Kunstenplan: Limburg mag kwaad zijn, maar niet op 'de Randstad'

De auteur is gedeputeerde voor cultuur van de provincie Utrecht.

JIPPE HOEKSTRA

Het muziekcentrum Vredenburg bestaat nu al meer dan vijftien jaar. Toen het werd gebouwd hadden we in Utrecht nog een eigen orkest: het Utrechts Symphonie Orkest. Dat werd het nieuwe huisorkest van Vredenburg. Niet erg lang overigens, want het USO bestaat niet meer. Vredenburg heeft geen 'eigen' orkest meer.

Het USO moest fuseren met twee andere orkesten: het Amsterdams Philharmonisch en het Nederlands Kamerorkest. Moest fuseren, want de rijksoverheid, als grootste subsidient, wilde een totale herschikking van het orkestenbestel in Nederland.

De Raad voor de Kunst werd niet ingeschakeld voor de advisering. En dat vond de Raad destijds een slechte zaak. Nee, er werd een commissie van wijze mensen geformeerd. De commissie stond onder leiding van de huidige secretarisgeneraal van WVC: Hans de Boer - toen nog burgemeester van Haarlemmermeer.

Men kwam met een rapport dat in de kunstwereld een aardbeving veroorzaakte. Eenzelfde soort rampspoed als het recente advies van de Raad voor de Kunst over het Kunstenplan heeft veroorzaakt. De wereld stond op z'n kop. Dat dachten we toen tenminste.

Kwaliteitstoets

Nu is er een andere situatie. Niet een speciaal ingestelde commissie, maar de Raad voor de Kunst zelf komt met een plan waar iedereen tegen te hoop loopt.

De raad wordt bevolkt door mensen uit het vak. Collega's van de musici, dansers, beeldhouwers, schrijvers, architecten en filmers. Dat is goed, want de raad moet in de eerste plaats de inhoudelijkheid van de voorgelegde plannen kunnen beoordelen. Een kwaliteitstoets.

Maar bij het Kunstenplan gaat het om meer. Daar gaat het ook om een culturele strategie, bijvoorbeeld de spreiding van cultuur. Het gaat ook om financiele verdeelvraagstukken.

Moet een adviesorgaan, dat de minister van steun moet zijn bij de beoordeling van de kwaliteit van het kunstaanbod, zich ook buigen over beleidszaken als regionale vraagstukken, bezuinigingen en herverdeling van de middelen? Ik vind van niet. Deze primaire beleidszaken gaan de minister zelf aan. En haar ambtelijke adviseurs zijn knap genoeg haar hierin bij te staan.

Tevergeefs

Terug naar 1985. Hoe werd er toen door betrokkenen gereageerd? Natuurlijk werd er actie gevoerd tegen het idiote voornemen om ons orkest op te heffen. Het USO, het oudste orkest van ons land moest verdwijnen. Men sneed de ziel uit het muziekleven in de stad Utrecht. Erger nog: hoe moest de rest van de provincie voorzien worden van koorbegeleiding, educatieve concerten en wie kwam op de kleinere podia in de provincie spelen?

Het nieuw te maken orkest zou een goed en ruim bezet orkest gaan worden. Het zou zelfs groter worden dan het USO ooit was.

Maar het nieuwe orkest zou wel voornamelijk in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag gaan spelen. We geloofden niet dat het rijk zijn belofte waar zou kunnen maken, door het nieuwe orkest te verplichten ook regelmatig in Utrecht op te treden.

Harder

Met Lien Vos, burgemeester van onze hoofdstad, Anton Geesink als het bekendste Utrechtse symbool, op de Domtoren na, trokken we naar het Binnenhof. De Tweede-Kamercommissie voor cultuur zou over het voorstel vergaderen. Het enige, wat het feitelijk opleverde, was een vioolspelende burgemeester op de voorpagina van bijna elk dagblad.

Het doek was gevallen. En het USO kon zich voorbereiden op een afscheidstournee.

Deze beelden en ervaringen komen weer bij mij terug als ik collega Ger Kockelkorn uit Limburg tekeer hoor gaan tegen het vermaledijde Kunstenplan-advies. Toch is de toonzetting anders. Hoger en er wordt harder gespeeld. De grootste vijand lijkt niet de Raad voor de Kunst, maar de Randstad, die alles maar opslorpt.

Jan Terlouw heeft zichzelf tot spreekbuis benoemd van alle provincies die niet tot de Randstad horen. Geheel in de lijn van zijn politieke achtergrond, kwam hij met een alternatief. Hij borduurde voort op een idee van de Limburgse gedeputeerde.

Het rijk moet zijn culturele taak maar aan de provincies overdragen. Met het bijbehorende geld natuurlijk. De provincies zijn veel beter in staat het geld te besteden dan het rijk dat nu dreigt te doen. Het geld moet in gelijke delen over alle provincies verdeeld worden. Dus gaat er in zijn visie net zoveel geld naar Zeeland als naar Zuid-Holland.

Mallotig

Ik val niet graag collega's af, maar deze ideeen zijn echt te mallotig om serieusgenomen te worden.

Cultuur is een zaak van elke overheid: rijk, provincie, en gemeente. De nieuwste trend in overheidsland is het verschijnsel kerntaak. Rijk, provincies en gemeenten vragen zich af wat hun wezenlijke taken zijn. Zaken die absoluut door de overheid gedaan moeten worden en niet aan het particulier initiatief kunnen worden overgelaten. En welke klus kan het best op gemeentelijk, provinciaal of rijksniveau worden geklaard.

Voor mij is in die discussie een ding duidelijk: cultuur is een zaak van producenten, consumenten van kunst en particuliere geldschieters, maar zonder de overheden zal de cultuur als een leeglopende ballon ineenschrompelen. De doge van Venetie, de bisschop van Utrecht en de koning van Beieren zijn nu het gemeentebestuur, het provinciebestuur en het landsbestuur. De mecenassen van onze tijd.

Dus alle overheden en niet een of twee van de drie. In feite is het een kwestie van beschaving.

Voedingsbodem

Terug naar de Randstad. Het feit dat de meeste inwoners van Nederland in de drie randstedelijke provincies wonen, mag niet de belangrijkste reden zijn om een claim te leggen op het grootste deel van de nationale kunsttaart.

Cultuur, kunst en voorzieningen vallen niet uit de lucht of kunnen niet met subsidiegeld worden afgedwongen. Er moet een voedingsbodem aanwezig zijn. Verder is een gunstig cultuurklimaat nodig. Ook is veelsoortigheid gewenst. Instellingen, maar vaak toch ook individuele kunstenaars kiezen voor hun vestigingsplek een plaats waar die voorwaarden zo veel mogelijk aanwezig zijn.

Dat hoeft niet per definitie bijvoorbeeld voor beeldende kunstenaars alleen een stad als Amsterdam te zijn. Ook een veel kleinere gemeente als Bergen in Noord-Holland is aantrekkelijk voor hen. De culturele bodem in Maastricht is ook erg vruchtbaar. Dat hoeft niet te worden bestreden, maar of er per definitie dus ook een eigen orkest moet blijven is de vraag.

Toen het USO uit Utrecht verdween dachten de pessimisten dat het grote gevolgen zou hebben voor het culturele leven. De werkelijkheid is anders.

Muziekcentrum Vredenburg blijkt een zeer grote aantrekkingskracht te hebben op toporkesten, ook uit het buitenland. Verder zijn er nieuwe initiatieven gekomen, zoals het driejaarlijks Liszt-concours voor jonge pianisten uit de hele wereld, de Mozart-week in Zeist en conservatorium-concerten met een hoog niveau. De bestaande, jaarlijks terugkerende festivals als Oude Muziek, de Nederlandse Filmdagen, Theater aan de Werf en Spring Dance zijn grote evenementen geworden. Met heel veel bezoekers.

Toch zouden we graag een kwaliteitsorkest in Utrecht hebben. Dat hoeft niet per definitie een gesubsidieerd orkest te zijn.

Zijn we tevreden over het Kunstenplan-advies? Nee, natuurlijk niet. Er valt voor Utrecht, maar ook voor de andere Randstad-provincies, heel wat af te dingen op het advies van de raad.

Ik heb best begrip voor de depute voor cultuur in het Gouvernement van Limburg. Hij en vele andere bestuurders zetten zich in voor het behoud en de verbetering van de culturele voorzieningen in zijn of haar provincie of gemeente.

Maar de Randstad verwijten maken, slaat nergens op!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden