Kunstenaars uit bijstand, Nuis steunt starters

AMSTERDAM - Kunstenaars die in de bijstand zitten, kunnen in de toekomst een basisuitkering aanvragen bij een speciaal fonds. Zij krijgen enkele jaren de tijd om die aan te vullen met inkomsten uit hun eigen werk.

Staatssecretaris Nuis van cultuur maakte gisteren bij de opening van het Theaterfestival in Den Haag bekend dat de PvdA, D66 en VVD tijdens de onderhandelingen over het regeerakkoord overeenstemming hebben bereikt over deze nieuwe regeling. Hij verwacht dat het systeem in 1996 kan worden ingevoerd.

“Jonge kunstenaars - ook podiumkunstenaars - hoeven straks niet van de vakopleiding via de bijstand naar de omscholingscursus”, zei Nuis. Ze krijgen een aantal jaren de kans om met een financieel steuntje in de rug een plaats als kunstenaar in de samenleving te verwerven. Dat is een goed begin.”

Met het plan komen de regeringspartijen tegemoet aan de Tweede Kamer die er vorig jaar bij de behandeling van de Regeling basisstipendia voor beeldende kunstenaars op aandrong, dat er een oplossing moest komen voor alle kunstenaars in de bijstand. Deze groep moet sinds begin januari aan strengere eisen voldoen bij Sociale Diensten; na een half jaar moeten zij ander werk zoeken. Kunstenaarsorganisaties protesteerden hiertegen, omdat pas afgestudeerde starters volgens hen geen beroepspraktijk kunnen opbouwen in zo'n korte tijd.

Alternatief

De belangengroepen kwamen met het alternatief van een basisbeurs die sterk lijkt op de huidige regeling. Daar had de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken, Wallage, destijds principiële bezwaren tegen omdat de uitkering onder het niveau van de bijstand zou liggen.

Over het nieuwe systeem moet nog overleg worden gevoerd met de huidige minister van Sociale Zaken Melkert - die altijd voorstander van een basisvoorziening is geweest. Het is de bedoeling dat het fonds bij zijn departement wordt ondergebracht. Kunstenaars moeten wel eerst bij het ministerie van Onderijs, Cultuur en Wetenschappen langs voor een 'erkenningsbriefje'.

De komende weken gaan de ministeries de plannen uitwerken in overleg met organisaties als het Voorzieningsfonds, de Federatie van Kunstenaarsverenigingen en het Fonds voor de Podiumkunsten. Staatssecretaris Nuis streeft ernaar een definitief plan te presenteren bij de begrotingsbehandeling later in dit najaar.

Flinke zorgen

“Ik heb me een paar weken flinke zorgen zitten maken”, zegt directeur Roel Mulder van het Voorzieningsfonds voor kunstenaars. “Want deze plannen stonden nog wel gedetailleerd in het eerste paarse akkoord, maar in paars-2 was nog maar één zinnetje over een nieuwe regeling voor jonge kunstenaars overgebleven.”

Mulder kan gerust zijn: hij vindt veel van zijn oorspronkelijke ideeën terug in de regeling die Nuis bekendmaakte. “Dit is een grote stap in de goede richting”, reageert hij enthousiast. Maar hij stelt nog wel een aantal voorwaarden.

In de eerste plaats pleit hij ervoor dat zesduizend van de tienduizend kunstenaars in de bijstand voor de regeling in aanmerking komen; zij behoren volgens hem tot de 'actieve kern'. Verder zou per discipline moeten verschillen hoe lang kunstenaars van het fonds gebruik kunnen maken. “Kamermusici hebben een aanlooptijd van zo'n drie jaar nodig, maar de geïmproviseerde muziek vergt zo'n zes jaar.” Ook zal hij aandringen op de mogelijkheid om jaren later, in slechtere tijden, nog eens terug te kunnen vallen op het fonds.

Beleidscoördinator Sigrid Raben van de Kunstenbond FNV wil nog geen definitief standpunt geven totdat de concrete invulling van de plannen bekend is. Zij is vooral benieuwd naar de hoogte van de basisbeurs. Die staat nog niet vast. Van een ingewijde heeft Raben gehoord dat gedacht wordt aan de helft van een bijstandsuitkering.

“Ons voorstel - zeventig procent van het minimumloon, zo'n negenhonderd gulden per maand - werd wisselend ontvangen door de leden. Maar als de uitkering nog lager wordt, kan ik me voorstellen dat kunstenaars de gewone bijstand aantrekkelijker vinden.”

Directeur Geert Dales van het Fonds voor de beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst heeft geen goed woord over voor het nieuwe fonds. Hij vindt dat de betrokken ministeries eerst een onderzoek moeten afwachten naar het functioneren van de basisstipendia voor beeldende kunstenaars in het eerste half jaar. “De voorlopige resultaten wijzen erop dat ons systeem nergens uit de hand loopt - noch bij de aanvragen, noch bij het budget. Ik vraag me sterk af of dat voor de nieuwe regeling ook zal gelden.”

Zijn collega Henk Scholten van het Fonds voor de Podiumkunsten heeft hogere verwachtingen van de basisuitkering. Maar hij ziet deze vooral als een sociale regeling voor jonge kunstenaars. Naast dit basisfonds zou hij net als Dales graag een fonds willen beheren die stipendia verleent op basis van kwaliteitseisen.

“Dit plan was een half jaar geleden al rond met de ambtenaren, maar het heeft het kabinet nooit gehaald. Men was bang dat de kansen voor een basisfonds anders verkeken waren. Nu dat op komst is, kunnen wij ons plan weer tevoorschijn halen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden