Kunsthuis van Joop en Janine

Een vermogen besteedde Joop van den Ende aan zijn DeLaMar Theater, dat morgen wordt geopend door koningin Beatrix. Hij is blij dat nu ook de ’kunstelite’ hem ziet staan, maar dat is niet zijn drijfveer. „Alles wat ik doe is gericht op het bereiken van een groot publiek.”

Spiedend loopt Joop van den Ende door het DeLaMar Theater in Amsterdam. Enkele dagen voor de officiële opening van het nieuwe theater wordt er nog hard gewerkt om de laatste rimpelingen glad te strijken, ook letterlijk. Er zitten bobbels in de vloerbedekking op één van de trappen, heeft Van den Ende ontdekt. Op zijn verzoek wordt de bekleding losgemaakt en glad getrokken. Het zijn maar kleinigheden, maar alles moet kloppen.

Tot in de details heeft Van den Ende zich samen met echtgenote Janine bemoeid met de bouw en inrichting van het kunsthuis, waar hij al jaren van droomde en dat morgen officieel wordt geopend door koningin Beatrix. „Ruik je die vieze lucht?” vraagt hij. „Ze komen er niet achter waar die vandaan komt.” Met spuitbussen wordt de hinderlijke rioollucht die op diverse plekken in het gebouw hangt nu bestreden, maar daar neemt Van den Ende geen genoegen mee. „Dit moet opgelost worden.”

Een vermogen besteedde de televisie- en theaterproducent via zijn VandenEnde Foundation aan de bouw van zijn theater aan de Marnixstraat in Amsterdam. Op deze plek stonden voorheen het Nieuwe de la Mar Theater, standplaats van grote cabaretiers als Wim Kan, Wim Sonneveld en Freek de Jonge, en de bioscopen Calypso en Cinerama. Onder leiding van de architecten Arno Meijs en Jo Coenen is er een eigentijds theater gebouwd, met twee zalen met in totaal ruim 1500 stoelen (900 meer dan in het Nieuwe de la Mar), een grand café, repetitieruimtes, foyers en kleedkamers.

De architecten hebben het nieuwe theater met veel zorg ingepast in het beschermde stadsgezicht. De monumentale negentiende-eeuwse gevels zijn behouden. De rest van de nieuwe gevel bestaat voor een groot deel uit glas en een replica van de gevel van het vroegere Nieuwe de la Mar.

Het complex kostte 65 miljoen euro. Daarnaast draagt de VandenEnde Foundation, waarmee Joop en Janine van den Ende al tien jaar kunstenaars en culturele projecten financieel ondersteunen, de komende tien jaar jaarlijks 1 miljoen euro bij in de exploitatie. Inclusief de investering in het DeLaMar Theater spendeerde de Foundation sinds de oprichting in totaal 115 miljoen euro aan kunst en cultuur. Van hele kleine tot grote bedragen, zegt Van den Ende. „Van 500 euro voor een student die wil meedoen aan een vioolmasterclass tot zes miljoen euro voor de verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam.”

Ondanks zijn royale bijdragen aan kunst en cultuur werd de mecenas jarenlang niet ’gezien’. In ieder geval niet in zijn eigen stad Amsterdam. „Brieven waarin we destijds de gemeente meldden dat we interesse hadden in de bioscopen Calypso en Cinerama aan de Marnixstraat die dicht gingen, om daar een theater te bouwen, werden niet eens beantwoord. Janine heeft daar burgemeester Job Cohen een keer op aangesproken. Prompt zaten we toen een week later bij Hannah Belliot (de toenmalige wethouder cultuur, red.) aan tafel. Ze vroeg ons of wij geld hadden voor de verbouwing van het vervallen Nieuwe de la Mar Theater. De gemeente had daar zelf geen geld voor, omdat alles in de verbouwing van het Stedelijk Museum ging zitten.”

Eerst straal negeren en dan doodleuk om een zak met geld vragen? Voelde hij zich niet geschoffeerd door de gemeente? Van den Ende: „Ach, je weet hoe dat gaat. Dan zitten er ineens weer andere mensen, die je niet de fouten van hun voorgangers kunt aanrekenen. Ik stond heel lang bekend als de man die populaire tv-shows maakte en musicals voor een groot publiek. Dan word je door de zogenaamde kunstelite in de grachtengordel al gauw in het hokje van kunst met een kleine k geduwd. Van dat imago kom je moeilijk af, ook al maak je op een gegeven moment ook serieuze toneelstukken. Als de gemeente je dan vraagt een theater te bouwen, wat erkenning betekent door de kunstelite, zeg ik geen nee. Maar als je mij nou vraagt of dat mijn drijfveer is, die erkenning, dan zeg ik ook nee. Alles wat ik doe is gericht op het bereiken van een groot publiek. Dat is ingegeven door mijn eigen achtergrond.”

„Ik kom uit een arm arbeidersgezin en ben niet opgevoed met kunst. Maar als jongetje wilde ik liever toneelspelen dan voetballen. Ik had het geluk dat ik lid kon worden van een toneelclub die bij wijze van liefdadigheid werd betaald door een kerk. Via die club ging er een wereld voor me open. We speelden toneelstukken na en zo kwam ik regelmatig in de Stadsschouwburg en in het Nieuwe de la Mar. Kunst heeft mijn leven verrijkt en die ervaring wil ik doorgeven aan een groot publiek.”

Het ongesubsidieerde DeLaMar Theater gaat open in een tijd dat de kunstsector onder zware druk staat. Van den Ende vindt het logisch dat ook de kunsten moeten bezuinigen en meer eigen inkomsten genereren. Zijn eigen bedrijf heeft de afgelopen jaren ook 30 procent moeten bezuinigingen, vooral op de interne kosten, waarbij ook ontslagen zijn gevallen. „Maar zoiets doe je met beleid en je probeert te voorkomen dat je je talenten weggooit of iets stuk maakt. Het bedrijf staat er daardoor nog steeds goed voor. Een beleidsmatige aanpak kan ik niet ontdekken in de manier waarop de overheid nu wil bezuinigen op de kunstsector. Als je het cultureel ondernemerschap wil stimuleren, moet je niet het btw-tarief verhogen. En achter het schrappen van het Muziekcentrum van de Omroep zit al helemaal geen plan.”

De kunstwereld moet volgens Van den Ende ook zichzelf kritisch onder de loep nemen en in ieder geval professioneler worden. „Onze Foundation heeft niet voor niets twee leerstoelen opgericht om het cultureel ondernemerschap te bevorderen. Kunstenaars in Nederland zijn nog steeds huiverig voor sponsors, waar helemaal geen reden voor is. Dat wij zes miljoen meebetalen aan de verbouwing van het Stedelijk Museum in Amsterdam, betekent toch niet dat we ons met de inhoud van de tentoonstellingen gaan bemoeien?”

Van de sportwereld kan de kunstwereld ook het nodige leren, meent Van den Ende. „Er wordt altijd met dedain gesproken over de skyboxen, maar die leveren wel heel veel geld op. Alle belangrijke kunstgebouwen in Amsterdam zijn ooit door particulieren gemaakt. Maar wij hebben die mentaliteit van geven aan de kunst hier niet meer. In de Verenigde Staten bestaat die cultuur wel. Onze Jaap van Zweden, de Johan Cruyff van de klassieke muziek, organiseert in zijn luxe appartement in Chicago regelmatig diners voor rijke Amerikanen, om uitleg te geven over zijn orkest en klassieke muziek. Dat is onderdeel van zijn job als dirigent. In New York heb je zelfs bijeenkomsten waar je kunt leren hoe je mecenas kunt worden.”

Voor Van den Ende staat vast dat het mogelijk moet zijn om ’tussen nu en zeven jaar’ de helft van de kunstbudgetten te financieren met particulier geld. „Maar dat gaat niet vanzelf, daar moet zowel de overheid als de kunstwereld gericht beleid voor ontwikkelen.” Nee, politieke ambities heeft hij niet. Maar Van den Ende vindt het wel onbegrijpelijk dat de politiek voor deze ingrijpende bezuinigingsoperatie niet te rade gaat bij kenners van de kunstwereld. „Er lopen er genoeg rond.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden