Kunstenaars roepen in het Leidse landschap jeugdherinneringen op

VOORSCHOTEN, OEGSTGEEST - De hitte, de hitte maakt alles anders, vreemd. De Vlietlandbrug in Voorschoten. Onwaarschijnlijk scherp steekt hij af tegen de staalblauwe lucht. Er klinkt een zoemer, het bruggetje gaat omhoog. Een stuk of vijf jongens in zwembroek klimmen met de brug mee, om er vanaf het hoogste punt weer af te springen. Een jongensboektafereel, jaren vijftig, niet beleefde herinnering.

Het Frans Halsplantsoen, aan de rand van een eenvormige doorzonwijk, loopt uit op de Vliet en de brug. Plantsoen is een te mooi woord voor deze groenstrook, die niet veel meer voorstelt dan een hondenuitlaatplaats. Harma Heikens installeerde er een kooi, waarbinnen de contouren van een hondenleven zichtbaar worden. Een roodgeruite tafel met in een uitgezaagd kader de trouwe kop van een herdershond. Met gespitste oren tuurt hij verwachtingsvol in de verte. Waar kijkt hij naar? Zijn baas? Een bak eten? De prangendste behoeftes in een hondenleven zijn snel geïnventariseerd. Net als het blauwe, witomrande bord 'Voorschoten' met een streep erdoor voor de Vlietlandbrug heeft Heikens bij de tafel een bordje 'Hontbijt' - ook doorgestreept - geplaatst. 'Een ironische schets van een modaal hondenleven', aldus het begeleidende boekje bij 'Voor mijn moeder'.

'Voor mijn moeder' is een kunstproject van Stelling gallery/projecten uit Leiden, dat in samenwerking met Leiden Cultuurstad '97 is georganiseerd. Op zestien (buiten)locaties in de regio Leiden (naast Voorschoten in Alkemade, Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude) zijn beeldend kunstenaars uitgenodigd een visie te geven op hun eigen jeugd in relatie tot het veranderde landschap. In het boekje zijn de kunstenaars afgebeeld met een jeugdfoto en een bondig geformuleerde jeugdherinnering. Heikens (blond, korte pony, lang piekhaar, overgooier): 'Lapje dat in de box lag. Het was bedrukt met gele en roze cirkels en met muizen in jurkjes'.

Helemaal aan gene zijde van Voorschoten, het weelderige landgoed van kasteel Duivenvoorde. Een ander leven, een ander hondenleven ook. Mitsy Groenendijk ('het bruine zeil dat nieuw en bruin was en waarvan Mitsy niet begreep dat bruin nieuw kon zijn') maakte glimmende bustes van drie poedels, gekapt en geschminkt als edellieden. Ze noemde ze, geïnspireerd door de entourage, Arthur, Guinevère en Morgaine. Dat adellijke poedels ook anno 1997 moeilijker benaderbaar zijn dan een volkse herder aan de Vliet blijkt uit het ingrijpen van de verhitte terrein-Bromsnor op de fiets (“wat zijn we hier aan het doen?”): een bezoekje aan Duivenvoorde is slechts mogelijk door een wandelkaart aan te schaffen en of dat bord waar alle tijden staan aangegeven niet groot genoeg was dan.

Het kan nóg warmer, perfecte dag voor vreemde gebeurtenissen, leven onder de oppervlakte. In Oegstgeest heeft de Zwitser Moritz Ebinger ('Ik ging tijdens een familiebezoek voor mijn familie staan, het liefst voor tante Marie louise en zei: 'kijk!' Op het moment dat ze keek liet ik me plat op de grond op mijn mond vallen') in de vijver van kasteel Oud Poelgeest zijn fascinatie voor water uitgebuit met de sculptuur 'Het monster van Loch Ness bezoekt Oud Poelgeest'.

Kunststof platen, aan elkaar gemonteerd als een bliksemschicht, strekken zich uit in het stilstaande groene water. De meer dan levensgrote, lange witte kluif op de oever is door brandnetels overwoekerd. Het is hier stiller dan stil, uitgestorven, broeierig. Kleine kans dat Nessie zich in deze omstandigheden laat verleiden uit het water op te duiken.

Theo van Meerendonk ('Oranje geruite gordijnen - juffrouw Nap (veel oranje haar) - (...) rubberboot - witte ganzen - oorpijn) koos een uithoek van het uitgestrekte terrein van psychiatrisch ziekenhuis Endegeest voor 'De boom van Van Meerendonk'. De wandeling naar het theehuis voert langs enkele ronddwalende bewoners.

'Van Meerendonk is een eenzame man die leeft in totale verwarring', schreef Van Meerendonk zelf. 'Soms voelt hij zich thuis in onze maatschappij, soms geeft hij gehoor aan de roep om zich terug te trekken in zichzelf'. Hij bouwde een châlet-achtig huisje om een dikke boom, die hij vervolgens met een schaar in twee weken tijd geheel kaal knipte. Niet omdat hij de natuur haat, maar omdat hij zijn frustratie moet vormgeven. De bladeren zijn inmiddels weer aangegroeid. In het huisje zijn nog de sporen van Van Meerdonks verblijf - hij woonde in het huisje - aanwezig. Een eenvoudig bed, een tandenborstel, wekpotten met onder meer 'Van Meerendonks spruiten inmaak'. De organisatie van het buitenkunstproject was bijzonder verheugd dat de directeur van Endegeest toestemming gaf voor deze confronterende performance. Van Meerendonk kreeg tijdens het kaalplukken veel reacties van bewoners. Hij schreef: 'Als toeschouwer zien wij Van Meerendonk misschien als een dorpsgek, of als een zielenpoot. Misschien roept hij zelfs een lichte vorm van agressie op (...) Van Meerendonk houdt geen rekening met ons, hij wil voelen, doorleven wat voor schade hij aanricht met zijn aanwezigheid, met zijn leven hier temidden van ons.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden