Review

KUNSTBOEK

'Een eeuw apart - Het Rijksmuseum en de Nederlandse schilderkunst in de 19de eeuw', teksten van Judikje Kiers, Wiepke Loos, Henk van Os, Fieke Tissnk, Annemarie Vels Heijn, eindred. Caroline Bunnig, uitg. Rijksmuseum-Stichting, 160 blz. - f 25,-.

De zogenaamde Drucker-uitbouw, eigenlijk een apart gebouw in de museumtuin, omvat de collectie 19de eeuwse schilderijen, een periode die in het museum met een aantal fraaie voorbeelden goed vertegenwoordigd is.

Vooral de Nederlandse historiserende schilders als Pieneman en Rochussen, en de romantici die hun inspirate bij de meesters van de Gouden Eeuw vonden, zijn mooi vertegenwoordigd.

De zuidvleugel ligt nogal excentrisch in de wandeling door het museumgebouw, wat tot gevolg heeft dat het publiek deze afdeling nauwelijks weet te vinden. Onbekendheid is dan ook haar deel.

Om daar verandering in aan te brengen gaat het Rijksmuseum de zuidelijke ingang een prominenter karakter geven; over een paar jaar is het museum ook werkelijk vanaf het Museumplein toegankelijk.

Voorshand zijn de 19de eeuwse schilderijen, die tot voor de sluiting onder de titel 'Een eeuw apart' te zien waren, op reis gestuurd langs diverse Nederlandse musea.

Ter begeleiding van deze expositietoernee, maar te laat voor de presentate in eigen huis, heeft het museum een boek samengesteld dat voor een klein bedrag een beeld van het eigen bezit uit de vorige eeuw wil geven.

Wie zo voor eigen parochie wil preken, doet er goed aan om bijvoorbaat enige zelfkritiek ter harte te nemen en dat nu ontbreekt in dit boek. Het hele boek door wordt een lofzang op het eigen museum gegeven, wat op den duur knap gaat vervelen.

Natuurlijk, het Rijks bezit een goede collectie schilderijen uit die tijd, maar om jezelf nu maar meteen te bombarderen tot het museum van de 19de eeuw, dat gaat wel erg ver.

En dan mag die collectie representatief zijn, juist het Rijks bewees in het verleden dat het zich helemaal niet zo voor die tijd interesseert.

Wie van de 19de eeuwse schilderkunst houdt - en dat is een zeer grote groep liefhebbers - had in het Rijks weinig te zoeken en moest het elders zoeken.

Het Haags Gemeentemuseum bracht, tot aan de komst van directeur Rudy Fuchs, met grote regelmaat tentoonstellingen over schilders van de Haagse School. Voor Ary Scheffer, een ander monument uit de vorige eeuw, moest je naar Dordrecht, voor Alma Tadema die in de jaren zeventig en tachtig herontdekt werd, hebben Friese musea veel en het Rijksmuseum niets gedaan. Voor Van Gogh, in het Rijks met enkele werken verrassend aanwezig, moet je elders op het Museumplein zijn.

Het laatste wapenfeit van het Rijksmuseum met betrekking tot de romantiek dateert uit 1978 toen daar de expositie 'Het Vaderlandse gevoel' was te zien. Het valt te hopen dat als straks de zuidvleugel opengaat, er ook daadwerkelijk een beleid wordt gevoerd. Tegen die tijd wordt deze in boekvorm gegoten lofzang een noodzakelijke uitgave om een goede indruk te krijgen van de museumcollectie.

Tot zolang blijft het een mooi plaatjesboek met genoeg interessante feiten die wel in het juiste perspectief moeten worden gezien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden