Kunstenaar moet rekenen met de ander

De overheid mag over kunst niet oordelen of ze kwetsend is, luidt de gangbare mening. Maar waarom is er geen debat mogelijk, waarin we rekening houden met de ander?

De groep Bloeiende Maagden trekt momenteel met de theatervoorstelling I.N.R.I. door het land. Het is een voorstelling die her en der voor discussie zorgt. Dat debat over kunstuitingen of theatervoorstelling is vaak moeilijk te voeren.

Het is wel duidelijk dat de makers van I.N.R.I. totaal geen rekening houden met gevoelens en overtuigingen van anderen. Aankondigingen van de voorstelling als: 'een religieuze orgie zonder einde' en 'kom naar de Bloeiende Maagden en laat u de hemel in sleuren' en een foto van een naakte lachende dame in gekruisigde houding - in de periode rond Pasen - spreken wat dat betreft voor zich.

Twee leden van de ChristenUniefractie in Arnhem bezochten een tryout van de voorstelling en concludeerden: ,,Hier is het respect voor de levensbeschouwingvan christenen met voeten getreden.” Fractievoorzitter Piet van Dijk wil een publiek debat over de rol die het culturele leven speelt ten aanzien van waarden en normen in de maatschappij. De fractie wil niet het verwijt krijgen de voorstelling af te keuren zonder deze gezien te hebben. Helaas blijkt met terugkerende regelmaat dat een debat over culturele uitingen verwordt tot een discussie die straalt van ultieme politieke correctheid.

In Rotterdam worden we met enige regelmaat geconfronteerd met culturele uitingen die kwetsend zijn voor bepaalde groeperingen in de samenleving of alle fatsoensregels met voeten treden. Een kleine opsomming: het knielende hitlerbeeld in Boymans van Catalan, een playboytentoonstelling in de Kunsthal of een Kabouter met seksattribuut voor de Doelen. Wanneer je politici van andere partijen hier over spreekt vindt men het net zo onfatsoenlijk als die 'partij van moraalridders'. Wanneer echter in de raad een publiek debat hierover wordt gehouden verschuilen diezelfde politici zich uiterst politiek correct achter Thorbecke: de overheid mag over kunst geen inhoudelijk oordeel hebben.

De overheid hoeft bepaalde kwetsende of shockerende voorstellingen niet te weren; als je er niet mee geconfronteerd wilt worden dan ga je toch niet? Maar een hoop mensen die de voorstelling niet bezoeken worden met de flyers en aanplakbiljetten hiervoor geconfronteerd, die overal in de stad hangen. Je kunt dan toch moeilijk je argument volhouden en zeggen:

'Tja, dan ga je toch niet de straat op.'

Een andere redenering is dat het een kwestie van smaak zou zijn. Laten we dan direct alle welstandscommissies in Nederland afschaffen. Het kan toch niet zo zijn dat de overheid een mening heeft over de vorm of het formaat van mijn nieuw te bouwen dakkapel, dat is immers een kwestie van smaak. Ook het debat met de kunstenaar is vaak moeilijk te voeren. Het verweer van de kunstenaar is doorgaans: we willen niet shockeren, maar een discussie op gang brengen. In een interview naar aanleiding van een vorige voorstelling van de Bloeiende Maagden zeggen de makers: ,,Het i¿s een heftige voorstelling, met pornografische scènes en er zit een suggestieve verkrachtingsscène in. Je kunt erdoor geshockeerd raken, maar met dat doel hebben we deze voorstelling niet gemaakt.”

Maar wanneer wij als christen kritiek hebben op de voorstelling of de kunstuiting zijn we of een moraalridder of we hebben het kunstwerk niet begrepen. Zo is de discussie die de kunstenaar, zogenaamd, voor ogen had snel afgelopen. De kunstenaar maakt zich er op die manier makkelijk van af en bedankt stilletjes voor de gratis publiciteit naar aanleiding van de vragen van de plaatselijke christelijke partijen over zijn kunstwerk.

Er is, tot slot, een laatste probleem dat het voeren van een eerlijk debat in de weg staat. Het lijkt tegenwoordig onmogelijk om stil te staan bij de gevoelens of overtuiging van een ander. Laat staan dat daar rekening mee wordt gehouden. In een ander interview zegt Ingrid Werner, een van de Bloeiende Maagden: ,,Mensen zeggen nu dat wij willen shockeren. Nee dus. Maar wat ik ook niet wil, is de moraal van een ander accepteren.”

Dan sluit je dus elke vorm van discussie uit. Wanneer je de moraal of overtuiging van een ander niet wilt accepteren is het ook onmogelijk om deze te respecteren. De eigen mening en overtuiging geldt en met die van een ander heb ik niets te maken. Dat blijkt tegenwoordig gemeengoed te zijn als we een publiek debat voeren.

Maar er is hoop. Paul Cliteur kreeg onlangs kritiek van andere columnisten en officiële instanties en krijgt misschien langzaam door dat zijn overtuiging niet de enige en waarschijnlijk ook niet de beste is. Leefbaar Rotterdam kwam er onlangs in het hoofddoekjesdebat achter dat een neutrale overheid niet bestaat. Geen overtuiging is immers ook een overtuiging.

Wanneer de rest van Nederland nu ook leert de ander te respecteren en rekening te houden met zijn gevoelens, overtuiging en zelfs smaak en fatsoen, dan wordt het misschien mogelijk om eens eerlijk een publiek debat te voeren over kunstuitingen. Een debat waarin we niet alleen maar vasthouden aan onze eigen overtuiging en die dwingend op willen leggen aan anderen, maar waarin we luisteren naar en rekening houden met elkaar.

Dan kunnen we samen bepalen wat we op (door de overheid gesubsidieerd) cultureel gebied wel en niet willen in onze samenleving, waar waarden en normen tegenwoordig weer hoog in het vaandel staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden