Kunstrijden is stiefkindje af

Schaatsbond KNSB haakt in op de door televisieshows ontstane hype rond kunstrijden. Met nieuw beleid, extra financiële middelen en een ervaren Canadese coach. Het vizier is gericht op 2014.

Het kan niet langer zo zijn dat ’een toespraak van meneer Bos’, de baas van het bedrijf TVM, de aftrap van het schaatsseizoen is, vond Carel Paauwe. Daarom was de voorzitter van de KNSB gisteren in Amersfoort zelf gastheer van een promotieshow voor alle disciplines van het schaatsen. Met louter goed nieuws. De bond is geprofessionaliseerd en heeft ambitieuze plannen en doelen.

Die waren er altijd al, maar de KNSB voegt volgens Paauwe nu de daad bij het woord. En hij heeft het geld om de sport op diverse vlakken ’sexier’ te maken. Hoofdsponsor Aegon verdubbelde de jaarlijkse bijdrage tot en met 2010 tot zeven miljoen euro. Het heeft tot tal van ’speerpunten’ geleid. Het shorttrack en marathonschaatsen moeten ervan profiteren, maar vooral het kunstrijden.

De discipline met verreweg het grootste mediabereik in de wereld was heel lang het stiefkindje van de bond, zoals bestuurslid Joan Haanappel het uitdrukte. De ijsdansshows met sterren op televisie hebben kunstrijden een impuls gegeven. Duizend nieuwe licentiehouders heeft de KNSB aan de hype overgehouden, een verdubbeling. Met dat potentieel is veel mogelijk, denkt Haanappel. Ze schetste de huidige situatie. „Nederland wordt niet meer serieus genomen in het kunstrijden. We figureren in een van de moeilijkste en zwaarste sporten. De sport is zeer internationaal en daarom is het zo jammer dat we geen deuk in een pakje boter schoppen. Dat móet veranderen.”

De KNSB heeft daarvoor ’enkele tonnen euro’s’ extra uitgetrokken. Het geld gaat vooral naar betere faciliteiten. In nationale trainingscentra als Zoetermeer, Heerenveen en Den Bosch worden kinderen van zeven en acht jaar voortaan al intensief begeleid. Neil Carpenter, een 63-jarige Canadees met 43 jaar ervaring als coach, werd naar Nederland gehaald. De vriendelijke opa uit Ontario moet een fundament gaan leggen voor olympische successen in 2014. Haanappel: „Dat gáát gebeuren.”

Carpenter tekende voor drie jaar. Hij werd door Haanappel benaderd op het moment dat hij net op zoek was naar een nieuw huis. „Ik dacht: dit gebeurt met een reden. Alle signalen wezen erop dat ik naar Nederland moest.” Een maand geleden verhuisde hij. Carpenter heeft er vertrouwen in. „Schaatsen is in de hele wereld hetzelfde. Je hebt mensen nodig met twee benen en een pompend hart. Het gaat erom de manier van denken in het kunstrijden hier te veranderen. Dat is de grote uitdaging.”

De internationale schaatsunie ISU vindt dat Nederland bij de mondiale toptien zou moeten behoren gezien de infrastructuur van ijshallen. Het probleem is vaak dat ijs duur is en zeer beperkt beschikbaar voor trainingsuren. De KNSB probeert daar met de koepel van ijsbanen verandering in te brengen. Carpenter: „In Canada trainen ze drie uur per dag, vijf dagen per week. Als het in minder uren moet, moet je die maximaal benutten.”

Carpenter richt zich vooral op regionale coaches. Bij hen moet het niveau omhoog. Hij gaat clinics houden, probeert talenten op te sporen en zal zelf training geven aan de beste rijdsters van Nederland, onder wie Karen Venhuizen. Carpenter gaat zijn internationale contacten gebruiken om gasttrainers naar Nederland te halen. Zelf werkte hij onder anderen met meervoudig olympisch en wereldkampioen Scott Hamilton. Zijn voornaamste pupil was Ron Shaver, een mondiale subtopper in de jaren zeventig.

Het avontuur in Nederland is zijn laatste kunstje. Zijn opdracht: meedoen in Vancouver in 2010, scoren in Sotsji in 2014. „Dat kan”, denkt Carpenter. „Nederland heeft het eerder bewezen.” Hij doelt op Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel. Die laatste heeft zich jaren zitten verbijten. Ze denkt dat Carpenter vooral de techniek van Nederlandse talenten drastisch kan verbeteren. „Die meisjes moeten echt een drievoudige sprong gaan maken. Anders tel je echt niet meer mee.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden