Kunstpaus op zijn retour

Het is niet meer allemaal zoals het geweest is met StedelijkMuseum-directeur Rudi Fuchs, de afgelopen tijd. Eerst kraakte de kunstpers zijn overzichtstentoonstelling van Dennis Hopper, daarna kreeg hij een ernstig auto-ongeluk, vervolgens vond niemand zijn Nieuw-Zeelandse 'ontdekking' Colin McCahon de moeite waard, en nu gaat de uitbreiding van zijn museum ook al niet door. Zestig is 'ie inmiddels. Hoe moet dat verder?

Het was een glansrijke start van een imponerende kunstcarrière, toen Rudi Fuchs in 1975 op 33-jarige leeftijd museumdirecteur werd van het Van Abbemuseum in zijn geboorteplaats Eindhoven. Met vooruitstrevende exposities van kunstenaars van zijn eigen generatie maakte hij al snel naam. Ook over de grens: in 1982 stelde hij de Documenta in Kassel samen.

Pas in 1985 viel er een breukje in de carrière van Fuchs, toen na een intrigerijke opvolgingsprocedure niet híj, maar Wim Beeren tot directeur van het Stedelijk in Amsterdam werd benoemd. Twee jaar later kreeg hij als troostprijs (althans zo leek het) het directeursschap van het Haags Gemeentemuseum toegewezen. Geen sinecure, zo bleek: er was nauwelijks geld beschikbaar voor het museum. Fuchs baarde opzien met de suggestie dat enkele topstukken misschien wel verkocht konden worden om de financiële problemen de baas te worden. Het plan werd afgeschoten.

Na een aantal jaren puinruimen kreeg Fuchs in 1993 dan toch de felbegeerde scepter over het Stedelijk Museum in Amsterdam in handen. De reacties waren een beetje zuur. Fuchs zou weliswaar de beste keus zijn, maar niet de meest avontuurlijke. Van een vooruitstrevend vernieuwer was hij in nog geen twee decennia verworden tot een bedaagde kunstpaus, zo sprak uit de berichtgeving rondom zijn aantreden. Een museumdirecteur die altijd weer dezelfde kunstenaars van zijn eigen generatie naar voren schoof.

Nee, dan de Belg Jan Hoet, dat zou pas een spannende keuze zijn geweest. Diezelfde Hoet, die in 1999 directeur van de S.M.A.K. te Gent werd, was maar al te gretig om het verschil met Fuchs eens goed uit te meten. In een vraaggesprek met Het Parool antwoordde hij op het steekwoord 'Rudi Fuchs': ,,Hij vertegenwoordigt het zindelijke en ik het zinnelijke (...) Hij vertegenwoordigt de stilte, ik de dynamiek.'' ,,Rudi is een helikopter, ik ben een F-16.''

Dat was een beeld dat wel vaker begon op te duiken. Fuchs was een beetje saai geworden. Een erudiete man, iemand met veel culturele bagage, een 'cultureel getinte vrijdenker' zelfs, maar niet iemand die makkelijk met zijn tijd meeging. Een wat steile man ook, wars van modes. Dat steile bleek eens te meer in een Tien Geboden-interview in Trouw in 1998: ,,Kerk en geloof moeten streng en eenvoudig zijn. Of je gelooft, of je gelooft niet. En ls je gelooft, moet je niet zeggen: 'In een hogere macht', maar: 'In God'.''

Fuchs maakte in de jaren negentig vooral naam door zich met kracht te verzetten tegen de debilisering van de samenleving in het algemeen en van de kunstwereld in het bijzonder. Met verzuchtingen als 'vroeger hoefde je er nooit over na te denken of een tentoonstelling wel publieksvriendelijk was' en 'musea zijn er voor een minderheid' stak hij zijn elitaire ideeën over kunst niet onder stoelen of banken.

Zijn grootste angst betrof massatentoonstellingen, of 'tralala-tentoonstellingen', in zijn eigen woorden. Al in 1987 zei hij vol afschuw: ,,De dag zal niet ver meer zijn, vrees ik, dat toeschouwers in drommen door de zalen trekken, met petjes op en met vlaggetjes, en bij hun favoriete schilderij heffen ze uit volle borst een clublied aan.''

Toch deed Fuchs de afgelopen jaren geslaagde pogingen om zijn museum via onconventionele methodes onder de aandacht te brengen. Hij vroeg eerst Gerrit Komrij, daarna Harry Mulisch, en ten slotte zelfs koningin Beatrix om een tentoonstelling in te richten. Hij haalde er in ieder geval de pers mee.

Toch is het een beetje de dood in de pot, de afgelopen jaren. Niet in de laatste plaats omdat de nieuwbouwplannen van het Stedelijk, al vóór het aantreden van Fuchs gepland, uitgesteld en uitgesteld en uitgesteld werden. Fuchs' poging om dan maar via een museaal-privaat een-tweetje de benodigde miljoenen bijeen te krijgen, liep uit op een jammerlijke mislukking. Verontwaardiging was zijn deel toen hij autofabrikant Audi als sponsor wilde aantrekken.

Een Audi in een museumvitrine? Was die Fuchs nou helemaal gek geworden! De kunstwereld viel en masse over de museumdirecteur heen. Het Audi-plan ging niet door. En het nieuwbouwplan op het Museumplein nu dus ook niet meer. Fuchs' museum dreigt in twee stukken gehakt te worden, met de twintigste-eeuwse kunst op het Museumplein en de 21ste-eeuwse aan de Amsterdamse Zuidas.

Fuchs verzet zich tegen de plannen, wil in ieder geval dat het museum één geheel blijft. Maar de kwestie is misschien nog wel dwingender voor hem dan blijkt uit deze discussie. Het verwijt klinkt maar al te vaak: Fuchs is niet in staat om de allerjongste ontwikkelingen in de kunstwereld in zijn museum aanschouwelijk te maken. Is hij wel de man die het Stedelijk de 21ste-eeuw kan binnenleiden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden