Kunststof nu ook welkom in museum

Vanzelfsprekend is het nog steeds niet dat musea zich openstellen voor in serie geproduceerde voorwerpen. Het verzamelen en tonen van kunstzinnige, esthetische voorwerpen die uniek zijn, is immers de traditionele museumtaak. Om de expositiezalen beschikbaar te stellen voor voorwerpen van 'dertien in een dozijn', vergt enige moed.

Dit schrijft H. U. Kölsch in het voorwoord van de catalogus bij de expositie over '100 jaar kunststof' in het Museum het Catharina Gasthuis in Gouda. Het echtpaar Kölsch uit het Duitse Essen weet waar het over praat. Als verwoede verzamelaars van vroege kunststoffen ondervinden ze aan den lijve dat hun collectie, hoe wereldberoemd ook, niet welkom is in elk museum.

Nederland neemt op dit punt overigens een gunstige uitzonderingspositie in. Vijftien jaar geleden hadden Rotterdam en Den Haag de Europese primeur met exposities over bakeliet en plastic. Sindsdien is het kunstbegrip in de samenleving wel breder geworden, maar nog regelmatig krijgt het echtpaar Kölsch de vraag of een in serie geproduceerd voorwerp wel thuishoort in een museum. Het noorden van Europa blijkt, zo is de ervaring van het echtpaar, duidelijk minder bevooroordeeld dan zuidelijke landen ten aanzien van serieproducten. De verklaring daarvoor lijkt wat gezocht, maar voor deze verzamelaars staat vast dat dat te maken heeft met het gebruik van baksteen (een industrieel serieproduct) contra het in Zuid-Europa veel toegepaste natuursteen.

Vaak wordt gedacht dat kunststof iets is van de laatste decennia, maar al in de achttiende eeuw begon men te experimenteren met de vervaardiging van kunststoffen als vervanging van de steeds schaarser wordende natuurlijke grondstoffen. In het midden van de negentiende eeuw bestonden er al verschillende soorten. De industrie zag al gauw de voordelen ervan: het hoge isolerend vermogen en de constante kwaliteit. Ook bleek kunststof een ideale vervanger van bijvoorbeeld ivoor en schildpad omdat het haast niet van echt te onderscheiden was. Veel voorwerpen op de tentoonstelling in Gouda zijn razend knappe imitaties van andere materialen.

Een belangrijke ontdekking is de uitvinding van bakeliet geweest aan het begin van deze eeuw door de Belg Baekeland. Bakeliet, de bruinzwarte kunststof waarvan de eerste radio's, telefoons, stekkers en stopcontacten werden gemaakt, bleek keihard, onbrandbaar en zeer goedkoop te produceren. Daarnaast werd kunststof ook vaak toegepast op schrijfgerei, sigarettenpijpjes, haarkammen, poederdozen en als sluitingen van (toilet)tasjes. Een bijzondere plaats binnen de Kölsch-collectie nemen de voorwerpen in die de Belgische firma Ebena tussen 1921 en 1931 maakte van kopal, een natuurlijke hars uit Belgisch Kongo. Ebena schakelde professionele ontwerpers in, zoals de glaskunstenaar R. Lalique, en dat zie je af aan de wonderschone voorwerpen.

Aan sommige kunststoffen liggen dierlijke producten ten grondslag. Het bekendste voorbeeld is bois durci (duurzaam hout), dat werd gemaakt door bloed van slachtdieren onder druk en grote hitte met toevoeging van houtpoeder, roet, zijdepapier en andere ingrediënten te verwerken tot een plastische grondstof. De modekleur van die tijd (circa 1850) was zwart en de van bois durci gemaakte tabakspotten en sieraden konden uitstekend de concurrentie aan met voorwerpen gemaakt van ebben en gagaat (zwart barnsteen).

Een belangrijk nadeel van kunststoffen is dat beschadigingen niet weggewerkt kunnen worden. Maar ook in een ander opzicht bleken kunststoffen toch aan verval onderhevig en wel door de invloed van licht, ozon en temperatuurschommelingen. Een bekend voorbeeld zijn de als onverslijtbaar verkochte plastic tuinmeubelen, die na verloop van tijd toch gaan verkleuren, barsten, verbrokkelen of scheuren. Wat daar aan gedaan kan worden, is nog steeds onderwerp van onderzoek.

Hetzelfde geldt voor de aanslag die de plasticberg pleegt op het milieu. Inmiddels wordt onderzoek gedaan naar kunststoffen die 'voorgeprogrammeerd' zijn. Na een bepaalde levensduur zullen ze zichzelf automatisch afbreken. Voor het milieu zou dat een zegen zijn, maar het echtpaar Kölsch merkt tobberig op dat voor verzamelaars dan donkere tijden aanbreken. En hoe moeten musea dan nog inzicht geven in dat deel van de materiële cultuur van het verleden?

Dat doet je toch met een heel andere blik kijken naar al die uitgestalde kunststoffen voorwerpen. Ter plekke krijgen sommige bezoekers ook spijt dat ze spullen hebben weggegooid, zoals een bezoekster op luide toon laat blijken bij het zien van een radiotoestel van Philips uit 1947, gemaakt van bakeliet. “Opa en oma hadden precies zo'n radio, zonde dat we dat hebben weg gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden