraakmakende ensemble van Documenta herhaald. Een strepenwerk van Buren hangt in de hoek met schuin daarvoor een houten blok van Judd en daarnaast een doek van Baselitz.

De tijden zijn wel veranderd in het Stedelijk sinds hij er zijn Coupletten maakte. "Toen kon ik zelf nog wel eens een spijker in de muur slaan. En als het schilderij niet goed hing, bedacht ik wat anders. Nu wordt er vooraf een maquette gemaakt waarin ik precies moest aangeven hoe alles komt te hangen."

Dat was nog een probleem, want als hij het had over 'die bruine Immendorff' wist niemand welk werk hij bedoelde. En als hij een muur in gedachten had voor Sol Lewitt, bleek die in het echt soms net te klein. "Ach, zo'n maquette is mooi maar je moet het maken van een tentoonstelling een beetje zien alsof je op reis gaat. Dan wijk je ook van de route af als je iets bijzonders tegenkomt of maak je een omweg voor een mooi bos." Uiteindelijk is vrijwel alles wat hij vooraf had bedacht, toch veranderd. Toen de kisten met kunstwerken eenmaal waren uitgepakt, was het een enorme janboel, vertelt hij. Ter plekke ontstonden nieuwe combinaties.

Over de ruimte - de kelder van 1300 m2 - was hij eerst niet te spreken. Maar dankzij zijn vriend Walter Nikkels, door de jaren heen de vaste vormgever van zijn exposities, is er toch een mooi parcours van zalen ontstaan, vindt Fuchs.

Ongemakkelijke stoeltjes

Het voorstel om door de tentoonstelling te lopen, vindt hij maar zo zo. Hij loopt moeilijk, liever wil hij zitten. "Daarom staan er ook stoeltjes. Mensen willen ook wel eens zitten voor een schilderij en ik hou niet van die stijve banken. Een stoeltje kun je oppakken en neerzetten waar je wilt."

Het is goed dat hij het zegt, want de strakke, minimalistische houten stoeltjes die verspreid over de zalen staan, zien eruit als kunst. Ze zijn van de kunstenaar Donald Judd, maar wel gemaakt om er ook op te zitten. Toen Fuchs directeur was van het Stedelijk stonden ze rondom zijn vergadertafel. Hij kocht ze omdat ze mooi zijn, maar ook omdat ze niet lekker zitten. "Ik hoopte dat de vergaderingen daardoor niet te lang zouden duren."

Hij gaat zitten voor een groot expressief schilderij van de Amerikaan Julian Schnabel (1951), dat naast een klein werk van de Duitser Kurt Schwitters (1878-1948) hangt. Hoe kwam hij erbij om deze kunstenaars die niets gemeen lijken te hebben, te combineren. "Ga eerst maar eens goed kijken", zegt hij streng. De kleur bruin komt in beide werken voor, net als gebogen lijnen, maar verder? Op opgewonden toon: "Kijk hier eens goed naar." Hij tikt heel zacht - 'dit mag eigenlijk niet' - op het schilderij van Schnabel. "Hij heeft dit op bruin fluweel geschilderd, zoals hij wel vaker doet. En dat van Schwitters heeft linoleum als ondergrond. Dit gaat dus over het gebruik van bijzondere materialen." Voor Schwitters werd die keuze uit nood geboren. Fuchs: "Hij maakte dit op het eiland Man, waar hij op de vlucht voor de nazi's terecht was gekomen in een interneringskamp. Materiaal was schaars, maar hij mocht het linoleum van de vloer gebruiken."

Als je maar lang genoeg kijkt, ontdek je dit soort dingen. Daar draait het om op zijn tentoonstelling: de opwinding van het ontdekken en beter leren kennen van de kunstwerken. "Ik heb natuurlijk vrij veel ervaring en een geoefend oog. Maar het meeste heb ik toch geleerd van het arrangeren van kunstwerken naast elkaar in een zaal. Als ze in elkaars nabijheid hangen, kun je hun eigenheid beter zien."

Het merendeel van de werken heeft hij zelf aangekocht. Kwam hij dingen tegen die hij nu niet meer zou kopen? "Natuurlijk, maar je mag dat geen miskopen noemen. Morgen kan dat heel anders zijn. Een collectie is ook een verhaal. Toen ik begon in het Van Abbe was er al een verhaal van mijn voorgangers. Maar de kunstenaar Damien Hirst was er toen nog niet. Met Hirst kan ik nu combinaties maken die destijds niet mogelijk waren." Wat Fuchs ermee wil zeggen is dat er wel smaak en voorkeur is. "Maar in de kunst is niemand de beste. Je kunt de veelheid ook als een rijkdom accepteren, waarover steeds weer nieuwe verhalen te vertellen zijn."

Ligt de opwinding die hij wil veroorzaken er bij de entree niet te dik op? Bezoekers worden begroet met een neonwerk van Bruce Naumann van een serie copulerende figuren. Toch moet dit werk daar hangen, vindt Fuchs, omdat het zo 'theatraal' is. "Uiteindelijk is een goede tentoonstelling ook theater."

'Opwinding' - tentoonstelling van Rudi Fuchs, t/m 2 oktober in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden