Kunstsector bloeit, maar betaalt slecht

De forse bezuinigingen zijn verwerkt en de theaters en musea trekken weer veel publiek. Maar de werkers in die sector leverden zwaar in.

De cultuursector heeft zich op overtuigende wijze herpakt. En zich niet lam laten slaan door de forse bezuinigingen die veel kunstinstellingen vier jaar geleden opgelegd kregen door de toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra (cultuur, VVD).

Dát was gisteren het goede nieuws bij de presentatie van de adviezen van de Raad voor Cultuur hoe de komende vier jaar de rijkssubsidies moeten worden verdeeld. De sfeer in de sector is nu een stuk prettiger en optimistischer, concludeert voorzitter Joop Daalmeijer van de raad. "Rode cijfers zijn er eigenlijk niet." Maar hoe zijn die bezuinigingen dan opgevangen? En dat brengt ons bij het slechte nieuws: achter de hoopvol stemmende cijfers, stijgende bezoekcijfers en andere goede resultaten schuilt volgens Daalmeijer veel klein leed. Het zijn de werkers in de sector die de kortingen hebben opgevangen. Mensen die 100 procent werden betaald, krijgen nu nog maar 60 procent, terwijl ze vaak 80 procent of meer werken. Veel werknemers zagen hun vaste dienstverband ingewisseld voor tijdelijke contracten. Schrijnend is de positie van beeldende kunstenaars die vaak onder het bestaansminimum leven.

Minister Bussemaker (cultuur), die de adviezen gisteren digitaal in ontvangst nam, erkent dat de arbeidsvoorwaarden in de cultuurbranche zorgen baren. "De mensen moeten wel normaal betaald worden." De minister kondigde aan dat ze de adviezen zoveel mogelijk zal volgen. In de aanloop naar haar definitieve besluiten, die ze op Prinsjesdag presenteert, overlegt ze nog wel met de Tweede Kamer en bestuurders in het land.

Daarbij zal ook aan de orde komen dat culturele instellingen nog 'behoorlijk kleurenblind' zijn. Bussemaker deelt de conclusie van de raad dat de sector geen afspiegeling is van de bevolkingssamenstelling. Dat geldt niet alleen voor de bestuurders van kunstinstellingen, de makers van kunst en de mensen op het podium maar ook voor het publiek. Alleen het jeugdtheater valt in positieve zin op.

De sector doet veel aan educatie, al is er volgens de raad soms sprake van een overaanbod. Ook op dit punt mag het diverser, vindt de minister, en moet de focus niet alleen op havo- en vwo-scholieren liggen.

In totaal heeft de cultuurraad 118 aanvragen beoordeeld. Dat zijn er precies evenveel als vier jaar geleden. De instellingen vroegen alles bij elkaar opgeteld om bijna 250 miljoen euro per jaar, dertig miljoen meer dan beschikbaar is. Over 77 aanvragen geeft de raad een positief subsidieadvies (ja), al moeten 25 aanvragers nog wel aan één of meer voorwaarden voldoen (ja, mits).

Een negatief subsidieadvies krijgen 27 instellingen. Daarnaast zijn er 14 aanvragers die een herkansing krijgen om het (voorlopig) negatieve oordeel om te buigen in een positief advies. In drie gevallen is de subsidieaanvraag afgewezen, omdat de instellingen onvoldoende eigen inkomsten genereren en ook niet aannemelijk kunnen maken dat dat de komende periode wel lukt.

De film- en danssector krijgen positieve beoordelingen, evenals de opera (met uitzondering van Opera Zuid). Bij de symfonie-orkesten ligt de pijn in het oosten van het land, waar orkesten moeten fuseren. Pijnlijk is ook het vernietigende oordeel over het functioneren van het hedendaagse kunstcentrum De Appel in Amsterdam. Andere uitschieters in negatieve zin zijn Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

Daar tegenover was er ook heel veel lof voor drie musea die vanwege hun innovatieve plannen een voorbeeld zijn voor de hele sector. Laat daar nou ook Rijksmuseum Twenthe bij zitten, dat vier jaar geleden nog ten dode opgeschreven leek. Het museum, dat als 'suf' werd beoordeeld, dreigde toen de helft van de subsidie kwijt te raken (later werd dat een kwart). Het heeft zich op wonderbaarlijke wijze gerevancheerd.

Over vier jaar kan alles weer anders zijn. Dat weten de kunstinstellingen als geen ander. Als het aan de Raad voor cultuur ligt, geldt dat ook voor het subsidiestelsel zelf, de zogenoemde Basisinfrastructuur (BIS).

Die is aan 'herijking' toe, omdat het door de opeenvolgende bezuinigingen en politieke ingrepen een enigszins willekeurig karakter heeft gekregen. Zo worden veel belangrijke musea niet door het rijk maar door gemeenten en provincies gefinancierd. Daalmeijer: "Over vier jaar moeten we misschien maar eens gaan kijken wat echt een basisvoorziening is die door het rijk moet worden gefinancierd."

In het kort

Geen rode cijfers meer bij de kunstinstellingen

Stijgende bezoekcijfers in vrijwel de gehele cultuursector

Arbeidsvoorwaarden slechter

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden